artikel

80 jaar Voeding(Nu): Chronische ziekten, van het begin af aan in beeld

Voeding & Ziekte

80 jaar Voeding(Nu): Chronische ziekten, van het begin af aan in beeld

Terugblikkend in de 80 jaargangen van Voeding (Nu) komt de behandeling van het onderwerp voeding in relatie tot chronische ziekten als zodanig weinig voor. Dat neemt niet weg dat er regelmatig redactionele aandacht is voor diabetes, hart- en vaatziekten, kanker en de rol van voeding.

In 1949 bijvoorbeeld, wordt door het tijdschrift Voeding een Amerikaans artikel overgenomen uit Nutrition Reviews van de auteurs Gubner en Ungerleider: Voeding en aderverkalking. Hierin is te lezen dat sinds 1910 hart- en vaatziekten de meest voorkomende doodsoorzaak zijn ‘in al hun vormen’. In 1945 bedroeg het aantal sterfgevallen in de Verenigde Staten 424.328, op dat moment overtreft dit aantal twee keer de sterfte aan kanker. Nog steeds staan beide chronische ziekten in de top tien van doodsoorzaken, nog steeds wordt gezocht naar de precieze werking van het metabolisme, de optimale curatie en preventie. Aderverkalking was volgens de auteurs een nog niet scherp genoeg omlijnde aandoening, maar er was al wel bekend geworden dat het ging om het binnendringen van lipoïden in de wand van de bloedvaten en dat hierdoor bloedstolsels konden ontstaan die los konden laten. Serumcholesterol zou daarbij een belangrijke rol spelen, aangezien dat veel voorkwam in de verkalkte delen. De schrijvers van het artikel zijn van mening ‘dat de bloedcholesterolspiegel een veelbelovend begin kan zijn in de poging om de aderverkalking te voorkomen.’ Ook dan is al bekend dat de oorsprong van het cholesterol in het lichaam tweevoudig is: synthese in de lever en resorptie vanuit het maag-darmkanaal (zie ook bladzijde 6-9 van nummer 4 van Voeding Nu). Aubergine zou het cholesterol tijdelijk kunnen verlagen, werd gedacht. Ook bacteriën in de dikke darm zouden kunnen bijdragen aan een verminderde absorptie ervan via de voeding. In een versnelling van de afbraak door chemische of biologische middelen zien de schrijvers een mogelijkheid de cholesterolresorptie verminderen. ‘Het is duidelijk dat de aard van het probleem voor een groot deel op de voeding en de stofwisseling berust’, concluderen ze.

Voeding en kanker

Uit de kliniek van het A. van Leeuwenhoekhuis verschijnt in 1949 een uitgebreide verhandeling van Dr. Wassink over voeding en kanker, ‘…welhaast de meest gevreesde onder de ziekten, schrikbeeld van de eerste grootte voor ontelbaren.’ Al eeuwen heeft men zich afgevraagd, schrijft Wassink, of er een verband is tussen de ‘de twee grote machten’ voeding en kanker. ‘Zouden er diëten zijn, die de groei van een bestaande kanker vermogen te bevorderen of te remmen? Is het denkbaar dat de voeding ook invloed heeft op het uitbreken van een kwaadaardig gezwelproces?’, stelt hij de vraag. Er worden volgens hem veel pogingen gedaan de relatie te onderbouwen, maar veel zogenaamde kennis berust nog op een ‘buitenverstandelijke argumentatie’.

Kortom, geen deugdelijk bewijs, vergelijkbaar met het nu zo populaire Gerson-dieet, waarin rauwe groenten tegen kanker wordt gestimuleerd, wat volgens het Wereld Kanker Onderzoek Fonds niet is onderbouwd. Opmerkelijk is dat in het artikel van Wassink juist gewezen wordt op het gevaar van rauwe groenten, maar ook dat is niet onderbouwd. Volgens de schrijver ‘is de oorzaak van kanker niet ontdekt’ en moeten de lezers zich er rekenschap van geven dat ‘deze ziekte, ondanks het feit, dat reeds een verwarrende hoeveelheid feitenkennis aanwezig is, nog in menig opzicht tot de levensraadselen moet worden geteld.’ Ook nu nog zijn er raadselen, maar bijna zeventig procent van de patiënten is vijf jaar na de ontdekking van de ziekte nog in leven, terwijl dat aan het eind van jaren vijftig zo’n 35 procent was. Gezonde voeding is belangrijk, maar welke rol deze precies speelt, is ook nu nog vaak een onopgelost vraagstuk.

Reageer op dit artikel