artikel

Diëtiste Elles Steenhagen: ’Ik heb het mooiste vak van de hele wereld’

Voeding & Ziekte

Gaan werken als diëtist in een klinische setting was dertig jaar geleden geen vanzelfsprekendheid. Niet gemakkelijk, want de banen lagen (en liggen) er niet voor het oprapen. Elles Steenhagen (53) had het geluk dat ze als 23-jarige in het UMC Utrecht kon gaan werken, waar ze zich in dertig jaar ontwikkelde tot diëtist-onderzoeker.

Diëtiste Elles Steenhagen: ’Ik heb het mooiste vak van de hele wereld’

‘Het was in mijn tijd heel moeilijk een baan te vinden als diëtist, zeker als je specifiek in een klinische setting wilde werken’, vertelt Elles in het ziekenhuiszitje nabij haar kantoor in het UMC. ‘Ik heb genoeg studiegenoten van mijn opleiding naar andere plekken zien vertrekken, naar de industrie bijvoorbeeld, en sommigen zijn iets heel anders gaan doen.’ Stages op de goede plekken en een jaar werken in het bedrijfsleven overtuigden haar ervan dat ze als diëtist in de zorgsector wilde werken. Ze studeerde af bij bedrijfscateraar Van Hecke (tegenwoordig Sodexo), waar ze vervolgens nog een jaar op de afdeling Foodservice werkte.

‘Ik ben afgestudeerd in het bedrijfsleven, omdat ik dacht daarmee mijn kansen wat te kunnen verbreden. Dat was heel leerzaam en leuk, het was een toptijd waar ik van genoten heb, maar ik kwam er ook achter dat daar mijn hart toch niet lag.’ Ze miste als diëtist het patiëntencontact. Ze wilde in de zorg haar kennis kunnen overdragen, zodat patiënten er wat mee konden. Toen er een vacature voor diëtist in het UMC Utrecht kwam, hoefde ze dan ook niet lang na te denken. ‘Ik denk dat mijn combinatie van ervaring in het bedrijfsleven en een goede paramedische stage in het Erasmus MC daarbij hielpen.’ In het eerste jaar had ze een adviserende rol naar de centrale keuken, in combinatie met paramedisch werk dat was gericht op psychiatrische patiënten.

‘De diëtetiek rond deze groep was niet zo ingewikkeld: het draaide vooral om gezond eten. Het opbouwen van een goede behandelrelatie was wel een uitdaging, waarbij psychosociale aspecten een belangrijke rol speelden.’

Fluitend naar het werk

Door haar interesse in de theoretische en medische achtergrond van haar vak, maakte ze in de loop der jaren de overstap naar de afdeling Heelkunde. Daar kreeg ze vanaf het begin af aan met diverse subspecialismen te maken, met trauma’s, vaatziekten, orthopedie en oncologie. Uiteindelijk kwam ze bij haar huidige specialisme de Chirurgische Gastro-intestinale Oncologie uit, met als specifieke aandachtsgebieden slokdarm-, maag- en leverkanker. Ze is lid van het multidisciplinaire behandelteam.

Ongeveer zestig procent van haar tijd besteedt Elles nu aan patiëntenzorg. De overige tijd besteedt zij aan zaken als onderzoek, het geven van onderwijs en het uitvoeren van metingen in het Nutritional Assessment Laboratorium van de afdeling Diëtetiek. De voortdurende afwisseling in haar werk zorgt ervoor dat ze nog steeds fluitend naar haar werk gaat. ‘Ik vind het interessant om in mijn werk een bijdrage te kunnen leveren aan de innovatie en ontwikkeling van mijn vakgebied. Ik behandel patiënten, geef onderwijs en sinds een aantal jaren doe ik ook onderzoek, wat hartstikke leuk is. Het gaat daarbij om evidence based practice en practice based evidence; dat willen we op de een of andere manier met elkaar laten integreren. ’

Vertaling van kennis

Gedurende het gesprek geeft ze een paar keer aan van onderzoeken en uitpluizen te houden. ‘Ja, natuurlijk heeft de patiënt daar niet altijd meteen wat aan, maar uiteindelijk gaat het erom dat je de juiste vertaling van de wetenschap naar de individuele patiënt kunt maken. Het gaat erom dat je je kennis op een zodanige manier overbrengt dat een patiënt je begrijpt, vertrouwt en een veilig gevoel bij de behandeling heeft. Ik kan dan ook niet zonder patiëntenzorg en ik zou ook niet alleen maar vijf dagen in de week met onderzoek bezig willen zijn. Eigenlijk heb ik het leukste vak van de wereld.’

Veranderingen in de zorg

Op grond van haar dertig jaar ervaring bij het UMC geeft ze aan dat de ontwikkelingen en veranderingen in de zorg in de afgelopen drie decennia enorm waren. Als eerste merkt ze op dat het aantal patiënten enorm is toegenomen. ‘Er is een hoge turnover, elke week heb je nieuwe patiënten. Dat komt onder andere doordat de opnameduur in ziekenhuizen steeds korter is geworden. We zeggen weleens: je draait je om en de patient is weer weg.’

Deze ontwikkeling betekent volgens haar dat er in de nabije toekomst meer druk zal komen op de (na) behandeling van patiënten in de eerste lijn. ‘Ik doe nu ook al veel meer poliklinische zorg dan voorheen. Ik denk dat in de eerste lijn een stuk van de toekomstige (na)behandeling ligt. De verwachting is dat over vijf jaar de tijd dat mensen in het ziekenhuis verblijven, gehalveerd is. Ook als het gaat om prehabilitatie, de voorbereidingsfase op de medische behandeling in een ziekenhuis, nemen de verantwoordelijkheden in de eerste- en tweedelijnszorg toe. Van de hulpverleners in de eerste- en tweedelijnszorg wordt nog meer kennis gevraagd over voeding bij ziekte(s) en het adequaat inzetten van screening op en de behandeling van voedingsproblemen.’

Elles verwacht daarom dat de contacten tussen eerste en tweede lijn zullen intensiveren. Daarbij zal het aandeel E-health verder toenemen. ‘Onze patiënten hebben nu al een volledige inzage in hun elektronisch patiëntendossier. Er zijn steeds meer digitale tools voor patiënten waarmee wij en zijzelf aan de slag kunnen, wat ze fijn vinden.’

Een tweede belangrijke ontwikkeling in de zorg binnen haar werkveld is de academisering ervan. Er kan veel meer dan in haar beginjaren gemeten worden aan patiënten, wat weer besproken kan worden in multidisciplinaire behandelteams en verwerkt in de voedingszorg.

‘Het draait om zinnige zorg die patiëntvriendelijk is en bijdraagt aan de kwaliteit van leven. Dat we konden meten wat het gewicht was, was leuk, dat we het konden monitoren ook, maar nu kunnen we steeds beter evidence based handelen op basis van nieuwe technieken. Hoe is het precies gesteld met de spiermassa, wat is de ruststofwisseling van een patiënt, wat is hun voedingsbehoefte? Dat brengt ons als diëtisten verder. De afgelopen jaren hebben wij in het UMC Utrecht als afdeling Diëtetiek geïnvesteerd in het opbouwen en ontwikkelen van het Nutritional Assessment Laboratory. Ook elders in het land zie je dit soort ontwikkelingen. Er wordt steeds meer onderzoek gedaan binnen de diëtetiek en het aantal gepromoveerde diëtisten neemt toe. Dat is goed, het zegt iets over de evolutie van ons vakgebied.’

Rol in het behandelteam

Elles maakt ook al dertig jaar deel uit van behandelteams. Daarin is de rol van de diëtist prominenter geworden. ‘In het begin werd je vaak later bij een behandeling betrokken, als er reeds een voedingsprobleem was. Nu worden we er veelal voor start van de behandeling al bijgehaald, hebben we een rol vanaf de diagnostiekfase’, weet Elles. ‘Bij slokdarmkanker is er veel diversiteit in
Ook in de zorg na een operatie ligt een grote taak voor diëtisten. de dieetbehandeling. Het gaat daarbij om zorg op maat, graag zo vroeg mogelijk in het medisch behandeltraject. De chirurgen weten inmiddels ook dat een slecht gevoede patiënt meer kans heeft op postoperatieve complicaties. Doordat ik dertig jaar lid ben van het behandelteam, weet ik wanneer, hoe en waarom besluiten worden genomen. Mijn (praktische) kennis en ervaring zorgen ervoor dat ik weet waarvoor ik sta en ik eerder een discussie aanga met een medicus. Als je met goede argumenten en onderbouwing kom, dan snappen ze je punt veelal wel. Ook zij weten dat voorkomen soms beter is dan genezen. Je kunt niet alles voorkomen in een zwaar behandeltraject, maar je kunt wel op tijd inspringen. En chirurgen kunnen goed opereren, maar niet programmeren: ook in de nazorg ligt een grote taak voor ons. Eten na een operatie, zeker bij operaties aan het maagdarmkanaal, is niet altijd vanzelfsprekend.’

Do’s:
Wees nieuwsgierig en kritisch. Durf te vragen, ook aan experts in andere disciplines, en ga op onderzoek uit. Geniet van je vak en sta nooit stil.
Dont’s:
Ga niet alleen af op je eigen handelen. Ga in een klinische setting niet alles alleen doen en sluit jezelf niet op.

Investering:
Na de opleiding Voeding & Diëtetiek ben je in principe generalist. Ik heb in de afgelopen dertig jaar veel cursussen en opleidingen gevolgd, nationale en internationale congressen bijgewoond of daar zelf een actieve bijdrage aan geleverd, heel veel literatuur gelezen, premaster Gezondheidswetenschappen afgerond, publicaties verzorgd, researchbesprekingen bijgewoond, ben lid geweest van nationale richtlijncommissies en nog altijd lid van het CHIODAZ (NVD-netwerk).

Hoogtepunt:
Moeilijke vraag, maar ben ik gevraagd om een Engelstalig reviewartikel te schrijven voor het Journal of Thoracic Disease, over het optimaliseren van de voedingstoestand voor een slokdarmkankeroperatie. Het is in april gepubliceerd.

Dieptepunt:
Ik ben positief van aard en houd van verandering, maar ik heb ook veel reorganisaties meegemaakt die minder leuk waren. Daarin zat dan gelijk ook weer een uitdaging.

 

Reageer op dit artikel