artikel

Esmee Marsé: verliefd op doelgroep ouderen

Voeding & Ziekte

In ouderen kun je je blijven verdiepen, vindt diëtiste Esmee Marsé van Diëtistenpraktijk Zwijndrecht. Het persoonlijke contact, de gewoontes, de anekdotes en de wetenschappelijke literatuur inspireren haar om door te gaan in de voedingszorg voor ouderen.

Esmee Marsé: verliefd op doelgroep ouderen

Kinderen, daar heeft Esmee niet zo veel mee, althans als het om de voedingszorg in de praktijk gaat. ‘Ik vind kinderen wel leuk, maar ik vind het veel dankbaarder om met ouderen te werken’, licht ze toe. ‘Het persoonlijke contact, de anekdotes, het geeft mij veel mogelijkheden tot verdieping. Ik heb minder met mensen die moeten afvallen; dat “kunstje” ken ik inmiddels en heb ik al heel vaak gedaan.’ Kinderen met voedingsproblemen die in haar praktijk komen, verwijst Esmee sinds dit najaar door naar haar nieuwe collega Merel Visser.

Ook mensen die moeten afvallen, vaak in verband met diabetes, kan Esmee voortaan doorsturen, naar haar tweede nieuwe collega die dit najaar in haar praktijk begonnen is, Eudia Lemmers. De praktijk van Esmee draait op volle toeren. Ze onderzoekt momenteel de mogelijkheden voor de opening van een tweede praktijk in een van de Drechtsteden. Dat was in het begin wel anders, verhaalt ze, toen was ze al blij als er twee cliënten per week waren. ‘Nu zijn het er wel tien per dag.’ Hoe dat komt? Door de goede-mond-tot-mond-reclame, denkt ze.

Onderbetaald in sportschool

Esmee begon, na haar haar afstuderen aan de Haagse Hogeschool voor Voeding en Diëtetiek in 2014, niet meteen haar eigen praktijk. Ze werkte eerst een tijdje als diëtiste in een sportschool. ‘Ik werd onderbetaald en moest veel klusjes doen die helemaal niets met mijn vak te maken hadden.’ Ze bracht het ter sprake bij haar leidinggevende en toen kreeg ze te horen dat als het haar niet beviel, ze beter voor zichzelf zou kunnen beginnen.

‘Voor mij was dat de druppel’, zegt Esmee. ‘Ik nam direct ontslag; het was my way or the highway.’ Een week later zat ze al met een plan voor een eigen praktijk bij de Kamer van Koophandel om zich te laten adviseren. Het gelukkige toeval bepaalde dat juist na haar ontslag een oud-klasgenoot van de lagere school haar tipte dat ze in het paramedisch centrum van Zwijndrecht nog een diëtist zochten. Ze had het geluk dat ze zich er snel kon vestigen. Met een lening van haar vader startte ze haar praktijk op. ‘Ik ben toen onder meer begonnen met het benaderen van huisartsen’, zegt Esmee. ‘Maar op mijn eigen huisarts na, hadden de meesten al vaste diëtisten met wie ze samenwerkten. Ik probeerde ook aan te sluiten bij de bestaande ketenzorg, maar daar zeiden ze dat ik moest terugkomen als ik meer ervaring had. Maar ja, hoe moest ik nu ervaring opdoen als ik geen cliënten kreeg? Doorzeuren hielp en zo kreeg ik ook via hen cliënten.’

Ze adverteerde in het begin in lokale media, maar dat leverde haar niet zo veel op. Wel lucratief bleek een Facebook-reclame, waarbij ze een gratis intake en drie herhaalgesprekken verlootte. ‘De mevrouw die toen won, komt nog steeds bij mij en via haar heb ik verschillende nieuwe mensen in mijn praktijk gekregen.’

Vrijwilligerswerk

Het vele vrijwilligerswerk van Esmee droeg en draagt ook bij aan de bloei van haar praktijk. Nu is Esmee nog steeds vrijwilliger bij de Stichting Mondzorg en ze werkte lang in het Alzheimercafé van de Swinhovegroep. Daar kreeg ze met allerlei aspecten van veroudering te maken, zoals dementie en voeding, handhygiëne, slikproblemen, medische drinkvoeding, koken en voedselveiligheid.

‘Het klikt op de een of andere manier tussen mij, ouderen en mensen met Alzheimer. Voor Alzheimerpatiënten is communiceren moeilijk geworden; hun wereld wordt vaak steeds kleiner. Ik heb geleerd dat oogcontact heel belangrijk is, dat je duidelijk moet praten en moet nagaan of iemand je begrijpt. Ook lichamelijk contact kan soms heel belangrijk zijn. Ik had een keer een meneer die vertelde dat hij alleen nog maar aangeraakt werd om gewassen te worden. Dan leer je dat af en toe een hand op een schouder of een kneepje in de arm al heel bemoedigend is. En ik heb ook heel wat nagels gelakt van vrouwen. Dat beetje extra zorg, een crème op de handen, ze vinden dat heel fijn, je tovert zo een brede smile op hun gezicht.’ Door haar connecties in deze wereld en de thuiszorg zijn er meer cliënten naar haar praktijk gekomen.

Verschillende ouderen

Volgens Esmee is de ene oudere de andere niet. Ze gebruikt vaak haar eigen oma’s als voorbeeld: terwijl de een nog heel actief en vol leven is, is de ander minder actief en veel hulpbehoevender. ‘Een klinische blik is ook belangrijk’, weet ze. ‘Iemand die er ouder uitziet, is vaak ook minder gezond. Je merkt het al aan de fysieke staat van mensen: een slap handje, moeilijk lopen of een zwakke adem.’

Wondervoeding

Wondervoedingsmiddelen voor ouderen of tegen Alzheimer zijn er volgens Esmee niet. Vaak is het wel van belang te controleren op de vitamine D en B12-status en die aan te vullen. Daarbij zet ze niet meteen in op nutridrinks. ‘Het lijkt er soms op of deze drankjes ongezien worden voorgeschreven’, zegt ze. ‘Als iemand sterk vermagerd is, dan kan het even nodig zijn, maar ik probeer altijd uit te gaan van een zo normaal mogelijke voeding.’

Do’s:

‘Het is belangrijk om je praktijk en dieetbegeleiding laagdrempelig te houden. Veel mensen tillen erg zwaar aan een dieetbegeleiding. Zorg ervoor dat ze niet zenuwachtig zijn. En zet jezelf op de kaart, dat kan bijvoorbeeld ook door vrijwilligerswerk te doen.’

Dont’s:

‘Tja, gebruik niet het wijzende vingertje, van “je mag niets en je moet alles.” Dat is achterhaald.’

Investering:
Circa 10.000 euro voor de inrichting, administratieve zaken en scholing (naast ouderen in bariatrie, COPD en plantaardige voeding).
Hoogtepunt:
Een uitgebreid interview in het CZ-magazine voor mantelzorgers over voeding en dementie.
Dieptepunt:
‘In het eerste jaar leek ik weleens tegen een burnout aan te zitten. Ik moest er zo hard aan trekken, terwijl ik zo weinig verdiende en dacht: waar doe ik het eigenlijk allemaal voor?’

Reageer op dit artikel