artikel

Hoe concreet is de Nota Overgewicht? De volgende stap in gezamenlijke aanpak *

Voedingsbeleid

Hoe concreet is de Nota Overgewicht? De volgende stap in gezamenlijke aanpak *

Voor het bestrijden van overgewicht is een gezamenlijke aanpak nodig. De overheid, bedrijfsleven, scholen, professionals en burgers moeten handen ineenslaan om dit maatschappelijke probleem te bestrijden. Dat staat in de Nota Overgewicht die in maart 2009 verscheen en ondertekend is door twee ministeries, te weten Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) en Jeugd en Gezin. Hoe reageert het voedingsveld op de inhoud? Is de nota concreet genoeg?

Het doel van de nota Overgewicht is de omvang van de gevolgen van overgewicht naar voren brengen en de urgentie uitdragen dat dit volksgezondheidsprobleem aangepakt moet worden.

Met de Nota Overgewicht beweert de rijksoverheid niet om voorgoed af te rekenen met het probleem van overgewicht maar wel om de volgende stap te zetten in een gezamenlijke aanpak. Jaap Seidell, hoogleraar Voeding en Gezondheid aan de Vrije Universiteit (VU) in Amsterdam, is positief: ‘Het verschijnen van deze nota is heel goed. Het is de eerste nota hierover op het terrein van de overheid en ik sta zeker achter de inhoud ervan. Dat hij door twee ministeries ondertekend is, is bovendien uniek.’ Jaap van Binsbergen, huisarts en bijzonder hoogleraar Voedingsleer en Huisartsgeneeskunde aan het UMC St Radboud, Nijmegen. Tevens voorzitter werkgroep NHG-Standaard Obesitas, geeft aan dat de winst van deze nota is dat er gedegen politieke aandacht voor het almaar uitdijende probleem van overgewicht en obesitas wordt gevraagd: ‘Het is wel een zeer omvangrijk document geworden waar alle hoeken en gaten zijn opgezocht om het probleem te schetsen. Van de Olympische Spelen in 2028 tot overgewicht in zorginstellingen en van verzekerde zorg tot opleiding van gezondheidswerkers en van reclame tot comorbiditeit. Gevaar is dat het de kern van onderwerp door de breedvoerige aanpak: de ernstige gezondheidsconsequenties, aan de aandacht van politici ontsnapt en dat er geen daadwerkelijke stappen gezet worden in de richting van voorlichting rond gezondere voeding en meer bewegen.’

Het Voedingscentrum is blij dat het kabinet nu een standpunt inneemt over dit onderwerp, dat de hele samenleving raakt. Patricia Schutte, woordvoerder van het Voedingscentrum: ‘Andere landen, zoals Engeland, zijn ons hierin voorgegaan en werken met een grootschalig programma aan het voorkomen van overgewicht. Overgewicht vormt inmiddels een groot risico op de volksgezondheid in Nederland. De nota geeft een inventarisatie van alle lopende activiteiten. Er worden jammer genoeg geen concrete doelen gesteld. Partijen worden opgeroepen hun maatschappelijke verantwoordelijkheid te nemen. We zien een spanningsveld tussen gezondheidsbescherming en gezondheidsbevordering. In de nota ligt het accent vooral op gezondheidsbevordering (voorlichting) als instrument, uitgaande van de eigen verantwoordelijkheid van consumenten. Het instrument gezondheidsbescherming, onder andere wetgeving, wordt niet ingezet. Het Voedingscentrum is van mening dat een gezonde omgeving de consument met zijn genetisch bepaalde voorkeur voor zoet en vet kan helpen invulling te geven aan zijn eigen verantwoordelijkheid, maar is ook van mening dat de consument niet volledig aan zijn lot kan worden overgelaten.’

Zelfregulering
Het vertrouwen op zelfregulering door consumenten werkt niet volgens de Consumentenbond en de Hartstichting. Na twee jaar is daarmee geen vooruitgang geboekt. Daarom pleit de Consumentenbond voor concrete maatregelen op het terrein van etikettering, reclame aan kinderen, frituurvetten en zoutreductie. De bond steunt de integrale aanpak, de aandacht voor preventie en de oproep aan artsen, werkgevers, schoolbesturen en lokale overheden van het kabinet om een bijdrage te leveren aan de aanpak van overgewicht. Een punt van kritiek die de Consumentenbond heeft aan het adres van het kabinet is dat er nauwelijks concrete maatregelen in de nota staan. Jaap van Binsbergen snapt de Consumentenbond wel: ‘Wat in de nota staat valt te onderschrijven maar de maatregelen mogen wel wat scherper.’

Kinderreclame
De voedingsmiddelenindustrie wil zich met voedingsreclame richten op kinderen vanaf zeven jaar. De Consumentenbond is echter van mening dat kinderen pas vanaf twaalf jaar de ware aard van reclame kunnen begrijpen en voert al een paar jaar, samen met de Hartstichting, een continue lobby richting de overheid en de voedingsmiddelenindustrie om zich met reclame niet te wenden aan kinderen jonger dan twaalf. Het Voedingscentrum deelt deze mening: ‘Kinderen die veel reclames zien voor dikmakers, eten ongezonder volgens Brits onderzoek. In Nederland is dit al eerder aan het licht gekomen, bijvoorbeeld na onderzoek van de Consumentenbond en de Hartstichting’, zegt Schutte. ‘Kindermarketing voor ongezonde producten moet ingeperkt worden, in ieder geval tot twaalf jaar. Overgewicht bij kinderen is inmiddels een groot maatschappelijk probleem. Het is belangrijk dat de industrie hier haar medewerking aan geeft.’

De Federatie Nederlands Levensmiddelen Industrie (FNLI) pleit voor voedingsreclame gericht op kinderen vanaf zeven jaar en wilde dit standpunt bekrachtigen tijdens de vergadering van het bestuur van de Stichting Reclamecode op 26 maart 2009. Tijdens het debat over de Voedingsnota dat eerder in de Tweede Kamer plaatsvond was de kamerbrede opinie een leeftijdsgrens van twaalf jaar te hanteren. De FNLI heeft daarop besloten het concept terug te trekken waardoor dit niet als punt op de agenda van het bestuur van de Stichting Reclamecode stond. De Consumentenbond roept de FNLI op terug te komen met een adequate set spelregels voor reclame van voedingsmiddelen: ‘4 juni is de laatste bestuursvergadering van de Stichting Reclamecode vóór het zomerreces van de kamer. Dat is de laatste kans voor de FNLI om met een voorstel te komen dat voldoet aan huidige maatschappelijke opvattingen’ aldus Marcel van Beusekom, woordvoerder van de Consumentenbond. ‘8 juni is ook een belangrijke datum, dan vindt het kamerdebat Nota Overgewicht plaats waarin de nota wordt behandeld.’

Verkeerslichtsysteem
De Consumentenbond vindt het vreemd dat het recente advies van de Gezondheidsraad over één duidelijk logo plaatsen op productverpakkingen niet eenvoudigweg overgenomen wordt. In plaats van verschillende voedingslogo’s op producten te mogen vermelden pleit de Consumentenbond samen met de Hartstichting voor het Verkeerslichtsysteem: een eenduidig overkoepelend systeem waarop duidelijk staat of een product veel of weinig verzadigd vet, suiker en zout bevat. Het Voedingscentrum is voorstander van één gezondheidslogo, bij voorkeur voor de gehele EU’. zo geeft Schutte aan. ‘Informatie op een levensmiddel moet vooral een belangrijk hulpmiddel voor de keuze van consumenten zijn. Een beknopt, duidelijk, leesbaar, begrijpelijk en eenduidige etikettering of verpakking dus. Wij zijn voorstander van verplichte vermelding van de voedingswaarde op het etiket. Daarbij gaat het naast de hoeveelheid voedingsstoffen ook om de energetische waarde en het gehalte verzadigd vet.’ De FNLI vindt dat er op een etiket veel te veel informatie staat die de consument lang niet allemaal begrijpt, zo liet de koepelorganisatie van bedrijven en brancheorganisaties in de Nederlandse levensmiddelenindustrie weten op het VMT Food Event in maart 2009. Naast E-nummers, conserveringsmiddelen en eiwitten kunnen ook koolhydraten en suikers van de voedingsmiddelen af. Marcel van Beusekom, woordvoerder Consumentenbond: ‘Op zich is het prima om opnieuw vast te stellen welke informatie wel en wat niet op het etiket moet, het is voor consumenten een belangrijke bron van keuze-informatie. Daar wordt al jaren over gesproken, ook omdat er wordt gewerkt aan een nieuwe EU-verordening etikettering. Het probleem is echter dat levensmiddelenindustrie, verenigd in de FNLI, bijna geen enkel element relevant vindt. Suiker is belangrijk met het oog op de calorie-inname. De hoeveelheid koolhydraten is nuttig voor diabetici. Net als dat eiwit cruciaal is voor nierpatiënten. Niet elke consument zal ieder potje omdraaien om naar voedingswaarde te kijken, maar dat is geen reden om die gegevens dan maar helemaal weg te laten.’

Multidisciplinaire aanpak
De Nota Overgewicht beschrijft ook plannen voor ontwikkeling van een zorgstandaard in 2009 door het Partnerschap Overgewicht. Deze zorgstandaard geeft aan hoe professionals zich tegenover de patiënt kunnen opstellen, zodat deze kan worden uitgerust met manieren om risicofactoren zelfstandig te verminderen en te beheersen. Jaap Seidell is positief: ‘Zeventien organisaties maken deel uit van het Partnerschap Overgewicht. Het gaat om betrokken zorgverleners als huisartsen, psychologen, fysiotherapeuten, diëtisten, maar ook apothekers, chirurgen en internisten, patiëntenorganisaties en zorgverzekeraars. In 2010 komt er een plan van het Partnerschap Overgewicht om de zorgstandaard te implementeren. Met deze maatregel in de nota wordt overgewicht lokaal en multidisciplinair aangepakt.’ Voor de totstandkoming van de zorgstandaard heeft het Kwaliteitsinstituut voor de Gezondheidszorg CBO eind 2008 een multidisciplinaire richtlijn Diagnostiek en behandeling van obesitas bij volwassenen en kinderen ontwikkeld. Een praktische uitwerking hiervan is onderdeel van de zorgstandaard. Jaap van Binsbergen: ‘De nota sluit aan op de CBO Richtlijn Obesitas met dien verstande dat er wat mij betreft nog explicieter uitgegaan moet worden van de behandeling van de hoog-risicodragers met comorbiditeit in de eerste lijn door die disciplines die daar reeds nu de expertise voor hebben: huisartspraktijk, diëtist, fysiotherapeut en eerstelijnspsycholoog.’

Diëtisten
‘We zijn op zich heel blij met de Nota Overgewicht.’ Zegt Doreth van den Heuvel van de Nederlandse Vereniging van Diëtisten (NVD). ‘Het is de eerste keer dat er een dergelijke nota komt en ik zie het als een erkenning van de problematiek. Het is bovendien heel wat dat hij door deze twee ministeries ondertekend is. De inhoud biedt een fantastisch overzicht van wat er precies gaande is. Teleurstellend is dat er niet in staat wat de overheid er zelf aan gaat doen. Of we het drukker krijgen kan ik niet concreet zeggen, maar het wordt wel makkelijker om de dialoog te voeren en overgewicht op de agenda te krijgen en te houden. Werkgevers voelen zich misschien meer verantwoordelijk en geven gezonde voeding nu hopelijk vaker aandacht. We hebben een obese ingerichte samenleving en dat vraagt om meer diëtisten op scholen. Dat is moeilijk om landelijk uit te rollen. Er is wel veel materiaal beschikbaar, maar scholen hebben al veel verplichtingen en hun eerste prioriteit is kinderen goed taal en rekenen te leren. Voeding heeft, ook omdat het niet verplicht is, een lagere prioriteit.  In dat kader helpt de nota voor meer aandacht voor gezonde voeding en een bredere inzet van de diëtist.’

Dit artikel verscheen in Voeding Nu nummer 5 van mei 2009 op bladzijde 18

Reageer op dit artikel