artikel

100 jaar RIVM: ‘Voeding is de belangrijkste factor om een betere gezondheid te bereiken’ *

Voedingsbeleid

100 jaar RIVM: ‘Voeding is de belangrijkste factor om een betere gezondheid te bereiken’ *

Zorgen voor gezonde voeding en veilig voedsel in Nederland zijn twee kerntaken van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) dat dit jaar honderd jaar bestaat. In de loop der jaren zijn bedreigingen van de volksgezondheid door verbeterde voedselveiligheid en -hygiëne in Nederland zo goed als weggenomen. Het RIVM houdt nog wel de vinger aan de pols, maar het accent is aan het verschuiven naar voeding en gezondheid. Het 100-jarige bestaan van het RIVM is eind juni gevierd met een symposium in de Beurs van Berlage

 ‘Eerst was de belangrijkste vraag voor het RIVM hoe de voedselveiligheid in Nederland te waarborgen, maar door goede methoden van hygiëne en risicobeoordeling is dat nu goed onder de knie’, zegt Hans Verhagen, hoofd van het Centrum voor Voeding en Gezondheid van het RIVM.  ‘Als het om de totale volksgezondheid gaat is op het terrein van voedselveiligheid nog maar weinig volksgezondheidswinst te boeken. Als het gaat om gezondheidswinst door een gezondere omgeving en voeding, dan ligt het potentiële winstpercentage twee orden van grootte hoger. Voor het voedingsbeleid in Nederland is dit nu richtinggevend. De vraag is dan: hoe kunnen we de bevolking gezonder krijgen. Dat is dan ook een reden dat binnen het RIVM een Centrum voor Gezond Leven is opgericht dat zich richt op leefstijlinterventies. We werken eraan mee de boodschap in de maatschappij te verspreiden hoe belangrijk een gezonde leefstijl is en we zorgen dat dat op de juiste, wetenschappelijke gronden gebeurt.’

Binnen het Centrum voor Voeding en Gezondheid houdt Verhagen zich bezig met voeding en chronische ziekten. Een van de hoofdtaken van zijn afdeling is het uitbrengen van adviezen voor het beleid van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS). ‘VWS is een belangrijke opdrachtgever en bepaalt een groot deel van onze tijd, zegt Verhagen. ‘Wij geven advies in rapportages, zowel schriftelijk als mondeling. We doen dat op basis van onderzoeken op het RIVM zelf, maar ook steeds meer met partners van onderzoeksinstellingen en universiteiten buiten het RIVM. Omdat VWS een belangrijke opdrachtgever is, wordt het onderzoek in eerste instantie voor hen uitgevoerd, maar dat neemt niet weg dat de gegevens van ons onderzoek ook in internationale publicaties terechtkomen waardoor de bredere ‘voedingsgemeenschap’ er wat aan heeft.’

Een belangrijke opdracht van VWS is het monitoren van de Nederlandse voedingstoestand, wat wordt gedaan door de voedselconsumptiepeilingen en met behulp van de NEVO-tabel. ‘In combinatie met kennis van de relatie tussen voeding en chronische ziekten kunnen we voor de beleidsmakers bijvoorbeeld uitrekenen wat de veranderingen in voedingspatronen kunnen betekenen voor de volksgezondheid. We voeren scenarioberekeningen uit op basis waarvan beleid geformuleerd kan worden.We hebben bijvoorbeeld uitgerekend dat er met het stimuleren van de consumptie van groenten, fruit en vis en het beperken van de consumptie van verzadigd vet veel gezondheidswinst te behalen valt, en dat de winst op het gebied van transvetten al vrijwel geheel is gemaakt (red. afbeelding 1, (1)). Deze berekeningen kunnen richtinggevend zijn voor het te voeren beleid. In 2008 is ons werk dan ook terecht gekomen in de Voedingsnota (2).’

Herformulering
Het RIVM richt zich niet alleen op beleidsonderwerpen die gericht zijn op de verbetering van de levensstijl van de Nederlander. Aan de andere kant richt het onderzoek van de instelling zich op de aanbodkant van voedingsmiddelen door onderzoek te doen dat is gericht op herformulering van voedingsmiddelen, samen met Wageningen Universiteit & Research Centrum en TNO Kwaliteit van Leven. ‘Het gaat erom bestaande voedingsmiddelen gezonder te maken’, licht Verhagen toe. ‘Bijvoorbeeld door ervoor te zorgen dat er minder zout of verzadigd vet in komt te zitten. Ook de ontwikkeling van deze voedingsmiddelen wordt meegenomen in de Voedingsnota.’

Verhagen realiseert zich dat het Nederlandse voedingsbeleid steeds meer vanuit de Europese Unie wordt bepaald, die zich laat adviseren door de Europese voedselveiligheidsautoriteit EFSA. ’99 procent van de wetgeving rond voedsel is Europees geregeld, denk bijvoorbeeld aan de novel foods wetgeving’, zegt hij. ‘Maar het RIVM is door EFSA wel aangemerkt als officieel kennisinstituut. Daarbij komt dat Nederland een grote vertegenwoordiging in de adviespanels van EFSA heeft, vanuit verschillende instituten worden mensen in de gelegenheid gesteld eraan deel te nemen, waardoor de invloed van Nederland op Europees voedingsgebied sterk is.’

Verhagen is lid van het EFSA-panel dat zich onder andere bezig houdt met voeding- en gezondheidsclaims. Alle Panelleden doen dat formeel op persoonlijke titel, maar Verhagen wordt door zijn werkgever in staat gesteld het werk te combineren. Zijn baas, directeur van de RIVM-sector Voeding, Geneesmiddelen en Consumentenveiligheid, André Henken, vindt dat een goede zaak. ‘Vanuit het RIVM nemen er 11 mensen deel aan de panels van EFSA’, zegt hij. ‘Dat is een hoog deelnemertal. We zetten onze kennis niet alleen in op voedingsgebied. Ook op het gebied van geneesmiddelen zijn we internationaal sterk vertegenwoordigd, in dit geval bij de EMEA (het Europese ‘College ter Beoordeling van Geneesmiddelen’). Onze missie is erop gericht een gezaghebbende verbinding te vormen tussen kennis en overheidsbeleid. We bieden scenario’s waarin duidelijk wordt wat de effecten kunnen zijn van verschillende beleidskeuzes. Het is aan de beleidsmakers zelf om zich daar over uit te spreken en keuzes te maken’.

Verandering
Volgens Henken heeft het RIVM er in de loop der jaren meer maatschappelijke taken bijgekregen. ‘Zo heeft het RIVM uitvoeringstaken gekregen op het gebied van de infectieziektebestrijding, een taak die voorheen vooral bij de Inspectie voor de Gezondheidszorg lag. Als je kijkt naar het rijksvaccincatieprogramma dan hebben wij er bijvoorbeeld een voorlichtingstaak voor de burger bij gekregen’, zegt hij. ‘Zo’n functie richting de burger heeft ook de website www.kiesbeter.nl. Op andere terreinen hoeven we zelf geen voorlichting te geven, maar kunnen we die voorlichting wel ondersteunen. We hebben bijvoorbeeld een ‘downloadcentrum’, een voorlichtingscentrum, waar anderen kennis kunnen halen waarmee ze hun achterban kunnen voorlichten (3). Op het gebied van voeding en voedselveiligheid verzorgt het Voedingscentrum de voorlichting: wij kunnen dan zorgen voor de ‘content’ van de boodschap.

Het RIVM
Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu bestaat 100 jaar. Het begon als Centraal Laboratorium voor het Staatstoezicht op de Volksgezondheid. De medewerkers hielden zich vooral bezig met ziekten en epidemieën, maar richten zich ook al op onderzoek aan voeding, geneesmiddelen, water en luchtverontreinigingen. Onder invloed van de crisis fuseert het Centraal Laboratorium in 1934 met het Rijks-Serologisch Instituut voor de Volksgezondheid, waarmee het Rijksinstituut voor de Volksgezondheid ontstond (RIV). Veel aandacht gaat daarna uit naar het rijksvaccinatieprogramma en in de loop der jaren neemt de aandacht voor het milieuonderzoek toe. In 1984 ontstaat het huidige RIVM, dat een samenvoeging is van het RIV, het Rijksinstituut voor Drinkwatervoorziening en het Instituut voor Afvalstoffenonderzoek. Het RIVM heeft anno 2009 vier sectoren: het Centrum Infectieziektenbestrijding; de sector Volksgezondheid en Zorg; de sector Voeding, Geneesmiddelen en Consumentenveiligheid; en de sector Milieu en Veiligheid. Naast het Ministerie van VWS is het Ministerie van VROM de belangrijkste opdrachtgever.

Al een aantal jaren achtereen is een van de meest bekeken rapportages van het RIVM Ons eten gemeten (uit 2004) waarin voor de eerste keer in Nederland een overzicht wordt gegeven van de kennis op het gebied van voedselconsumptie, voedselveiligheid en voeding en de gevolgen voor de gezondheid op lange termijn (4). Ter gelegenheid van het 100-jarig bestaan bracht het RIVM een boek ‘Bacteriënjagers’ (geschreven door Afke van der Toolen met illustraties van Erik Kriek) uit met verhalen die ingaan op verleden, heden en toekomst van de organisatie.

Het 100-jarig bestaan van het RIVM werd half juni gevierd met een mini-symposium in de Beurs van Berlage. Daar ging directeur-generaal van het RIVM Marc Sprenger nog in op de nieuwe taak van zijn organisatie bij het Rijksvaccinatieprogramma. Hij memoreerde daarbij de gang van zaken rond de gratis aangeboden vaccinatie voor meisjes van dertien tot zestien jaar tegen baarmoederhalskanker. De aanbieding van een inenting ter voorkoming van een HPV-infectie, de zogeheten meidenprik was geen groot succes. ‘We moeten ons als organisatie meer naar buiten richten, ook in de communicatie, want dat is een vak apart. We moeten ons meer verdiepen in wat de maatschappij bezig houdt, hoe jongeren omgaan met chatrooms, twitteren, etc. om de juiste effecten te behalen. We moeten nog een slag maken en meer extravert worden om zo onze maatschappelijke betekenis te vergroten.’

Referenties
1. http://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/350080001.pdf
2. http://www.minvws.nl/kamerstukken/vgp/2008/voedingsnota.asp
3. http://www.rivmvoorlichtingscentrum.nl/
4. http://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/270555007.html

Dit artikel verscheen in Voeding Nu nummer 7/8 van juli/augustus 2009 op bladzijde 12

Reageer op dit artikel