artikel

Natrium en verzadigd vet in beeld *

Voedingsbeleid

Natrium en verzadigd vet in beeld *

De Gezondheidsraad adviseert om niet meer dan 10% van de dagelijkse energie uit verzadigd vet te consumeren en maximaal 6 gram zout per dag (2.400 mg natrium) in te nemen. De gemiddelde consumptie ligt daar momenteel boven. Volwassenen halen gemiddeld 13% van hun energie uit verzadigd vet (1). De dagelijkse zoutconsumptie is gemiddeld 8,7 gram voor volwassenen (mannen 9,9; vrouwen 7,5 gram) (2). Van de berekende zoutinname is ongeveer 80% afkomstig uit voedingsmiddelen (6,9 gram zout) en wordt 20% zelf toegevoegd, ofwel tijdens het bereiden van de maaltijd ofwel aan tafel (1,8 gram zout) (2).

De inname van verzadigd vet en zout is deels afhankelijk van de samenstelling van het productaanbod. In de landelijke nota gezondheidsbeleid Gezondheid Dichtbij (mei 2011) (3) heeft het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) aangegeven voortgang te willen zien in de verbetering van het productaanbod wat betreft gehalten aan verzadigde vetzuren en zout. Eerdere onderzoeken uitgevoerd door de NVWA lieten zien dat er grote verschillen zijn in zowel het zout- als verzadigd gehalte binnen eenzelfde productgroep (4). Dit duidt op ruimte voor verbetering van de voedingsmiddelensamenstelling.

In opdracht van het ministerie van VWS brengt het RIVM sinds 2012 samen met het Voedingscentrum de veranderingen in de samenstellingen van het aanbod aan voedingsmiddelen in kaart. De activiteiten vonden plaats onder de noemer Herformuleringsmonitor en zijn in eerste instantie gericht op natrium en verzadigde vetzurengehalten. De volledige rapportage is te vinden via www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/350022002.pdf (5).

Opzet Herformuleringsmonitor
Bij de Herformuleringsmonitor werd uitgegaan van de samenstelling van voedingsmiddelenmiddelen zoals vermeld in de NEVO-tabel van 2011 (http://nevo-online.rivm.nl/). Alleen bewerkte voedingsmiddelen werden geselecteerd. Daarnaast werd rekening gehouden met de bijdrage die de producten leveren aan de dagelijkse inname van verzadigd vet en natrium. De geselecteerde producten werden in productgroepen ingedeeld op basis van de productgroepenindeling Richtlijnen Voedselkeuze (VC)/Vinkje (6). Verder detaillering volgde o.a. op basis van verschillen in productieproces.

Allereerst werd de uitgangssamenstelling, ofwel de referentie, bepaald door het gemiddelde gehalte voor verzadigde vetzuren en natrium per (sub)productgroep te berekenen. Het beoordelen van de voortgang van productsamenstellingen gebeurde ten opzichte van deze uitgangssituatie. Voor aangeleverde gegevens werd eerst beoordeeld of het type product wel vergeleken kon worden met producten in de uitgangssituatie. Wanneer dit het geval was werd de nieuw verkregen samenstelling vergeleken met de uitgangssituatie.

Ook is in kaart gebracht welke plannen de bedrijven en voedingsmiddelensectoren in de komende jaren willen realiseren. Een overzicht van de resultaten en activiteiten van de verschillende bedrijfssectoren staat in bijlage 8 van het rapport (5).

Wat zijn de belangrijkste voedingsmiddelen om te monitoren?
In afbeelding 1 staat de procentuele bijdrage van verschillende productgroepen aan de inname van verzadigde vetzuren (links) en zout (rechts). De belangrijkste voedingsmiddelengroepen voor de inname van verzadigd vet zijn: kaas, banket- en zoetwaren, vleesbereidingen, melkproducten (exclusief kaas), smeersels voor op brood, vleeswaren en hartige snacks. Verzadigd vet is geen los ingrediënt dat toegevoegd wordt, het gehalte wordt bepaald door de vetzuursamenstelling van het gebruikte vet (of olie). In bepaalde producten (koekjes, snacks) is door de keuze van type bereidingsvet het verzadigd vetgehalte van het eindproduct deels te sturen. Bij voedingsmiddelen van dierlijke oorsprong is de vetzuursamenstelling maar beperkt te beïnvloeden. Een lager verzadigd vetgehalte kan gerealiseerd worden door het totaal vetgehalte te verlagen door het verwerken of gebruiken van een magerder deel (bij vlees) of door een magere of halfvolle melk te gebruiken (bij zuivel).

Belangrijke producten die bijdragen aan de natriuminname zijn: brood, kaas, vleeswaren en vleesproducten. Daarnaast wordt 1,8 gram zout toegevoegd tijdens het bereiden of eten van de maaltijd. Dit deel wordt niet in afbeelding 1 aangegeven. Van het natrium in producten is een gedeelte van nature in voedingsmiddelen aanwezig (bijvoorbeeld in melk en groente). Dit is normaal gesproken niet meer dan 100 mg per 100 gram product. Het grootste gedeelte wordt toegevoegd door de industrie en/of gebruikt in het productieproces (bijvoorbeeld bij het pekelen van kaas) in de vorm van zout (NaCl) of andere natriumverbindingen.

Nieuwe gegevens en veranderingen
In totaal zijn van 1.224 voedingsmiddelen nieuwe samenstellingsgegevens aangeleverd via de Levensmiddelendatabank (LEDA). Dit zijn niet alleen verzadigde vetzuren en natrium, maar ook energie en andere voedingsstoffen. Productgroepen waarvoor via LEDA de meeste nieuwe gegevens beschikbaar kwamen, zijn de melkproducten, banket- en zoetwaren en hartige snacks. Voor natrium waren aparte analysegegevens beschikbaar via de NVWA (7) en de productsectoren kaas en brood. Voor vetzuren werden geen aparte analysegegevens aangeleverd.

Door de te geringe vergelijkbaarheid van de nieuwe voedingsmiddelen met de voedingsmiddelen in de uitgangssituatie was voor verzadigd vet geen goede vergelijking mogelijk. De uitgangsgegevens gaven wel aan dat er binnen de belangrijke productgroepen (zoals kaas, melkproducten, vleesbereidingen en vleeswaren, banket- en zoetwaren, snacks) al een aanzienlijk assortiment van voedingsmiddelen is met verschillende (verzadigd)vetgehalten (30+ ten opzichte van 48+ kaas bijvoorbeeld). Verdere monitoring is daarom nodig op basis van consumptiecijfers en verkoopvolumes.

De natriumgehalten van brood en groenteconserven zijn in 2012 statistisch significant afgenomen met gemiddeld 12% voor brood en 30% voor groenteconserven ten opzichte van de uitgangssituatie. Het gemiddelde natriumgehalte nam ook af voor harde kaas, koude sauzen, pindasauzen en chips. Deze dalingen waren echter niet statistisch significant. In vleeswaren en soepen is geen verschil in het natriumgehalte waargenomen. In afbeelding 2 wordt als voorbeeld de verandering in natriumgehalte van de categorie brood en hartige snacks getoond ten opzichte van de uitgangssituatie.

Activiteiten en plannen
Activiteiten op het gebied van het verlagen van het verzadigd vetgehalte van producten en/of het vergroten van het aandeel van producten met een lager verzadigd vetgehalte zijn de afgelopen periode vooral uitgevoerd in het kader van de Task Force Verantwoorde Vetzuursamenstelling (8). Deze TaskForce heeft zich op initiatief van het Productschap Margarine, Vetten en Oliën (MVO) tussen 2003 en 2010 actief ingezet voor een betere vetzuursamenstelling in producten bereid met vetten en oliën van plantaardige oorsprong (8). Mede als gevolg van dit initiatief is het totale vetgehalte van margarines en halvarines voor op brood in veel varianten verlaagd, het aandeel halvarineproducten gestegen (tot 74% van de totale hoeveelheid smeersel dat wordt verkocht in 2009 ten koste van margarines) en is het aandeel vloeibare frituur- en bak- en braadvetten gestegen. MVO streeft naar ten minste het behoud van het aandeel vloeibare frituur- en bak- en braadvetten in de retail en horeca, maar heeft toch een verdere verlaging weten te realiseren (bijv. 83% vloeibaar frituurvet in horeca, ten opzichte van 78% in 2009). De Vereniging voor de Aardappel Verwerkende Industrie (VAVI) bereikte 18% verlaging van de verzadigde vetzurengehalten van voorgebakken aardappelproducten ten opzichte van 2009 en heeft daarmee de doelstelling van 10% reductie in 2014 bereikt.

De overige sectoren leggen veelal de prioriteit bij het verlagen van natriumgehalten. De ene sector is hierbij wat verder of actiever dan de andere sector. Zo zijn er doelstellingen om het natriumgehalte in vleeswaren, kaas, hartige snacks, soep en diverse sauzen stapsgewijs (verder) te verlagen. Nadat er al sectorbrede afspraken lagen voor brood, groenteconserven en kaas heeft de VNV (Vereniging voor de Nederlandse Vleeswarenindustrie) in mei 2013 haar plannen voor het verlagen van verzadigd vet en zout openbaar gemaakt. Zij heeft hiervoor een convenant Herformulering Vleeswaren met het CBL. Herhaalde analyses in de komende jaren zullen duidelijk maken of de voorgenomen plannen daadwerkelijk resulteren in lagere natriumgehaltes in de producten.

Herformulering zout
Met de aanname dat bovengenoemde (geplande) lagere natriumgehalten is/worden bereikt, is een schatting gemaakt van de dagelijkse gemiddelde natriuminname van een volwassen Nederlander. Daarbij is eveneens aangenomen dat het consumptiepatroon en het gebruik van toegevoegd zout tijdens bereiding en/of aan tafel niet wordt gewijzigd en dat alle voedingsmiddelen in de betreffende productcategorie geherformuleerd worden.

Naar schatting is de dagelijkse inname in 2012 met ongeveer 3% gedaald naar 8,5 gram ten opzichte van 8,7 gram in 2011. Dit is toe te schrijven aan verlaging van de 12% lagere zoutgehalten van brood (zie afbeelding 3). Als we daarnaast rekening houden met de gemiddelde dalingen van het natriumgehalte van kaas, koude sauzen, pindasauzen en chips dan kan de dagelijkse natriuminname afnemen naar 8,4 gram zout per dag. En als alle plannen/doelstellingen in 2015 voor alle voedingsmiddelen categorieën worden gerealiseerd naar 7,9 gram zout per dag. Hierbij werd gerekend met een 12% lager gehalte in brood, -10% voor kaas, -10% voor grote hartige snacks, -25% voor chips en andere zoutjes, -25% voor maaltijdsauzen en -6% voor soepen. Komende jaren moet blijken of de geschatte geringe daling ook bevestigd wordt via een bepaling van natrium in 24-uurs urine. Eerdere metingen, op basis van urine, in 2006 en 2010 lieten nog geen verschil in natriuminname zien (9).

Aanbeveling
De samenstelling van voedingsmiddelen is samen met de voedselkeuze bepalend voor de inname van verzadigd vet en zout. Zeker gezien de huidige spreiding in gehalten binnen eenzelfde productgroep is het de moeite waard te letten op etiket en/of gezondheidslogo en zo voor voedingsmiddelen met minder verzadigd vet en zout te kiezen. Meer kiezen voor onbewerkte in plaats van bewerkte voedingsmiddelen is daarnaast een effectieve manier om zowel het verzadigd vet als de zoutinname te laten dalen. Ook kan minder zout toegevoegd worden bij de bereiding en/of eten van de maaltijd.

Referenties

  1. Dutch National Food Consumption Survey 2007-2010: diet of children and adults aged 7-69 years. RIVM Rapport 350050006, Bilthoven, 2011.
  2. Zoutconsumptie van kinderen en volwassenen in Nederland: Resultaten uit de Voedselconsumptiepeiling 2007-2010. RlVM Rapport 350050007, Bilthoven 2012.
  3. VWS, 2011. Landelijke nota gezondheidsbeleid. Gezondheid dichtbij, Den Haag, 2011
  4. NVWA. Monitoring van het gehalte aan keukenzout in diverse levensmiddelen 2011. Via www.vwa.nl/txmpub/files/?p_file_id=2202468 <geraadpleegd 5-7-2013>
  5. NATRIUM EN VERZADIGD VET IN BEELD. Veranderingen in de samenstelling van voedingsmiddelen in 2012. RIVM Rapport 350022002, Bilthoven, 2013
  6. Voedingscentrum Nederland, 2011. Richtlijnen voedselkeuze, Publicatiedatum 1 maart 2011, http://www.voedingscentrum.nl/Assets/Uploads/Documents/Voedingsvoorlichters/Richtlijnen_voedselkeuze_2011.pdf, geraadpleegd 11-12-2012
  7. NVWA. Monitoring van het gehalte aan keukenzout in diverse levensmiddelen 2012| 10 februari 2013. Via www.vwa.nl/txmpub/files/?p_file_id=2203165 <geraadpleegd 5-7-2013>
  8. TFVV, 2010. VEranTwoord. Betere vetzuursamenstelling in producten met plantaardige oliën en vetten. Eindrapportage Task force Verantwoorde Vetzuursamenstelling 2003-2010. Task Force verantwoorde vetzuursamenstelling. Rijswijk, 2010.
  9. Hendriksen MA, van Raaij JM, Geleijnse JM, Wilson-van den Hooven C, Ocké MC, van der A DL. Monitoring salt and iodine intakes in Dutch adults between 2006 and 2010 using 24 h urinary sodium and iodine excretions. Public Health Nutr. 2013 Jun 5:1-8. [Epub ahead of print]


Dit artikel verscheen in Voeding Nu nummer 11 van november 2013 op bladzijde 24

Reageer op dit artikel