artikel

Voedingsadviezen voor ouderen *

Voedingsbeleid

Voedingsadviezen voor ouderen *

Het verouderingsproces loopt bij iedereen anders. Om langer en gezonder te kunnen leven en chronische ziekten zo lang mogelijk uit te stellen is gezonde voeding en voldoende lichaamsbeweging belangrijk. In overleg met een uitgebreid kennisnetwerk op het gebied van ouderen en voeding heeft het Voedingscentrum een speciale openbare factsheet voor ouderen samengesteld.

De adviezen zijn relevant voor de ouderen zelf, mantelzorgers, familie en alle zorgverleners die met ouderen te maken hebben. De basis voor een goed voedingspatroon voor ouderen blijft de Schijf van Vijf. Speciale aandachtspunten hierbij zijn:

  • De energiebehoefte neemt af bij een hogere leeftijd. Beperk daarom de consumptie van voedingsmiddelen met een hoge energiedichtheid zoals alcohol, frisdrank en snacks. Neem meer voeding met een hoge voedingsstoffendichtheid.
  • Eet dagelijks veel groente, fruit en volkorenproducten voor een goede stoelgang en het beschermende effecten tegen hart- en vaatziekten.
  • Eet twee keer per week vis, waarvan een keer per week vette vis.
  • Slik vitamine D supplementen: 10 mcg per dag voor vrouwen tussen 50 en 69 jaar en 20 mcg voor iedereen ouder dan 70 jaar.
  • Zorg voor voldoende lichaamsbeweging.
  • Beperk de hoeveelheid zout in de voeding om hoge bloeddruk te voorkomen.
  • Drink voldoende.
  • Voorkom voedselinfecties.


Gevaar van ondervoeding

Voor ouderen kan het lastig zijn om genoeg en gezond te eten. De belangrijkste obstakels zijn eventuele ziekten en beperkingen, bijwerkingen van medicijngebruik of kauw- en slikproblemen. Dit zijn risico’s voor ondervoeding. Schattingen over de prevalentie van ondervoeding lopen uiteen van 7% voor zelfstandig wonende ouderen tot 14% bij ouderen met thuiszorg. Ondervoeding zorgt voor een snel verlies aan spiermassa. Daarmee is het risico op vallen en zo het risico op botbreuk vergroot. Het Voedingscentrum adviseert om alert te zijn op ondervoeding.

In tabel 1 staan de criteria voor het onderkennen van ondervoeding. De criteria zijn gebaseerd op ‘onbedoeld gewichtsverlies’. Dat wil zeggen dat iemand door omstandigheden onbewust of ongewenst gewicht verliest. Dat kan komen door een verhoogde voedingsbehoefte, ziekte of operatie. Een andere oorzaak is een verminderde voedselinname, door bijvoorbeeld afname van eetlust, armoede, sociaal isolement of ziekte.

Adviezen ter voorkoming ondervoeding

  • Om verlies van spiermassa tegen te gaan is beweging essentieel. Bij voldoende beweging is geen extra eiwit nodig. Het is wel zaak dat ouderen met de gewone voeding voldoende eiwit binnen krijgen.
  • Voldoende drinken. Ouderen wordt aangeraden meer te drinken (1,7 liter per dag). Bij het toenemen van de leeftijd neemt de nierfunctie af. Er is daarom meer urine nodig om afvalstoffen af te voeren.
  • Het lichaam neemt op oudere leeftijd minder vitamine B12 op uit de voeding. Sommige ouderen kunnen daardoor een tekort krijgen. Meestal krijgt iemand dan een vitamine B12-injectie.


Overgewicht

Voor ouderen zijn geen officiële afkappunten voor overgewicht en obesitas vastgelegd. Ouderen die iets zwaarder zijn, hebben namelijk niet per definitie een hoger sterfterisico. Daarom krijgen ouderen alleen het advies af te vallen bij een BMI hoger dan 30. En dan alleen als ze complicaties of beperkingen hebben die gebaat zijn bij een afname in lichaamsgewicht. Daarbij is het bij ouderen belangrijk dat ze onder begeleiding (van een diëtist) afvallen, gericht op hun specifieke situatie.

Dit artikel verscheen in Voeding Nu nummer 5/6 van mei/juni 2014 op bladzijde 11

Reageer op dit artikel