artikel

‘Preventie terugval na diëten moet naar hoger plan’ *

Voedingsbeleid

‘Preventie terugval na diëten moet naar hoger plan’ *

De porties zijn de afgelopen decennia groter geworden. Wie vijftien jaar oud is, weet waarschijnlijk niet beter, maar wie ouder is, heeft mogen meemaken dat frisdrankflessen en hamburgers gestaag groter werden en zakken chips voller. Hap-slik-weg bete- kent dat consumenten over de hele linie meer calorieën innemen. Onderzoeker Ingrid Steenhuis doet er al enkele jaren studie naar en constateert dat een daling van de portiegrootte nog niet is ingezet. Ze werkt er nu aan de consument gevalideerde tools in handen te geven om de verleiding te weerstaan en het lichaams- gewicht beter te kunnen controleren.

‘Wat gebeurt er als je met grotere porties en verpakkingen wordt geconfronteerd?’ stelt Steenhuis zich de vraag in haar inaugurele rede. Ze sprak deze uit bij de aanvaarding van haar ambt als hoogleraar Preventie op het gebied van Volksgezondheid  aan de Vrije Universiteit van Amsterdam, afgelopen najaar. ‘Het antwoord is simpel: dan ga je er meer van eten. Onderzoek heeft het consistent laten zien. De toename van de consumptie ligt vaak rond 35 procent bij een dubbele portie.’ 

Value for money is volgens Steenhuis een deel van de verklaring. ‘De prijs per eenheid product daalt wanneer je een grotere hoeveelheid koopt. Consumenten willen waar voor hun geld en zo worden ze richting grotere porties en hoeveelheden gestuurd.’ Daarnaast constateert Steenhuis dat mensen niet meer weten wat een normale, gezonde portie is, een fenomeen aangeduid met portion distortion. ‘We zijn gewend geraakt aan grotere porties en beschouwen die als normaal.’ Hierop zijn volgens haar verschillende aspecten van invloed: ‘Wanneer je niet uitdrukkelijk kiest voor een kleinere portie, is de grote de standaard. Buitenshuis zijn de geserveerde porties veel groter dan aanbevelingen voor een gezonde portie. Ten derde is de informatie over portiegrootte op de verpakking niet eenduidig, verschillende aanbieders hanteren verschillende normen. En wanneer verschillende maten worden aangeboden, hebben mensen de neiging om voor “medium”, “normaal” of de “middelste optie” te kiezen. Naarmate er meer grote maten bijkomen, verschuift de mediumoptie naar een groter formaat en wordt deze als normaal gezien.’

Het is volgens Steenhuis niet eenduidig wat small, medium en large is. Het afgelopen jaar werd hiernaar binnen haar vakgroep onderzoek gedaan  aan de hand van koffie en milkshakes. Is een milkshake van 450 ml met circa 350 kilocalorieën small, medium of large? Ze keek naar verschillende producten van diverse aanbieders en vergeleek de inhoudsmaten. Het antwoord: een milkshake van 450 ml komt in alle drie de categorieën voor. ‘En dat gaat in vergelijkbare mate op voor koffie.’

Richtlijnen Voedingscentrum
Maar wat kun je eraan doen? De supermarkten en overige voedselaanbieders willen zoveel mogelijk omzet draaien, zeker als de marges op producten om centen of dubbeltjes draaien. ‘Ik verwacht niet dat we het aanbod in de supermarkten gaan veranderen’, zegt Steenhuis. ‘De truc is uit te vinden hoe omzet kan worden behouden en de verkochte hoeveelheid ongezonde producten kan worden verlaagd. Dat bijt elkaar, daar moeten we reëel in zijn. Maar we moeten ergens beginnen. We leven in een obesogene omgeving. Enerzijds moet de omgeving veranderen, anderzijds moeten mensen beter leren omgaan met hun omgeving , onder andere door meer bewustwording. Al zal dat laatste alleen niet voldoende zijn de verleidingen het hoofd te bieden. Het probleem van overgewicht en obesitas is complex, portiegroottes zijn daar maar een klein onderdeel van. Op dit punt zie ik een taak voor bijvoorbeeld het Voedingscentrum dat richtlijnen voor portiegroottes kan opstellen voor producenten en aanbieders van eten.’

Steenhuis was afgelopen maand een van de ondertekenaars van een opiniestuk dat onder aanvoering van het Voedingscentrum, samen met gedragsonderzoekers, in de Volkskrant werd geplaatst. Hierin wordt gepleit voor een actievere rol van de winkelier om de trend van steeds meer verleidingen van calorierijk voedsel, zoals snacks en snoep, te keren en de gezonde keuze de makkelijke te maken, in het bijzonder de koopjes bij “opdringkassa’s”. Het vormt een onderdeel van de campagne die het Voedingscentrum voert om meer bewustzijn bij publiek en aanbieders te creëren voor de obesogene omgeving, tevens het brede terrein waarop Steenhuis zich de komende vijf jaren in haar onderzoek richt. Ze doet dat vanuit haar zogeheten Fenna-Diemer-Lindeboom-leerstoel, die door de Vrije Universiteit is ingesteld om vrouwelijk wetenschappelijk talent te stimuleren door te stromen naar de top. ‘Om het complexe probleem van overgewicht en obesitas aan te pakken, is samenwerking van verschillende disciplines nodig’, benadrukt Steenhuis. Als het om interventies gaat om de omgeving minder obesogeen te maken, maakt ze de vergelijking met een ladder, met op de onderste sport weinig of niet ingrijpen en bovenaan zeer sterk ingrijpen. ‘We kunnen niet op de onderste treetjes van de ladder blijven hangen; om de grote uitdaging die we in onze maatschappij hebben ten aanzien van preventie en het terugdringen van obesitas, zullen we bereid moeten zijn een aantal treden te stijgen en de gehele lengte van de ladder te gebruiken.’

Interventies

Een van de experimenten die binnen de vakgroep van Steenhuis wordt uitgevoerd, richt zich op de effecten van prijsinterventies. Wat kopen mensen als de prijzen van ongezonde producten worden verhoogd en tot hoe hoog moet je gaan wil het effect hebben? ‘Er is sterk bewijs dat prijsprikkels effectief zijn. Tot nu toe is in verschillende studies meestal één type belasting onderzocht. Wij gaan in één experiment de effecten van verschillende typen belasting, zoals op suiker of vet, met elkaar vergelijken. Dat doen we op basis van een nutrient profiling-systeem. Ook onderzoeken we daarbij de zogeheten kruiselasticiteit. Wat gebeurt er met de keuze als verschillende prijzen zijn verhoogd? In de literatuur is er consensus over dat een minimale prijsverhoging van twintig procent effect heeft op aankoopgedrag. Over gezoete dranken bestaat de meeste overeenstemming. Een prijsverhoging van dertien procent blijkt tot een significante daling van de aankoop te leiden, zo bleek uit een experiment in onze virtuele supermarkt. Prijs is een belangrijke determinant van aankoopgedrag.’ Het onderzoek is afgelopen maand begonnen en het is de bedoeling dat er circa 800 respondenten aan meedoen. Ze krijgen via een computer toegang tot een virtuele 3D-supermarkt.

Volgens Steenhuis is het politieke klimaat er in Nederland nu niet naar om belastingen op ongezonde producten te verhogen, maar ze denkt dat de regering in de toekomst een keer door de zure appel heen moet bijten, zeker als er meer data beschikbaar komen. ‘Het is ook een ontwikkeling die je in de tijd moet zien’, licht ze toe. ‘De vergelijking met roken gaat niet helemaal op, omdat je moet eten, maar ook daar hebben we gezien dat de interventies toenamen, zowel voorlichtings- als prijsinterventies. Als de ernst van de problemen die worden veroorzaakt door overgewicht niet kunnen worden opgelost met voorlichtingsinterventies, moeten we toch kijken hoe we een trapje hoger op de interventieladder komen. Je kunt zien dat er wel een verandering aan de gang is. Vijftien jaar geleden was de omgeving niet in beeld als medeoorzaak van overgewicht, nu is dat door vrijwel iedereen geaccepteerd en deze ontwikkeling gaat verder.’

Bedrijfsrestaurants

Een tweede onderzoek dat onder de vleugels van Steenhuis plaatsvindt en sinds het begin van dit jaar loopt, wordt gedaan in bedrijfsrestaurants. In de restaurants gaat ze manieren onderzoeken die de gezonde keuze de makkelijke te maken. ‘We gaan experimenteren met onder andere inrichting, prijs, promotie en product- en plaatsaanbod, en we kijken naar de effecten van nudging en social marketing’, licht Steenhuis toe. ‘We combineren in dit onderzoek de zaken die in andere studies effectief zijn gebleken. We zullen bijvoorbeeld nagaan wat er gebeurt als we meer verschillende soorten groenten aanbieden.’ Het onderzoek wordt in samenwerking met Veneca, de overkoepelende organisatie van bedrijfsrestaurants, uitgevoerd. ‘In dit veldexperiment gaat het om een situatie in het echte leven’, aldus Steenhuis. Vanaf volgend jaar vinden nog een aantal pilots plaats waarna het aantal wordt uitgebreid tot dertig restaurants.

Terugvalpreventie

Een derde onderzoeksterrein in de komende jaren is ‘terugvalpreventie’. Volgens Steenhuis is daar in Nederland veel te weinig aandacht voor, terwijl het speelt bij alle interventies die gericht zijn op gewichtsmanagement. ‘Hiervoor zullen we ook leentjebuur spelen bij andere disciplines, bijvoorbeeld in de verslavingszorg. We willen interventies ontwikkelen die specifiek gericht zijn op afvallen. Welke aspecten leiden tot terugval bij afvallen en hoe kun je hierop ingrijpen? Hiervoor zullen we ook samenwerken met diëtisten en gewichtsconsulenten, uiteindelijk willen we toe naar een werkboek dat mensen die willen afvallen zelfstandig of samen met een hulpverlener kunnen volgen.’

Daarbij borduurt Steenhuis voort op de methode Smart Size Me die ze enkele jaren geleden met haar partner en haar aio Maartje Poelman ontwikkelde. ‘Het is een interventie die we hebben getest bij mensen met overgewicht en obesitas, het gaat niet om een dieet’, licht ze toe. ‘Het komt erop neer dat je stapje voor stapje werkt aan de verandering van je voedingsgedrag, hoe kun je zorgen dat je minder eet en uiteindelijk gaat afvallen? We hebben in een interventie van drie maanden, met een controlegroep, gezien dat deze methode effectiever lijkt, dan radicaal veranderen omdat bijna niemand een radicale verandering kan volhouden.’

In de methode wordt onder andere gewerkt met managementtechnieken voor verandering en het bereiken van doelen, zoals de zogeheten SWOT-analyse, een sterkte-zwakte-analyse aan de hand waarvan een doel wordt opgesteld. ‘Je bepaalt waar je als consument staat en waar je heen wilt, maar er wordt ook voorzien in oplossingsrichtingen als het fout dreigt te gaan. Het is een cognitieve benadering, gericht op verandermanagement die consumenten zelfstandig kunnen uitvoeren.’
Poelman evalueerde Smart Size Me en promoveerde er eind november op. De resultaten van haar onderzoek laten zien dat iemand die de methode volgt tot zes procent gewichtsverlies bereikt na drie maanden. Steenhuis: ‘De veranderingen die iemand moet doen, worden afgestemd op eetgedrag. Voor de methode hebben we zo’n dertig gedragingen beschreven die van invloed zijn op het behalen of behouden van een gezond gewicht, daar horen ook portiecontrolegedragingen bij, zoals geen pan op tafel en niet op aanbiedingen in winkels ingaan. Mensen die met de methode afvallen gaan meer van deze gedragingen toepassen. Aangetoond is dat gewoontegedrag kan veranderen, maar dat vraagt wel een langere adem. De grote uitdaging is dan ook, hoe het gewichtsverlies op langere termijn is te behouden. We zullen ons daarom richten op factoren die van invloed zijn op terugval: wanneer komen mensen in een risicosituatie; wanneer kun je het beste ingrijpen? In een eerder onderzoek hebben we laten zien dat het controleren van de portiegrootte effectief is en leidt tot gewichtsverlies zolang de interventie voortduurt. We zullen samenwerken met diëtisten en gewichtsconsulenten om het voorkomen van terugval vorm te geven en het naar een hoger plan te tillen.’

Dit artikel verscheen in Voeding Nu nummer 12 van december 2014 op bladzijde 8

Reageer op dit artikel