artikel

Vragen voor Kamerleden om preventie in de zorg aan te zwengelen *

Voedingsbeleid

Vragen voor Kamerleden om preventie in de zorg aan te zwengelen *

Preventie in de zorg hoger op de politieke en beleidsagenda krijgen en via “voorzorg” bijdragen aan een betere gezondheid van de Nederlanders, dat was een van de doelstellingen van de derde Preventieconferentie die plaatsvond 20 november in New Babylon in Den Haag. Tijdens de bijeenkomst formuleerden de aanwezige zorgprofessionals onder andere vragen voor Tweede-Kamerleden die zorg in hun portefeuille hebben.

Dagvoorzitter Guus Schrijvers, gezondheidseconoom en oud-hoogleraar Public Health, meldde in de introductie dat vier Kamerleden (VVD, PvdA, CDA en D66), die aan de einddiscussie van de conferentie zouden deelnemen, door de uitgelopen begrotingsbehandeling in de Kamer verstek moesten laten gaan. ‘Maar wij gaan hier vandaag vragen formuleren die ze beloofd hebben in de komende weken te zullen beantwoorden’. Hij illustreerde het positieve effect van “voorzorg”, zoals preventie tijdens de conferentie door verschillende sprekers ook wel werd aangeduid, aan de hand van een aantal voorbeelden uit het verleden: een betere hygiëne (aanleg rioleringen), het rijksvaccinatieprogramma, het verbeteren van geboortezorg, het terugdringen het aantal verkeersslachtoffers en de aanpak van het alcoholprobleem in de negentiende eeuw.

Schrijvers pleitte ervoor om in het licht van preventie aan de Kamerleden te verzoeken aandacht te besteden aan het toegenomen alcoholaanbod, met name in sportkantines. ‘Alcohol en sport gaan niet goed samen, ook sponsoring door alcoholproducenten van sportevenementen past niet.’

Nationaal Programma Preventie  
De eerste spreker van de conferentie was Jack Hutten, coördinator gezondheidsbeleid van het ministerie van VWS en verantwoordelijk voor het Nationaal Programma Preventie (NPP) Alles is gezondheid. Hij bracht naar voren dat preventie een belangrijker plaats in het beleid van VWS heeft gekregen. ‘Er is bij de vorming van de Zorgverzekeringswet voor gekozen preventie er nog even buiten te houden’, lichtte hij toe. ‘Er zitten nu al veel elementen van preventie in zorg, maar de wereld is veranderd. De vraag is welke weg we moeten ingaan.’ Welke weg het wordt, liet hij in het midden, maar een lokale aanpak is volgens hem een van de mogelijkheden. Hutten benadrukte dat het zorgbeleid gericht is op een trendbreuk in de toename van het aantal chronisch zieken. ‘We willen met het nationale programma bereiken dat negatieve trends voor de gezondheid verder worden omgebogen.’ Daarmee doelde hij behalve op diabetes, op de aanpak van overgewicht, het aantal rokers, het alcoholgebruik en lichamelijke inactiviteit. Een tweede belangrijk punt, dat volgens hem steeds vaker te horen is in het actuele zorgdebat, is het verschil in levensverwachting tussen mensen met een hoge of lage sociaaleconomische status. ‘Het is iets wat sinds een jaar weer echt op de agenda staat.’

Hutten zette verder uiteen hoe het NPP, waarvan in februari 2014 officieel de aftrap plaatsvond, tot nu toe verloopt. Het ministerie van VWS faciliteert de uitvoering ervan, onder andere door een programmabureau. Hij constateert dat er veel draagvlak is voor het NPP, wat zich mede uit in de 139 “pledges” (plechtige beloftes) die verschillende partijen in de zorgsector (en aanpalende sectoren) gedaan hebben om in te zetten op preventie. De activiteiten zijn te zien op de website (www.allesisgezondheid.nl). ‘We hadden niet verwacht dat er in negen maanden al zo’n grote deelname zou zijn, dat geeft aan dat het leeft, vanuit alle domeinen, zowel landelijk als regionaal.’

Gelden overhevelen?
Ook ging Hutten in op de centrale vraag van de conferentie of er meer geld vanuit de curatieve sector naar de preventieve sector zou moeten. ‘Is het relevant om het onderscheid tussen curatie en preventie te maken, als we op een andere manier naar gezondheid gaan kijken?’. ‘Als we anders naar gezondheid gaan kijken, en niet meer alleen vanuit het perspectief van afwezigheid van ziekte, dan zal er uiteindelijk ook een cultuuromslag nodig zijn. De vraag is dan hoe het geld het beste kan worden ingezet.’ Dat de denkwijze over gezondheid evolueert, illustreerde Hutten aan de hand van het VWS-beleid: ‘Vroeger hadden we een Landelijke Preventienota, die is inmiddels veranderd in de nota Gezondheidsbeleid. Preventie is hierin een middel, maar er zijn nog andere wegen die aan een betere gezondheid kunnen bijdragen.’

Naar goed Fries voorbeeld
De tweede spreker, Diana Monissen, voorzitter van de raad van bestuur van zorgverzekeraar De Friesland, vertelde de aanwezigen het relaas van de proeftuin in de Friese provincie en de rol die ze als zorgverzekeraar daarin speelt. Haar proeftuin is een van de vijf die tijdens de conferentie werd toegelicht en een van de in totaal negen proeftuinen die momenteel in Nederland plaatsvinden (zie kader). Binnen de proeftuinen wordt met “andere” ogen naar gezondheid en zorg gekeken en de ervaringen die erin worden opgedaan kunnen bijdragen aan de invulling van nieuw gezondheidsbeleid. Met een marktaandeel van meer dan 60 procent is zorgverzekeraar De Friesland een bepalende speler in de noordelijke provincie circa 900.000 verzekerden.

In Friesland wordt onder andere gekeken naar de toekomstige organisatie van de curatieve zorg. In het zogenoemde project ‘broedplaats’ wordt gewerkt aan innovatie van zorgberoepen en zorgopleidingen. Hieruit vloeit het initiatief voort dat inwoners van een Fries Dorp, in samenwerking met Philips, worden voorzien van allerlei technologische medische hulpmiddelen. Er wordt bekeken wat dit voor de zorg in de toekomst kan betekenen. De Rijksuniversiteit van Groningen onderzoekt de effectiviteit.

Voeding in het basisonderwijs
Als hoofd van de Zorgverzekeraar De Friesland vertelde Monissen hoe ze drie jaar geleden, geschrokken door de uitkomsten van een GGD-rapport over overgewicht bij schoolkinderen in Friesland, projectgeld vrijmaakte voor de aanstelling van extra vakleerkrachten beweging op basisscholen. Inmiddels zijn er in 19 gemeenten 52 vakleerkrachten actief die een bereik hebben van 250 basisscholen en 30.000 leerlingen. ‘Iedereen vond het een beetje gek van mij, maar we hebben in korte tijd veel bereikt. Het is zo succesvol dat we nu ook begonnen zijn aan een project met voedingslessen voor basisscholen, waaraan nu al zo’n100 scholen mee doen. Daarnaast hebben we extra aandacht voor kinderen die motorische stoornissen hebben. We laten dit project gedurende vijf jaar via de Universiteit van Groningen volgen om te zien of er effecten zijn.’

De presentatie van Monissen en de Friese initiatieven kregen veel bijval van de bezoekers en aan het eind van de bijeenkomst werd er dan ook op aangedrongen soortgelijke projecten als in Friesland ook in de rest van Nederland versneld op te zetten en daar middelen voor vrij te maken. Een vraag voor de afwezige Kamerleden.

Geld voor preventie
Tijdens een intermezzo werd aandacht gevraagd voor een studie van de GGD Haaglanden. In Den Haag zal het aantal inwoners met overgewicht, eenzaamheid en met verhoogd risico op angst, depressie, diabetes en hartinfarct de komende jaren fors stijgen. In 2020 is de helft van de volwassen Haagse bevolking eenzaam en te zwaar. Volgens epidemiologen gelden de trends ook voor Amsterdam, Rotterdam en Utrecht.

Na dit intermezzo zoomde Jolande Sap van de Nederlandse Federatie voor Gezondheid (NPHF) in op enkele macro-economische aspecten van preventie. Ex-Kamerlid Sap, die is opgeleid als econome, rekende de aanwezigen voor dat de uitgaven aan preventie door de overheden in Europa in de afgelopen tien jaar niet zijn toegenomen, maar eerder afgenomen, ook in Nederland. De meest recente schattingen voor Nederland dateren echter van 2007. Toen werd zo’n 13 miljard euro aan preventie uitgegeven, waarvan 10 miljard euro buiten de zorg (zoals aan luchtverbetering) en 3 miljard in de zorg, waarvan een half miljard voor leefstijl. ‘Dat is miniem als je kijkt naar de totale bedragen in de zorg’, aldus Sap. ‘Eigenlijk wordt er in de hele breedte in Europa bezuinigd op preventie. Er is in de afgelopen jaren wel meer aandacht voor preventie en voor de inhoud in het zorgdebat gekomen en dat is positief. Tot 2012, toen ik de politiek verliet, ging het vooral om de kosten in de zorg, nu gaat het vaker over waar het over hoort te gaan, de kwaliteit van de zorg.’

Vragen aan Kamerleden
In de afsluitende forumdiscussie van de conferentie werden de onderwerpen benoemd voor vragen aan de Kamerleden die verstek moesten laten gaan. Jan-Joost Meijs van Gezondheidscentrum de Roerdomp in Nieuwegein bracht in te vragen of de Kamerleden bereid zijn een persoonlijk gezondheidsbudget toe te kennen aan inwoners c.q. patiënten van proeftuinen, om de regie nog meer bij de patiënt te leggen. Bij bereikte gezondheidsdoelen kan een budget naar zijn idee weer worden opgeladen. Het budget kan bijvoorbeeld betrekking hebben op stoppen met roken of het krijgen van een gezondere leefstijl.

Een tweede vraag kwam van Erik Kramer van zorgverzekeraar Zorg en Zekerheid. Als lid van een van de negen proeftuinen pleit hij ervoor om de deelnemers in de proeftuin meer regelvrijheid te geven. Daarbij doelde hij op een behaalde besparing van circa 1 miljoen euro in zijn regio op de verstrekking van medicijnen (statines), dankzij de slimme combinatie van ‘big data’. Nu zijn er beperkingen, bijvoorbeeld omdat met het miljoen geen trapveldje in de buurt kan worden aangelegd en “eigen” besparingen vervolgens kunnen leiden tot een verdere korting op het bestaande budget.

Pauline Terwijn, bestuurder van de Overijsselse Saxenburgh-groep, stelde de vraag welke prikkels aan zorgverzekeraars gegeven kunnen worden opdat ze meer afspraken gaan maken over preventie, desnoods gekoppeld aan een toets op effectieve uitkomsten ervan. Uit het publiek kwam nog de vraag naar voren hoe er druk gelegd kan worden op andere departementen, behalve VWS, om ook daar accenten te leggen op preventie, zoals Verkeer en Waterstaat en Onderwijs. Ook werd nog aangedrongen op de mogelijkheden van fiscale gezondheidspolitiek, bijvoorbeeld door accijnsverhoging voor ongezonde producten te bekijken of de instelling van minimumprijzen (bijvoorbeeld voor alcohol). Eerder op de dag kwam al aan bod of er een preventiefonds zou moeten komen dat mogelijk als vliegwiel kan functioneren en of een mogelijk opgerekte Zorgverzekeringswet kan worden omgebogen naar een Gezondheidswet.

Op basis van de conferentie worden de vragen aan de Kamerleden geformuleerd, met als doel preventie in de zorg aan te zwengelen en te komen tot meer gezondheid. Als de vragen door de Kamerleden zijn beantwoord, zullen ze op de website van de Preventie Conferentie verschijnen (www.preventieconferentie.nl).

Proeftuinen
Verdeeld over Nederland zijn er negen officiële proeftuinen door het ministerie van VWS aangewezen die zijn gericht op zogenoemde populatiegebonden zorg. Het is de bedoeling dat er kennis en ervaring wordt opgedaan met een andere structuur (en financiering) van gezondheidszorg. De proeftuinen worden gemonitord en gebruikt om lering uit te trekken voor de rest van de zorgsector. De focus moet liggen op het bevorderen van de eigen regie van mensen, integrale en gepaste zorgverlening en preventieve zorg. Ook gaat het om kostenbeheersing, bij gelijkblijvende of betere zorg. De proeftuinen zijn in principe voor drie jaar benoemd. Hoewel ze in 2013 officieel zijn aangewezen door VWS, is in een aantal regio’s het initiatief om tot populatiegebonden zorg te komen al eerder ingezet. Door de officiële benoeming heeft het ministerie van VWS bevestigd aan deze initiatieven waarde te hechten, maar er zijn geen extra financiële middelen voor uitgetrokken. (zie ook: www.rijksoverheid.nl/documenten-en-publicaties/kamerstukken/2013/04/23/kamerbrief-over-proeftuinen-en-pilots-betere-zorg-met-minder-kosten.html)

Dit artikel verscheen in Voeding Nu nummer 12 van december 2014 op bladzijde 20

Reageer op dit artikel