artikel

Veel discussie over nieuw kompas voor gezonde en duurzame voedingsmiddelen *

Voedingsbeleid

Veel discussie over nieuw kompas voor gezonde en duurzame voedingsmiddelen *

De Verenigde Staten herijken momenteel de bestaande voedingsrichtlijnen, een proces dat in Nederland net is afgerond. Het proces dat vooraf gaat aan nieuwe richtlijnen in de VS laat zien dat het vaststellen van richtlijnen voor een gezonde voeding complex is. Zo zijn er meningsverschillen tussen wetenschappers en is er onzekerheid over wat bedrijven mogen verwachten. Het Amerikaanse advies over een goede voeding duidt op nieuwe inzichten, maar het laatste woord is er nog niet over gezegd. Hoe gaat het er aan de andere kant van de Atlantische oceaan aan toe?

Sinds februari dit jaar weten we ongeveer wat Amerikaanse deskundigen onder een gezonde voeding verstaan. De Amerikaanse ministers van Volksgezondheid en van Landbouw ontvingen toen het niet-bindende advies, van 571 pagina’s, van de Amerikaanse Adviescommissie Voedingsrichtlijnen. Amerikanen moeten volgens dit advies meer plantaardige voedingsmiddelen en minder rood en verwerkt vlees gebruiken. In het algemeen moeten Amerikanen de inneming van energie, zout, verzadigd vet, geraffineerde graanproducten en toegevoegde suikers beperken en meer groente, fruit en volkoren graanproducten gaan eten. Een aanbeveling over cholesterol blijft achterwege omdat het bewijs voor een verband tussen de cholesterol-inneming en het bloedcholesterol te zwak is. Dit betekent dat de consumptie van eieren, de belangrijke bron van cholesterol, geen probleem meer vormt en dat was in het vorige advies nog wel het geval. De adviescommissie plaatst in haar rapport kanttekeningen bij het gebruik van laagcalorische zoetstoffen (vooral aspartaam), cafeïne-inneming via zogenaamde energiedranken en zij wil extra belasting heffen op met suiker gezoete dranken.

Forse kritiek
Na het openbaar maken van het Amerikaanse advies is daarop stevige kritiek geuit door vooral de vleesindustrie en de drankensector. De vleesindustrie vindt de aanbevelingen over vleesconsumptie fout en onzinnig. Vlees bevat relatief veel voedingsstoffen die Amerikanen nodig hebben. Verder gaat de commissie, volgens de vleessector, haar boekje te buiten met de beoordeling op duurzaamheid. Volgende de vleessector staat duurzaamheid niet in de opdracht, is de commissie niet deskundig op dit terrein en beschikt de commissie ook niet over voldoende bewijs. Dezelfde argumentatie hanteert de drankensector bij belasting heffen op met suiker gezoete dranken en bij de beoordeling van de veiligheid van cafeïne en zoetstoffen. De drankensector wijst er fijntjes op dat in Amerika de Food and Drug Administration (FDA) verantwoordelijk is voor de beoordeling van het veilig gebruik van zoetstoffen en cafeïne.

Maatschappelijke betrokkenheid
Met de nieuwe voedingsrichtlijnen zijn grote economische belangen gemoeid. Aanbevelingen die consumenten opvolgen zorgen voor verschuivingen in de vraag naar voedingsmiddelen. Vorige voedingsadviezen hebben ervoor gezorgd dat er veel light-versies van producten op de markt zijn gekomen. Bij vet en zoetstoffen zet de Amerikaanse adviescommissie nu vraagtekens. Wanneer deze adviezen in de formele richtlijnen terechtkomen heeft dat gevolgen voor de vraag naar voedingsmiddelen en voor productinnovaties.

De maatschappelijke betrokkenheid bij de nieuwe richtlijnen is veel groter dan in het verleden. De Amerikaanse aanbevelingen worden iedere vijf jaar herijkt op basis van de laatste wetenschappelijke stand van zaken. Vijf jaar geleden hebben circa 2000 Amerikanen een reactie op de voedingsrichtlijnen ingestuurd. Voor de richtlijnen, die later dit jaar verschijnen, zijn ongeveer 29.000 Amerikanen in de pen geklommen. Onduidelijk is welk effect dat heeft op de definitieve Amerikaanse voedingsrichtlijnen. Dat geldt ook voor het kritische commentaar van onderzoeksjournalist Nina Teicholz in The BMJ (het vroegere British Medical Journal) van afgelopen september. Zij vindt dat de adviescommissie selectief winkelt in de literatuur en daardoor tot verkeerde conclusies komt. Dariush Mozaffarian, verbonden aan Tufts University in Boston, en David S. Ludwig, verbonden aan Boston Children’s Hospital, stellen dat we aan de vooravond staan van een belangrijke advieswijziging. Medio dit jaar publiceerden zij hun artikel ‘The 2015 US Dietary Guidelines: Lifting the Ban on Total Dietary Fat’ in het toonaangevende tijdschrift The Journal of the American Medical Association. In dat artikel schrijven zij dat de voedingsrichtlijnen terecht geen beperking oplegt aan de totale hoeveelheid vet in de voeding. Vetreductie verlaagt volgens hun ook de consumptie van gezonde onverzadigde vetten uit noten, plantaardige oliën en vis. Het loslaten van een plafond aan de hoeveelheid energie uit totaal vet is een breuk met eerdere voedingsadviezen, dat in Amerika 35 jaar en in Nederland bijna 30 jaar stand heeft gehouden. Volgens de Nederlandse Richtlijn voor totaal vet uit 2006, die nu nog van kracht is, moet 20-40 procent van de energie afkomstig zijn van vet. Bij mensen met (neiging tot) overgewicht moet dat 20-35 energieprocent zijn.

Hoorzitting van Amerikaanse Congres
De discussies over de voedingsrichtlijnen zijn in Amerika zo hoog opgelopen dat er begin september 2015 een politieke hoorzitting in het congres plaatsvond. Toen moesten de ministers van Volksgezondheid, Sylvia Burwell, en van Landbouw, Tom Vilsack, zich verantwoorden voor de Landbouwcommissie van het Amerikaanse congres. Diverse congresleden drukten Burwell en Vilsack in de verdediging door de wetenschappelijke basis van de voedingsrichtlijnen ter discussie te stellen. Nieuw onderzoek zet vraagtekens bij vorige adviezen, zoals die over vet. Diverse congresleden trekken daarom de degelijkheid van de nieuwe adviezen in twijfel. Waarom kloppen de adviezen nu wel en hoe weten de ministers zeker dat de adviezen juist zijn? Vilsack beaamt dat bewijzen veranderen in de tijd en niet altijd eenduidig zijn. Hij verdedigde zich door te stellen dat het beste beschikbare bewijs is gebruikt voor het opstellen van de voedingsrichtlijnen. Beide ministers gingen niet in op specifieke inhoudelijke aanbevelingen. Die houden ze nog even onder de pet. Mede door druk van de vleesindustrie hebben de ministers wel besloten om in de definitieve richtlijnen geen rekening te houden met de duurzaamheid van de voedselproductie, wat wel de insteek was van de adviescommissie.

Dit artikel verscheen in Voeding Nu nummer 11 van november 2015 op bladzijde 12

Reageer op dit artikel