artikel

Voeding en gezondheid hoog op agenda van politieke partijen

Voedingsbeleid

Voeding en gezondheid hoog op agenda van politieke partijen

Op 15 maart is het zover: dan vinden de landelijke Tweede Kamerverkiezingen plaats. Politici slijpen alvast de messen en debatteerden onlangs nog in perscentrum Nieuwspoort over gezonde en duurzame voeding.

Voeding Nu wilde weten wat de standpunten van de verschillende politieke partijen zijn over voeding en gezondheid. Verschillende Kamerleden geven hun visie.

Het kabinet was in 2016 behoorlijk actief op het gebied van voeding. Staatssecretaris Martijn van Dam liep afgelopen jaar van de ene voedingsbijeenkomst naar de andere. Zo lanceerde hij het platform Nederland Voedselland, een platform waarmee de Nederlandse voedingsindustrie de dialoog wil aangaan met de maatschappij. Ook bezocht hij een exportbijeenkomst voor de vleessector, ging hij aan de slag met het opzetten van een voedseldatabase en sprak hij lovende woorden over biologisch voedsel tijdens een bijeenkomst in Amsterdam.

Ook collega bewindspersoon Edith Schippers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport verveelde zich niet. Ze stelde een voedings-app voor ter vervanging van het Vinkje en sprak zich krachtig uit tegen voedselfraude. In het voorjaar van 2016 toen Foodwatch fel campagne voerde tegen minerale oliën in verpakkingen, overwoog de VVD-minister zelfs even naar het wapen van wetgeving te grijpen. De aandacht voor voedsel blijft voorlopig gegarandeerd. Schippers en Van Dam willen dat Nederland voorop blijft lopen met innovatieve, gezonde producten met meer groente en plantaardige eiwitten, zo schreven ze in november 2016 in een brief aan de Tweede Kamer. In het document berichtten zij over de voortgang van de Voedselagenda voor veilig, gezond en duurzaam voedsel. Tijdens de Nationale Voedseltop op 26 januari werd, vanuit de overheid, met verschillende partijen gedebateerd over de transitie naar een duurzaam, gezond en veilig voedselsysteem. Het lijkt erop dat de aandacht voor voeding onder een nieuw kabinet niet zal verzwakken. Uit een rondgang langs verschillende Kamerleden blijkt dat voeding breed leeft. Meer gezonde productontwikkeling is nodig en meer aandacht voor preventie, vinden de meeste parlementariërs.

Renske Leijten, Tweede Kamerlid Socialistische Partij (SP), woordvoerder zorg

Lachende gezichtjes op verpakkingen en tekenfilmfiguurtjes in zakken snoepgoed: de voedingsindustrie is uitermate effectief om jonge kinderen te verleiden. ‘Voor je het weet liggen er zo allemaal van die lekkernijen in het winkelwagentje’, ervaart Kamerlid Renske Leijten als ze met haar twee jonge kinderen in de supermarkt boodschappen doet. ‘De voedingsindustrie weet kinderen op deze manier al op jonge leeftijd merktrouw te maken. Daar komt bij dat kinderen onder de zestien nog geen goede keuzes kunnen maken.’ Maar hebben de ouders hier dan geen verantwoordelijkheid? ‘Ik heb ook momenten van zwakte en geef ze wel eens ongezonde dingen’, geeft de politica toe. Om altijd gespitst te zijn op gezonde producten is niet reeel, vindt de nummer twee op de lijst voor de Tweede Kamerverkiezingen. Daar maakt de voedingsindustrie gebruik van, stelt ze. Het is de taak en de verantwoordelijkheid van de voedingsindustrie om producten gezonder te maken: minder zout, suiker en vet. Suiker werkt “verslavend” en voedingsbedrijven stoppen er wel erg veel van in hun producten, vindt ze. Ze pleit voor wetgeving om gezonde productontwikkeling af te dwingen. Laat de “vervuiler” maar betalen, meent Leijten. Ze acht voedingsbedrijven grotendeels verantwoordelijk voor de ongezonde leefstijl van Nederlanders en de daaruit voortvloeiende chronische ziekten. Logo’s en apps helpen niet om consumenten een bewustere keuze te laten maken, geeft de volksvertegenwoordigster aan en voegt daaraan toe dat ze blij is dat het Vinkje verdwijnt. ‘De overheid moet met de industrie afspraken maken of bedrijven simpelweg gewoon opleggen om gezondere producten te maken.’ Leijten maakt zich zorgen over de groeiende sociaaleconomische gezondheidsverschillen. ‘Lager opgeleide mensen gaan zeven jaar eerder dood. Ze hebben vaak een slechtere gezondheid door het eten van ongezonder voeding. De overheid moet deze sociaaleconomische verschillen van verschillende groepen in de samenleving verkleinen door maatregelen te nemen die voeding gezonder maken. Zo moet gezondere producten goedkoper worden.’

Corinne Ellemeet, kandidaat-Kamerlid Groenlinks(nummer 7)

In de veelal ongezonde omgeving waarin we leven en verleiding op bijna iedere hoek van de straat op de loer ligt, is een actieve overheid nodig om die omgeving gezonder te maken, stelt Ellemeet. Want gezonde voeding is een belangrijk onderdeel van de brede preventieagenda, vindt ze. Ongezond zijn, is meer dan het fysieke alleen. ‘Het belemmert je in je ontwikkeling, in werk en onderwijs; het belemmert je in het leggen van contacten. We hebben het hier over een emancipatievraagstuk. ’De regering heeft overduidelijk aandacht voor voeding, maar is te veel van de zelfregulering. De bestaande convenanten, zoals het Akkoord Verbetering Productsamenstelling, sorteren onvoldoende effect, geeft Ellemeet aan. ‘We moeten dus kijken naar effectiever vormen van samenwerking tussen overheid en bedrijfsleven, waarbij die eerste zeker niet moet terugdeinzen voor wettelijke normen op het gebied van zout, suiker en vet.’ Ellemeet mag dan niet onwelwillend staan tegenover wettelijke maatregelen om voeding gezonder te maken, ze is bijvoorbeeld niet per definitie voor het gelijk invoeren van een suikertaks op producten. ‘Je moet eerst goed onderzoeken of dit daadwerkelijk effectief kan zijn.’ Wat zeker effectief is in het maken van gezondere keuzes, is het stoplichtsysteem: zo confronteer je consumenten direct met hun keuzes. ‘Ze staan er vaak niet bij stil hoeveel suiker, zout en vet er in producten zit.’ De keuzes van consumenten worden vaak gestuurd door obesogene omgeving die de markt creëert. Een rookvrije horeca en minder verkooppunten van “ongezonde” producten kunnen helpen consumenten wat gezonder te maken. ‘Mensen maken hun eigen keuzes. Ik ontsla ze niet van hun eigen verantwoordelijkheid.’ Maar ze hebben wel hulp nodig van bijvoorbeeld de overheid en ook andere partijen. Ellemeet ziet een grote rol weggelegd voor de huisarts. Zij moeten meer ruimte krijgen om het gesprek aan te gaan over de gezondheid van hun patiënten. De huisarts moet niets gaan verbieden, maar patiënten juist motiveren om gezonder te gaan leven. ‘Als patiënten dan zelf realiseren wat hen ongezond maakt, is de kans groot dat ze daar samen met de huisarts aan wil werken.’

Marith Volp, Tweede Kamerlid, Partij van de Arbeid (PVDA), Woordvoerder Zorg

Het gezonder maken van de bevolking begint dicht bij huis. Meer aandacht voor een gezonde leefstijl in wijken en buurten is nodig. Kijk bijvoorbeeld naar de Cruyff Courts die zijn neergezet door de Cruyff Foundation, de non-profitorganisatie opgezet door wijlen ex-topvoetballer Johan Cruyff. ‘Jongeren gaan meer bewegen, hebben een eigen plek en schoppen minder onrust in de wijk.’ Ze pleit voor het opzetten van gezondheidsprogramma’s in wijken. De ouders van kinderen in verarmde wijken kunnen de contributie van een sportclub vaak niet eens betalen en daar komen dan ook nog een trainingspak en schoeisel bij. ‘In deze regering is geen geld voor dit soort zaken’, zegt Volp. Alle bedrijven en organisaties kunnen helpen om wijkbewoners gezonder te maken. Ondanks haar Kamerlidmaatschap werkt de politica nog steeds een keer per twee weken als huisarts. ‘Een keer per week wandelen de fysiotherapeut en de doktersassistente uit de praktijk met de buurtbewoners. Bewegen op recept noem ik dat.’ Behalve dat wandelen gezond is, schept het ook verbondenheid tussen de wijkgenoten. Een andere wijkaanpak die de saamhorigheid en gezondheid verbetert, is het koken via een app. ‘Sommige bewoners koken wat meer dan ze nodig hebben. Anderen kunnen dan via de app eten bestellen bij de buren.’

Volp is geen voorstander van wetgeving om voedingsmiddelen gezonder te maken: het is niet alleen de stok die werkt, maar ook de wortel. ‘Maak er iets positiefs van. Laat als samenleving merken dat je geen zoete, zoute en vette producten meer wilt. Scholen kunnen bijvoorbeeld ouders verbieden om hun kinderen zoete tussendoortjes mee naar school te laten nemen. Daar begint het mee.’ Ook voor zorgverzekeraars ziet de huisarts een rol weggelegd. Ze denkt dan aan preventieprogramma’s. ‘Geef verzekerden korting op sportscholen. Gelukkig gebeuren dit soort dingen ook al.’

Carla Dik-Faber, Tweede Kamerlid, Christenunie, woordvoerder Zorg en Landbouw

Ze is helemaal niet voor wetgeving om voedingsmiddelen gezonder te maken, eerder voor zelfregulering. Maar het geduld van Carla-Dik Faber raakt nu wel op: de productsamenstelling moet beter, de verbeteringen die de voedingsindustrie aanbrengt zijn te minimaal en er is te weinig gevoel voor urgentie. Ze wil daarom de macht van de stuurgroep binnen het Akkoord Verbetering Productsamenstelling breken. De partijen in de voedselketen hebben in deze overeenkomst doelen afgesproken om suiker, zout en vet in voedingsmiddelen te verminderen. De stuurgroep binnen het samenwerkingsverband met vertegenwoordigers uit de voedselketen stelt de maximumgehaltes vast aan zout, verzadigd vet en calorieën (suiker en vet) op basis van advies van de wetenschappelijke advies commissie. ‘Maar de stem van de stuurgroep is doorslaggevend. Wij willen juist dat de wetenschappelijke commissie leidend wordt in het Akkoord Verbetering Productsamenstelling. Hun advies moet bindend zijn. De partijen uit de voedselketen moeten zich dus gaan houden aan de maximum normen die de wetenschappelijke adviescommissie opstelt.’ Dik-Faber vindt dat de voedingsindustrie de gezondheidssituatie in Nederland te rooskleurig voorstelt. Zij wijst op ouderdomsdiabetes die ook onder kinderen en veertigers bezig is aan een opmars. ‘Het belang van de volksgezondheid is groter dan dat van de voedingsindustrie. We willen dus dat ze grotere stappen gaat zetten. De voedingsindustrie moet het maar eens gaan waarmaken.’

De volksvertegenwoordigster neemt het woord ‘sluipsuikers’ regelmatig in de mond. Suiker zit bijna in elk product. Zonder dat consumenten het weten krijgen ze hierdoor ongemerkt veel calorieën binnen. De Consumentenbond heeft weleens onderzocht dat er zo’n vijftig verschillende benamingen zijn voor suiker. ‘Al die verschillende benamingen hiervoor, zoals glucose, dextrose en fructose: je moet het als consument allemaal maar weten. Informatie over suiker moet gewoon helder op het etiket staan.’ Voor Dik-Faber is duidelijk wat er moet gebeuren in het komende kabinet: er moet een ministerie van Voedsel komen, de positie van boeren moet verbeteren, de waardering voor voedsel moet groter en de productsamenstelling moet significant verbeterd.

Pia Dijkstra, Tweede Kamerlid D66, woordvoerder Zorg

D66 staat erom bekend een “eurofiele” politieke partij te zijn. Het gezonder maken van voedingsmiddelen of het maken van de gezonde keus moet dan ook op Europees niveau worden geregeld, stelt Dijkstra. Ze denkt dan niet aan een Europees Vinkje of een Europese app: ‘Ik zie niet iedereen met een smartphone in de hand boodschappen doen.’ Ze hoopt op een Europees stoplichtsysteem. In belastingen op voeding gelooft de voormalige nieuwslezeres niet. ‘Maak ongezonde ingrediënten gewoon duurder.’ Dijkstra hanteert de mantra: voorkomen is beter dan genezen. Ze heeft het dan over ‘gezondheidsbescherming.’ Begin daarvoor met het geven van het vak gezondheidsleer op de basisschool. ‘En niet “een keertje” nee, structureel. Op jonge leeftijd gezond gedrag aanleren, heeft positieve gevolgen later in het leven. Ik was laatst op bezoek op een school waar de kinderen werd geleerd dat er suiker in vleeswaren zit en zout in gebak. Hier is echt nog een wereld te winnen.’

Juist omdat het lastig is een gezonde leefstijl vol te houden, is het belangrijk om hier jong mee te beginnen, weet Dijkstra: dan houd je deze manier van leven langer vast. Haar eigen kinderen studeren en die eten gerust weleens een pizza. ‘Maar ze hebben ook behoefte aan gezonde voeding, omdat ze gewoon met dit onderwerp bezig zijn; ze zijn ermee opgegroeid.’

In het nieuwe kabinet zal preventie een absoluut speerpunt zijn voor D66. Dijkstra zal er alles aan doen om de samenwerking tussen verschillende partijen in de samenleving te bevorderen om te komen tot goede preventieprogramma’s. ‘Laatst was ik in een sportschool in Arnhem. Daar hadden diëtisten en fysiotherapeuten sportprogramma’s ontwikkeld voor bewoners uit achterstandswijken. Die bewoners hadden allemaal suikerziekte. Maar door het sporten hoefden ze na verloop van tijd geen insuline meer te spuiten.’ Dijkstra gaat verder: ‘De programma’s waren wel dusdanig ingericht dat de mensen het sporten ook volhielden. Daar gaat het om: je moet een gezonde leefstijl wel volhouden.’ Beter worden door meer activiteiten te ontplooien. Een betere motivatie is er niet, aldus het Kamerlid.

Erik Ziengs, Tweede Kamerlid VVD, woordvoerder Economische Zaken en Preventie

Ziengs maakt zich vooral zorgen om wat er op de verpakkingen staat. Vaak worden consumenten misleid waar ze bij staan. Het wordt tijd dat de branches met elkaar om tafel gaan om de etikettering eens goed te regelen, om zo misleiding tegen te gaan. ‘Als er een grote aardbei op de verpakking staat en er zit nauwelijks aardbei in, dan word je belazerd.’ Consumenten moeten een geïnformeerde keuze kunnen maken en daarvoor is een app uitermate geschikt. ‘Je kunt niet alles op het etiket kwijt. Ik gebruik bijvoorbeeld een calorie- app. Door het scannen van het product zie ik in een oogopslag wat er inzit aan calorieën.’ Etiketten zijn zo overvol, je kunt door al die kleine lettertjes nauwelijks lezen wat er in het product zit, aldus de liberaal. Het scannen met of zonder app is daarom de toekomst. Ziengs is voor zelfregulering door de voedingsindustrie en een stapsgewijze reductie van zout, suiker en vet uit voedingsmiddelen, zodat consumenten langzaam kunnen wennen aan de veranderende smaak en textuur. Hij was enige tijd geleden bij een Groningse mosterdproducent die radicaal een groot deel van het zout uit zijn product haalde. ‘De verkopen liepen drastisch terug en de consument kocht de mosterd van de concurrent.’ Ook bij bijvoorbeeld kaas is zout nog belangrijk voor de conservering en de textuur. Allemaal redenen om de reductie van zout, vet en suiker stapsgewijs te verlagen. De VVD ziet niets in belastingen en wetgeving om voedingsmiddelen gezonder te maken. ‘Consumenten kunnen heel goed hun eigen keuzes maken, mits het duidelijk is welke ingrediënten er in producten zitten en wat de voedingswaarden zijn.’

Reageer op dit artikel