artikel

‘Diëtistes zijn vrouwen’

Voedingsbeleid

In de tachtigjarige geschiedenis van Voeding (Nu) wordt de rol van de diëtist veelvuldig belicht. Wat was hun maatschappelijke taak (1948)? Wat was de uitkomst van het eerste Internationale Diëtetiek Congres (1953)? Hoe dacht de Voedingsraad in 1962 over de opleiding van mannelijke diëtisten en hoe werd er in de jaren 70 gedacht over de taak en opleiding van de diëtisten met betrekking tot de volksgezondheid? De rest is geschiedenis.

‘Diëtistes zijn vrouwen’

‘Diëtistes zijn vrouwen, die zich in het bijzonder hebben toegelegd op de beoefening der voedings- en dieetleer, teneinde arts en patiënt bij een dieetbehandeling behulpzaam te zijn.’ Zo wordt het beroep van diëtist omschreven in de februari-editie van Voeding in 1940. Het artikel is getiteld Opleiding en werking der diëtiste in de Vereenigde Staten van Amerika. Door dokter Groen wordt besproken dat het beroep van nutritionist of dietician bij ons nog niet zo bekend is; in Amerika daarentegen ‘is het beroep in korten tijd tot grooten bloei gekomen’. Geen groot ziekenhuis in de VS mist een diëtist en veel geneeskundige instellingen hebben er een in dienst. De diëtisten daar hebben ook al hun eigen vakvereniging als het beroep hier nog in de kinderschoenen staat. The American Dietetic Association wordt opgericht op 20 oktober 1917, met 4000 leden in 1940 en voert dan al een eigen tijdschrift: The Journal of the American Dietetic Association, met zowel praktische als wetenschappelijke voedingsleer. Er zijn dan al vijftig opleidingen, gelieerd aan universiteiten, waarmee je diëtist kunt worden. Alleen als je meisje bent weliswaar en je de middelbare school goed hebt doorlopen en exacte vakken gevolgd hebt. Wie 21 is geworden, kan dan aan de eigenlijke opleiding tot diëtiste beginnen met als standaardvakken: geneeskundige wetenschappen;fieldwork (bezoek k aan ziekenhuizen, horeca, enzovoorts); kookk k kunst voor inrichtingen (waaronder leer over het bewaren van voedsel); speciale diëtetiek (diëten bij zieken); kindervoeding en opleiding. Dat laatste is nodig omdat ‘de diëtiste in staat moet zijn haar opvolgsters en den verpleegsters van het ziekenhuis les te geven in voedingsleer.’ En dat alles wordt in ongeveer een jaar bijgebracht. Een staatsdiploma is er dan nog niet, maar de diëtisten kunnen in verschillende ‘milieus’ aan de slag: als ziekenhuisdiëtiste, polikliniekdiëtiste, public health nutritionist, laboratoriummedewerker of hoofd van de huishouding in een kinder- of studenteninternaat. Als er in de VS jaarlijks al zo’n 400 diëtisten afstuderen, is er in Nederland op bescheiden schaal ‘voor eenige jaren een diëtistencursus opgericht. Er zijn echter aanwijzingen genoeg, dat ook in Nederland in de naaste toekomst de diëtiste de haar toekomende plaats in het voedingsbedrijf zal veroveren’, aldus Groen.

De diëtiste in Nederland

In dezelfde uitgave schrijft Diny ten Haaf, hoofd van de Keuken en Diëtiste van de Ziekenverpleging Prinsengracht te Amsterdam, een artikel over De diëtiste in Nederland, waarin ze ingaat op het stuk van Groen en de beroepsmogelijkheden. Al in 1934 wordt er in Nederland over gedacht om kandidaten voor het examen Koken en Voedingsleer te vormen tot diëtistes. ‘Enerzijds was het de bedoeling den medicus te voorzien van goed onderlegde hulpkrachten, die hem terzijde konden staan bij de practische uitvoering van zijn voedingsvoorschriften.’ Anderzijds biedt het nieuwe wegen voor hen die opgeleid zijn in de kook- en voedingsleer. Er komt in de jaren 40 een cursus die gevolgd kan worden aan de Nieuwe Huishoudschool in Amsterdam, van half september tot juni om precies te zijn. De zogenoemde NVIII-acte dient als basis. Dit is een bestaande vierjarige kandidaatsopleiding met aandacht voor voedingsleer, warenkennis, receptenleer en koken. Daarna is het volgens Ten Haaf mogelijk ‘om in één jaar tijds aan cursisten voldoende inzicht te geven in het werk, dat van haar als diëtiste zal worden gevraagd’. Als voetnoot staat er in het artikel dat kandidaten zich voor de diëtistencursus kunnen aanmelden bij mejuffrouw M.D. Wittop Koning, die met de opleiding voor het exx x amen voor de NVIII-acte is belast. De nieuwe cursus voor diëtisten ‘wordt een maal per week te Amsterdam gegeven, met dien verstande, dat in de tusschenliggende dagen de diverse opgaven thuis worden uitgewerkt’.

Leerstof

De leerstof bevat de behandeling van een normale voeding en de kennis om diëten mee te berekenen. Medische medewerkers van de opleiding geven inzicht in ziekten die voor een dieet in aanmerking komen. De cursisten moeten van het dieet een aantal voorbeelden thuis uitwerken ‘met nauwkeurige berekening van de voedingswaarde, uitgedrukt in calorieën, in eiwit, vet en koolhydraten, in mineralen en in vitamines, vaak ook met inachtneming van den voor de grondstoffen besteden prijs. Op den woensdagmorgen worden deze uitgewerkte voorbeelden besproken en beoordeeld door mejuffrouw Wittop Koning; daarop volgt een uur administratie, boekhouding en economie door mevrouw Polak; de vroege avonduren zijn bestemd voor het behandelen van de medische onderwerpen. Op deze wijze is het, ook voor deelneemsters uit veraf gelegen plaatsen, mogelijk lessen te volgen zonder verplicht te zijn om in Amsterdam te overnachten’. Als toekomstige werkkring wordt vooral de dieetkeuken van een ziekenhuis genoemd. ‘En als de teekenen niet bedriegen, dan mogen we verwachten, dat binnen afzienbaren tijd zich de meeste ziekeninrichtingen in een dergelijke gespecificeerde keukenafdeeling zullen verheugen’, aldus Ten Haaf. Ze legt verderop uit met wie de diëtiste allemaal te maken krijgt: arts, patiënt en hoofdverpleger. Ze denkt niet dat we in Nederland al toe zijn aan een ‘universitaire opleiding, zooals in de Verenigde Staten, en het is zeer de vraag of zulk een uitgebreide studie voor ons land gewenscht zou zijn’.

Vakgroep

Om kennis en ervaring uit te wisselen, wordt al wel een ‘vakgroep voor diëtistes’ opgericht, onderdeel van de ‘vakgroep van leeraressen in koken en voedingsleer. Vergeleken bij de ruim 400 diëtistes die in de Vereenigde Staten jaarlijks haar diploma behalen, is het aantal cursisten hier te lande nog klein: de kiem is echter gelegd en het pionierswerk is in vollen gang’. We schrijven 1940, inmiddels zijn er vijf hbo-opleidingen Voeding en Diëtetiek die volop samenwerken met universiteiten en zijn de eerste twee hoogleraren die vanuit de diëtetiek aan de slag gaan aanstaande.

Mannen in het diëtistenvak

Het is duidelijk dat voeding en diëtetiek van het begin af aan vooral het domein van vrouwen is, maar in 1962 schrijft de toenmalige Voedingsraad, het adviesorgaan van de regering, een brief aan de verantwoordelijke minister waarin de ‘latent bestaande behoefte aan mannelijke diëtisten’ wordt aangekaart. De dan bestaande opleidingen worden voor mannen minder geschikt geacht. ‘Om diëtist te kunnen worden, wordt als vooropleiding de akte NXII of NXIX geëist, eventueel de door het Nijverheidsonderwijs in het leven geroepen bijzondere vooropleiding voor de vorming tot diëtiste. Dit onderwijs is geheel op meisjes ingesteld en tot nu toe heeft slechts één man genoemd onderwijs (met vrucht) gevolgd.’ Gezocht naar een opleiding die voor meer mannelijke diëtisten kan zorgen, wordt gedacht aan de Hogere Hotelvakk k school. Tegenwoordig zijn jongens en meisjes, mannen en vrouwen samen te vinden op de opleidingen Voeding en Diëtetiek, al zijn de mannen nog steeds in de minderheid.

Internationaal congres

Er mag dan nog geen mannenopleiding voor diëtisten zijn, de ontwikkeling van de diëtetiek komt in de jaren van wederopbouw in Nederland in volle gang. Er wordt een associatie van diëtisten opgericht waarvan de ambities vrij snel internationaal zijn, want in 1953 al organiseert de Nederlandse vereniging van diëtisten met succes het eerste Internationale Diëtetiek Congres. Daarmee is de kiem gelegd voor de huidige Internationale Confederatie van Diëtistenverenigingen (ICDA). Hiervan zijn tegenwoordig in zo’n vijftig landen organisaties van diëtisten en voedingskundigen lid. ICDA vertegenwoordigt wereldwijd zo’n 200.000 diëtisten. Het eerste congres vindt dus plaats in Amsterdam. De Nederlandse diëtisten worden alom geprezen om de organisatie en het bijeenbrengen van de internationale experts. In een slotwoord blikt de Nederlandse voorvrouw van de diëtisten, N. van den Broek, terug op het congres en daarbij geeft ze aan dat er internationaal nog veel geëxperimenteerd wordt om te komen tot efficiënte opleidingsprogramma’s voor diëtisten. Een van de prominente sprekers is de voorzitter van de FAO, de voedsel- en landbouworganisatie van de Verenigde Naties, professor Josué de Castro. Hij gaat in op de wereldvoedselpolitiek en honger, een onder
Wellicht werp dat hij nog uitvoeriger behandelt in een artikel in het tijdschrift Voeding. Daarin schrijft hij dat de ‘wetenschappelijke principes van de diëtetiek niet zinvol voor de verschillende volken in de wereld kunnen zijn als er geen goed wereldwijd voedingsbeleid wordt gevoerd’.

Anno nu

Ondervoeding is anno nu wereldwijd nog steeds een probleem, maar daar is de kwestie van overgewicht en obesitas in de loop der jaren bijgekomen, ook wel de double burden of malnutrition genoemd. Je zou zeggen dat we met zijn allen wijzer geworden zouden moeten zijn, maar vooralsnog lijkt het er niet op dat een gedegen voedingsbeleid vanuit internationale overheden het verschil gaat maken bij de oplossing van aan voeding gerelateerde problemen. Afgelopen maand nog hebben maatschappelijke organisaties zich teruggetrokken uit het Europese platform voor Voeding, beweging en gezondheid, omdat ze vinden dat ze te weinig slagkracht hebben in de Europese politiek om de voedingsproblemen mee aan te pakken. Ze vinden zich onvoldoende gesteund en gehoord door de Europese overheid, waardoor een robuuste aanpak van de vermindering van overgewicht, obesitas en niet-overdraagbare aandoeningen niet mogelijk is. Aandacht voor voedingsproblemen is er volop van de diëtisten die nu van de opleidingen voor Voeding en Diëtetiek stromen. Wellicht kunnen ze hun bijdrage aan de oplossing van wereldproblemen meer kracht bijzetten nu ondernemerschap in de laatste jaren steeds meer in het curriculum van de opleidingen is verweven.

Dit artikel verscheen in de printeditie van Voeding Nu, september, nummer 5.

Wil je meer weten over het vak van diëtist in deze tijd? Kom dan naar onze jaarbijeenkomst, waarin 1 parallelsessie over het vak gaat.

Foto: Archief Fotocollectie Rijksvoorlichtingsdienst; Ministerie van Landbouw en Visserij.

 

Reageer op dit artikel