nieuws

Anderhalvelijnszorg als alternatief voor ziekenhuiszorg

Voedingsbeleid

Anderhalvelijnszorg als alternatief voor ziekenhuiszorg
Doctor taking senior woman's blood pressure

Een aanzienlijke daling van de zorgkosten per patiënt, kortere wachttijden en daarnaast ook een toename van de tevredenheid bij patiënten zonder nadelige gevolgen voor de gezondheid. Dit zijn de belangrijkste opbrengsten van een jarenlange proef in Zuid-Limburg met een alternatief voor reguliere ziekenhuiszorg, de zogenoemde anderhalvelijnszorg.

Onderzoekers van de Universiteit Maastricht (UM) evalueerden twee zogenoemde proeftuinen in de zorgsector; Blauwe Zorg in de regio Maastricht-Heuvelland en de proeftuin Mijn Zorg in de regio Oostelijk Zuid-Limburg.In beide proeftuinen richten de samenwerkende partijen zich op anderhalvelijnszorg. In Maastricht werden binnen de proeftuin Blauwe Zorg in 2014 twee zogenoemde Stadspoli’s geopend, in de proeftuin MijnZorg werd later dat jaar het zogenoemde PlusPunt Medisch Centrum geopend.

Laagdrempelige zorg

Naast het aanbieden van laagdrempelige zorg dichtbij huis en het voorkomen van onnodige doorverwijzingen naar het ziekenhuis, is het bij de zogenoemde anderhalvelijnszorg ook de bedoeling dat huisartsen en medisch specialisten van elkaar leren. De huisarts verwijst een patiënt naar de anderhalve lijn waar de patiënt een consult heeft bij een medisch specialist. Na een consult in de anderhalvelijnszorg geeft de medisch specialist een behandeladvies aan de huisarts. Daarin kan de specialist een patiënt retour sturen naar de huisarts of beslissen dat een verwijzing naar het ziekenhuis toch gewenst is.

Minder doorverwijzingen

Uit de evaluatie van beide proeftuinen blijkt dat slechts één op de vijf patiënten wordt doorverwezen naar het ziekenhuis nadat ze een consult hebben gehad in de anderhalvelijnszorg. Bij maar liefst 80% van de patiënten is de zorgvraag beantwoord of is verdere behandeling door de huisarts gewenst.

Minder kosten

Uit de analyse van de Maastrichtse onderzoekers blijkt verder dat de gemiddelde zorgkosten van patiënten die zijn verwezen naar anderhalvelijnszorg lager liggen dan de zorgkosten van patiënten die rechtstreeks naar het ziekenhuis zijn verwezen. Ook constateren zij een toename van de tevredenheid bij patiënten zonder nadelige gevolgen voor de gezondheid.

Niet minder patiënten

De onderzoekers zien dat er (vooralsnog) door het openen van anderhalvelijnscentra niet minder patiënten in de tweede lijn op de poli in de ziekenhuizen gezien worden. Enkel binnen sommige specialismen lijkt er substitutie van zorg plaats te vinden, ook wanneer dit wordt vergeleken met de landelijke trend. De reden van het uitblijven van dit substitutie-effect had in dit onderzoek echter niet de eerste prioriteit.

Meer samenwerking

In hun eindrapport doen de onderzoekers verschillende aanbevelingen om anderhalvelijnszorg een duurzaam alternatief te laten zijn voor zorg die niet per se in het ziekenhuis thuishoort maar daar nu wel vaak wordt aangeboden. ‘Ik ben zeer positief over hoe de verschillende partijen met elk hun eigen belangen dit initiatief hebben opgepakt en vormgegeven’, zegt Dirk Ruwaard, hoofdonderzoeker. ‘Vervolgonderzoek is nodig. Van belang is dat het voor huisartsen duidelijk moet zijn welke patiënten terecht kunnen in de anderhalvelijnszorg. Maar ook dat, meer dan nu het geval is, de specialist in het ziekenhuis aan de hand van de verwijsbrief van de huisarts beoordeelt of de patiënt niet beter gezien kan worden in de anderhalvelijnszorg (zogenaamde terugtriage). Bovendien valt er door betere communicatie, samenwerking en kennisdeling tussen specialist en huisarts nog meer winst te behalen.’

Reageer op dit artikel