artikel

Tweede versie Richtlijnen Voedselkeuze *

Voedingscommunicatie

Tweede versie Richtlijnen Voedselkeuze *

In 2007 bracht het Voedingscentrum de Richtlijnen Voedselkeuze uit, die zijn afgeleid van de Richtlijnen Goede Voeding van de Gezondheidsraad. De Richtlijnen Voedselkeuze vormen het uitgangspunt voor de voorlichting aan consumenten en voor productontwikkelaars in de levensmiddelenindustrie.

Onlangs publiceerde het Voedingscentrum de tweede versie van de RV. De aanpassingen hierin betreffen de criteria voor de driedeling van de productgroepen in respectievelijk: bij voorkeur, middenweg en bij uitzondering, categorie A, B of C. Nieuw zijn de criteria voor samengestelde producten, substitutieproducten en bewerkte producten binnen de basisvoedingsmiddelen (voorheen ‘borderline criteria’ genoemd). Hieronder vallen ook de uitgewerkte criteria voor het indelen van groente- en fruit(producten). Verder zijn een aantal kleinere wijzigingen aangebracht in criteria onder andere als gevolg van reacties van stakeholders.   

De ontwikkeling van de tweede versie van de RV liep parallel met het opstellen van het advies Gezonde voeding: logo’s onder de loep van de Gezondheidsraad (3). In dit advies worden enkele aanbevelingen gedaan voor verbetering bij en toekomstige herziening van de criteria voor de driedeling. Deze betreffen met name de transparantie van het proces en enkele detailopmerkingen rond de afleiding van de criteria. Bespreking van dit advies valt echter buiten het kader van dit artikel.

Criteria voor samengestelde producten, substitutieproducten en bewerkte producten binnen de basisvoedingsmiddelen
De basisvoedingsmiddelen zijn van belang voor de voorziening met essentiële voedingstoffen. De producten binnen een productgroep van de basisvoedingsmiddelen moeten daarom samen een substantiële bijdrage leveren aan de voorziening met die essentiële voedingsstoffen waarvan de productgroep een belangrijke leverancier is. Het is niet altijd duidelijk of een product tot een productgroep van de basisvoedingsmiddelen moet of kan worden gerekend. Dat kan het geval zijn bij samengestelde producten, substitutieproducten en bewerkte producten. Om hier duidelijkheid in aan te brengen zijn voor deze typen producten zijn voedingskundige criteria afgeleid.

Samengestelde producten

Samengestelde producten zijn producten die uit een basisvoedingsmiddel en een of meer andere ingrediënten bestaan, bijvoorbeeld dranken op basis van melk en fruit, vlees met saus. Er is voor gekozen om samengestelde producten per definitie tot een productgroep te laten behoren  als ze voor minimaal 70 procent uit één of meer van de gangbare producten uit die productgroep bestaan.

Substitutieproducten

Substitutieproducten zijn producten die tot een bepaalde basisvoedingsmiddelengroep kunnen worden gerekend, terwijl ze daar gezien hun herkomst en/of samenstelling niet toe behoren, bijvoorbeeld plantaardige vleesvervangers of sojadrank als vervanger van melk. 

Omdat het om basisvoedingsmiddelen gaat, moeten de criteria voor de substitutieproducten betrekking hebben op de essentiële microvoedingsstoffen die bij de betreffende productgroep van belang zijn. Deze voedingskundige criteria zijn afgeleid volgens het principe dat het consumptieklare product per 100g voorziet in minimaal 5 of 10 procent van de RDA (Recommended Dietary Allowances) voor twee van de drie microvoedingsstoffen die voor de betreffende basisvoedingsmiddelengroep als belangrijk zijn geselecteerd. Daarvan is één voedingsstof verplicht. Het kan wenselijk zijn meer dan één voedingsstof verplicht te stellen. In dat geval vervalt de keuzemogelijkheid.

In het advies Gezonde voeding: logo’s onder de loep wordt bepleit om ook voor niet-basisvoedingsmiddelen positieve voedingskundige criteria te ontwikkelen. Dat zou in principe op de hier boven beschreven wijze gedaan kunnen worden.

Bewerkte producten

Bij bewerkte producten is de bewerking zodanig dat een substantiële invloed daarvan op de gezondheidswaarde van het product niet kan worden uitgesloten. Deze invloed op de gezondheidswaarde betreft meer dan alleen een vermindering van het gehalte aan microvoedingsstoffen. Daarom is voor deze producten de aard van de bewerking eveneens in de criteria verdisconteerd.

Bovengenoemde aspecten spelen op dit moment bij groente en fruit. In Richtlijnen goede voeding wordt namelijk gesteld dat, wanneer de bewerking van groente en fruit minder ingrijpend is voor de oorspronkelijke structuur en bestanddelen van het product, de uitwisselbaarheid tussen het uitgangsproduct en het bewerkte product groter is. Daarom wordt er voor deze productgroep een specifieke benadering voor het afleiden van de criteria gevolgd.

Groente, fruit en sappen

De uitgangspunten voor de criteria voor bewerkte groente en bewerkt fruit zijn:

  • Als het gehele eetbare gedeelte van de groente/fruit in het product aanwezig is, wordt het product als geheel tot groente/fruit gerekend. Plaatsing in de categorieën binnen de productgroepen geschiedt op basis van daarvoor afgeleide criteria.
  • Bij de criteria voor plaatsing binnen de productgroepen is het al dan niet intact zijn van de matrix van het uitgangsproduct leidend. Producten waarvan de matrix intact is, vallen in categorie A (bijvoorbeeld alle onbewerkte groente en fruit). Producten waarvan de matrix niet meer intact is (bijvoorbeeld puree of smoothies) vallen in categorie B of C. Voor de plaatsing in B of C worden voedingskundige criteria (zie tabel 1) toegepast.
  • Is het eetbare gedeelte van de groente/fruit niet meer volledig in het eindproduct aanwezig (dit is het geval bij alle sappen), dan wordt het product tot groente/fruit gerekend als het voldoet aan de daarvoor afgeleide voedingskundige criteria (zie tabel 1). Plaatsing in categorie B of C geschiedt aan de hand van een criterium voor het vezelgehalte. Sappen die tot groente/fruit gerekend kunnen worden, kunnen voor maximaal 100 g per dag kunnen meetellen bij het realiseren van de aanbevolen hoeveelheden groente en/of fruit. De sappen die niet aan de voedingskundige criteria voldoen worden tot de dranken gerekend (bijvoorbeeld appelsap).


Soepen en sausen op basis van groente

Soepen en sausen op basis van groente kunnen een bijdrage leveren aan de groenteconsumptie. Daarom zijn criteria afgeleid voor ‘soep met groente’ en ‘maaltijdsausen met groente’.

Soep met groente wordt gedefinieerd als een soep die per portie van 250 ml ten minste 50 g groente bevat. Maaltijdsausen met groente worden gedefinieerd als sausen die per portie van 150 ml ten minste 100 g groente bevatten. De groente in deze gerechten moet voldoen aan de voedingskundige criteria voor bewerkte groente. Op basis van de hoeveelheid groente in de gerechten en de voedingskundige criteria waaraan deze groente moet voldoen, zijn voedingskundige criteria voor soep met groente en maaltijdsausen met groente afgeleid.

Toegevoegde suikers

Bij de basisvoedingsmiddelen is geen criterium voor de energetische waarde opgenomen, omdat bij deze voedingsmiddelen de voedingsstoffendichtheid primair is. Wel waren de toegevoegde suikers in de criteria voor de driedeling van de basisvoedingsmiddelen opgenomen vanwege een mogelijke invloed ervan op de energiedichtheid van een product.

Toegevoegde suikers hebben echter alleen bij vloeibare producten een substantiële invloed op de energiedichtheid. Bij vaste voedingsmiddelen speelt dit effect nauwelijks. Daarom is besloten om alleen een criterium voor toegevoegde suikers op te nemen bij de groepen basisvoedingsmiddelen die geheel of voor een groot deel vloeibaar zijn. Dit is het geval bij het fruit (fruit op siroop) en de melkproducten (bijvoorbeeld vruchtenyoghurt met toegevoegde suiker). Onder toegevoegde suikers wordt verstaan alle mono- en disacchariden die, in welke vorm dan ook (bijvoorbeeld vruchtensiroop of honing) aan een product worden toegevoegd. Deze omschrijving is in lijn met die van de ‘vrije suikers’ die wordt genoemd in het advies Gezonde voeding: logo’s onder de loep.

Bij de niet-basisvoedingsmiddelen is de energetische waarde in de criteria opgenomen. Dit maakt een criterium voor toegevoegde suikers voor de niet-basisvoedingsmiddelen overbodig.

Energie in dranken

Het energiecriterium voor de grens middenweg/bij uitzondering (B/C) voor de dranken was gelegd op het niveau dat overeenkomt met de EU-claim ‘lage energetische waarde’, waardoor in categorie B alleen dranken met zoetstoffen opgenomen zouden kunnen worden. Dit blijkt voor een deel van de consumenten minder acceptabel te zijn en het stimuleert de industrie niet om dranken met minder suiker zonder zoetstoffen te ontwikkelen. Daarom is het criterium voor de grens B/C op 30 kcal/100 ml gelegd, zijnde de waarde die overeen komt met de EU-claim ‘verlaagde energetische waarde’

Energie in snacks

Het criterium voor de energetische waarde van snacks van 60 kcal per portie blijkt in de praktijk erg laag te zijn. Er blijft erg weinig te kiezen over in categorie A. Het energiecriterium voor snacks voor de grens A/B is daarom verhoogd en ligt nu op 75 kcal per portie, wat neerkomt op ¼ van de vrije ruimte voor volwassen vrouwen.

De volledige tekst van de Richtlijnen Voedselkeuze is beschikbaar op de website van het Voedingscentrum. www.voedingscentrum.nl.

1. Gezondheidsraad. Richtlijnen goede voeding 2006. Den Haag: Gezondheidsraad, 2006; publicatie nr. 2006/21.
2. Gezondheidsraad. Richtlijnen goede voeding 2006 – achtergronddocument. Den Haag: Gezondheidsraad, 2006; publicatienr. A06/08.
3. Gezondheidsraad. Gezonde voeding: logo’s onder de loep. Den Haag: Gezondheidsraad, 2008; publicatienummer 2008/22.

Dit artikel verscheen in Voeding Nu nummer 1/2 van januari/februari 2009 op bladzijde 28

Reageer op dit artikel