artikel

Joke Hammink over 40 jaar werken in de voedingsvoorlichting *

Voedingscommunicatie

Joke Hammink over 40 jaar werken in de voedingsvoorlichting *

‘In 40 jaar tijd is er heel veel veranderd maar zijn er ook facetten in de voedingsvoorlichting hetzelfde gebleven.’ Dat is wat Joke Hammink opmerkt na 40 jaar in dienst geweest te zijn bij  het Voorlichtingsbureau voor de Voeding (VoVo) en later bij het Voedingscentrum. Niet alles veranderde echter, zoals de groepen voedingsmiddelen die de basis vormen voor een gezonde voeding. Joke Hammink kijkt, nu ze met pensioen is, terug op 40 jaar werken in de voedingsvoorlichting.

Naam: Joke Hammink
Geboren: 28 mei 1944
Woonplaats: Den Haag
Vervulde functie: Kennisspecialist voeding en gezondheid bij het Voedingscentrum

Hoe bent u in de voedingswereld terecht gekomen?
‘Na de middelbare school ben ik naar de Landbouwhogeschool in Wageningen gegaan. Ik deed daar de studierichting huishoudkunde en daarbinnen was voeding mijn favoriete vak. Na mijn studie ben ik aan het werk gegaan bij het toenmalige VoVo. Hetgeen mij altijd is blijven boeien in mijn werk op het Vovo en daarna het Voedingscentrum is het vertalen van wetenschappelijke inzichten naar praktische adviezen voor de consument. Lang niet altijd kun je de uitkomsten van wetenschappelijk onderzoek zo één op één vertalen in praktische adviezen. Daar spelen ook nadrukkelijk de gewoonten van de consument mee. Aan de andere kant zijn er ook situaties waar je een advies moet geven, terwijl de wetenschappelijke basis daarvoor zeer beperkt is. Dan moet je gewoon pragmatisch te werk gaan. Het belangrijkste is dat je iets altijd kunt uitleggen op grond waarvan je een advies geeft.’

Wat heeft u zien veranderen in uw werkzame leven?
‘De geweldige ontwikkelingen in de voedingswetenschap. Bijvoorbeeld bij vetten heb ik daarin een hele ontwikkeling gezien. Toen ik begon werd er nog geen aandacht besteed aan de hoeveelheid vet in de voeding. Op een gegeven moment was de tijd daar dat we zeiden dat men niet te veel vet moest eten. Daarna gingen we onderscheid maken tussen verschillende vetzuren en was het advies om vooral voldoende linolzuur te gebruiken. Vervolgens werd duidelijk dat het juist gaat om de beperking van de hoeveelheid verzadigd vet. Nu worden in aanvulling daarop ook adviezen gegeven over de gewenste hoeveelheid van verschillende onverzadigde vetzuren, zoals de visvetzuren. En in de wetenschappelijke literatuur kom je nu ook al publicaties tegen over verschillen binnen de verzadigde vetzuren.

Er zijn echter ook dingen die nauwelijks zijn veranderd. Toen ik begon was de gouden regel al dat je je adviezen moet aanpassen aan gewoonten en denkwijzen van de consument. Mede door de veranderingen in de maatschappij en de daarmee gepaarde gaande veranderingen in de voedingsgewoonten van de Nederlander, zijn de adviezen in de loop der jaren veranderd. Wat mensen goed doen wordt bevestigd en voor wat beter kan worden praktische adviezen gegeven. Daarbij wordt het liefst gewerkt met kleine stapjes.

Ook zijn de productgroepen die de basis vormen voor een gezonde voeding in hoofdlijnen hetzelfde gebleven. Kennelijk is dat een soort uitgangspunt waar je niet om heen kunt. Wel zijn de productgroepen vanwege veranderingen in de voedingsgewoonten en de daaraan gekoppelde gezondheidsproblematiek, in de loop der tijd op andere manieren afgebeeld in de Schijf van Vijf. Er zijn bovendien nieuwe producten die ook tot een productgroep behoren in de afbeelding opgenomen. Bijvoorbeeld de plantaardige vleesvervangers.’

Wat is het verschil in voedingsvoorlichting tussen vroeger en nu?
‘Vroeger was er meer face to face voorlichting door lezingen aan huisvrouwen en op ouderavonden. De VoVo had daar toen diëtisten voor in dienst. Nu gaat er meer massamediaal en speelt internet een belangrijke rol. Massamediale voorlichting is vluchtiger dan face to face maar met gebruik van bijvoorbeeld internettools kan de impact worden versterkt. De ontwikkelingen waarbij wordt gezocht om via internet voorlichting op maat te geven zijn erg interessant. Brochures zijn er nog steeds maar de vormgeving en de taal is heel anders.’

Met welke ontwikkelingen was u blij?
‘Bij het VoVo en ook bij het Voedingscentrum waren we erg blij met de adviezen van de Voedingsraad/Gezondheidsraad, zoals de Voedingsnormen en de Richtlijnen Goede Voeding. Deze wetenschappelijk geformuleerde adviezen vormden altijd het uitgangspunt voor onze adviezen aan de consument. Daarnaast volgden wij natuurlijk de internationale wetenschappelijke literatuur. Ook de VCP’s, waarmee eind jaren ’80 begonnen werd, waren een uitkomst. Toen die kwamen wisten we eindelijk wat mensen daadwerkelijk aten. Voorheen werd er bijgehouden wat er op jaarbasis aan voedsel per hoofd van de bevolking beschikbaar kwam. Hieruit kon je eigenlijk alleen maar verschuivingen in de voedingsgewoonten afleiden. Inzicht in wat individuen uit bepaalde bevolkingsgroepen aten gaven ze niet, maar we moesten het er mee doen. Met de informatie uit de VCP’s konden we een goede onderbouwing aan de Schijf van Vijf en zijn voorganger de Voedingswijzer geven en aanbevolen hoeveelheden voedingsmiddelen afleiden van wat men gewend was te eten. Zo konden we de gouden regel ‘uitgaan van de consument’ daadwerkelijk gestalte geven.

Erg leuk was de overgang naar het Voedingscentrum. We gingen op een andere manier werken. Doordat we veel meer budget voor campagnes kregen konden we veel meer. Ook werd de afdeling Kennis uitgebreid, waardoor we gedegener aan de wetenschappelijke onderbouwing van de boodschappen konden gaan werken.’

Welke uitdagingen ziet u voor de toekomst van de voedingsvoorlichting?
‘Wat blijft is het spanningsveld tussen de evidence en de praktijk. Wanneer is er voldoende evidence om een goed advies aan de consument te formuleren? Daar speelt van alles in mee. Hoe ernstig is het probleem? Wat weten we? Wat is praktisch mogelijk? Je moet daarbij altijd afwegingen maken want je kunt het niet 100% dichttimmeren.

Voor mij is het ook een uitdaging om meer aandacht te besteden aan het genieten van eten in combinatie met gezond eten. Mensen eten omdat ze het lekker vinden en het is een uitdaging om de perceptie bij veel consumenten dat gezond niet lekker is om te buigen. Eten moet iets zijn waar je van geniet en dat je met aandacht doet en niet iets dat je ook nog even tussendoor moet doen.

Een ander aspect dat een uitdaging vormt voor de nabije toekomst is het incorporeren van duurzaamheid in de adviezen over gezonde voeding. Toen ik begon ging het alleen maar over gezonde voeding. Daar zijn in de loop van de tijd voedselveiligheid en hygiëne in opgenomen. Nu is duurzaamheid aan de beurt om een integraal onderdeel te worden van de adviezen over gezonde voeding.

Dit artikel verscheen in Voeding Nu nummer 7/8 van juli/augustus 2009 op bladzijde 18

Reageer op dit artikel