artikel

Verkeerde inschatting voedselrisico’s *

Voedingscommunicatie

Verkeerde inschatting voedselrisico’s *

Er was in Nederland nooit goed onderzoek gedaan naar de vraag hoe hoog de Nederlandse consument voedselrisico’s inschat. Het Voedingscentrum heeft daarom een enquête gehouden onder voedingswetenschappers en consumenten. Hieruit blijkt dat de consument een heel andere inschatting van de risico’s maakt dan de expert: milieuverontreiniging staat wat hem betreft op 1, waar de wetenschap het ongebalanceerd dieet als grootste risico ziet.

Als je publicaties op internet en in de diverse media volgt, lijkt de consument anders over voedselrisico’s te denken dan de experts. De meeste uitingen van bezorgde consumenten gaan over additieven (E-nummers, zoals aspartaam en azokleurstoffen). De risico’s van milieuverontreinigingen in voeding en resten van bestrijdingsmiddelen in groente en fruit worden erg hoog ingeschat. Het is echter de vraag of deze ‘geluiden’ een reëel beeld geven van waar de gemiddelde Nederlandse consument zich druk om maakt. Er is in Nederland nooit goed onderzoek gedaan naar de vraag hoe groot de Nederlandse consument zélf voedselrisico’s inschat. Om hier goed inzicht in te krijgen stelde het Voedingscentrum een enquête op voor consumenten en voedingswetenschappers.

Acht factoren
Aan 2944 deelnemers van het CentERdata panel en aan 106 voedingswetenschappers en toxicologen uit Nederland (wetenschappelijk netwerk Voedingscentrum) is gevraagd om over de onderstaande factoren een inschatting te geven over het effect ervan op de gezondheid. De scoreschaal liep van 1 tot 5, waarbij 1 stond voor ‘geen risico voor mijn gezondheid’ en 5 voor ‘zeer groot risico voor mijn gezondheid’. Er was ook een optie ‘weet niet/geen mening’ mogelijk. Er is getracht de bewoording van de opgenomen factoren zo neutraal mogelijk te kiezen. De volgende omschrijvingen zijn aan beide groepen voorgelegd (de benamingen die steeds aan het eind tussen haakjes staan, worden in dit artikel gebruikt):

  1. ‘Voedselvergiftiging door bijvoorbeeld onzorgvuldig bewaren en bereiden van voedsel’ (voedselvergiftiging);
  2. ‘Ongebalanceerd voedingspatroon/dieet (veel calorieën, veel zout, veel tussendoortjes, niet volgens de Schijf van Vijf’ (ongebalanceerd dieet);
  3. ‘Resten van bestrijdingsmiddelen op groente en fruit’ (bestrijdingsmiddelen);
  4. ‘Milieuverontreinigingen in voeding, zoals dioxines en PCB’s, zware metalen, enz.’(milieuverontreiniging);
  5. ‘Bij bereiding ontstane gifstoffen (zoals PAK’s en acrylamide) in voedingsmiddelen, bijvoorbeeld in verbrand vlees van de barbecue, te bruine patat, enz.’(procescontaminanten);
  6. ‘Genetisch gemanipuleerde voedingsmiddelen’(GMO);
  7. ‘E-nummers; toevoegingen zoals kleur-, smaakstoffen, conserveringsmiddelen, enz.’(additieven);
  8. ‘Gebruik van nanotechnologie in voedingsmiddelen en/of de verpakking van voedingsmiddelen’ (nanotechnologie).

De keuze van de factoren is grotendeels gebaseerd op het rapport ‘Ons eten gemeten’ van het RIVM (1), zie kader. Extra is meegenomen de factor nanotechnologie in voeding.

Milieuverontreiniging op 1
Van het CentERdata panel hebben 2005 van de 2944 respondenten (68%) de enquête ingevuld net als 62 van de 106 voedingswetenschappers en toxicologen (58%). Er is een rangschikking gemaakt op basis van de gemiddelde waarden van de toegekende scores per groep (tabel 1). De volgorde van de inschatting van de voedselrisico’s bij wetenschappers komt exact overeen met die van ‘Ons eten gemeten’. De grootte van het risico van nanotechnologie wordt door de wetenschappers geplaatst tussen die van procescontaminanten en milieuverontreinigingen.

Consumenten schatten de voedselrisico’s anders in dan wetenschappers (zie tabel 1). Bij hen staan milieuverontreinigingen als onbetwiste nummer 1 bovenaan de lijst. Op een tweede plaats komt het ongebalanceerde dieet, gevolgd door bestrijdingsmiddelen. Deze top 3 verschilt dus enorm van de top 3 van wetenschappers. Een ander opvallend verschil is nanotechnologie. Deze wordt bij de consument nog ingeschat als erg klein risico in relatie tot de andere factoren. De optie ‘ik weet het niet/geen mening’ is bij nanotechnologie door 24% aangegeven, bij alle andere factoren was dit minder dan 10%.

Uit de resultaten valt verder op dat de wetenschappers veel explicieter zijn in het toekennen van de scores dan de consumenten. De consumenten lijken vooral vanuit de middelste waarde te scoren, terwijl de wetenschappers veel zekerder lijken te zijn in het toekennen van de scores.

Een andere manier om de resultaten weer te geven is te zien in afbeelding 1, waar de gemiddelde waarden uit de inschattingen van de consumenten en de wetenschappers ten opzichte van elkaar zijn weergegeven. In de ogen van de wetenschappers onderschatten consumenten de gevolgen voor de gezondheid van een ongebalanceerd dieet. Dit in tegenstelling tot de voedselrisico’s milieuverontreinigingen, bestrijdingsmiddelen, additieven en GMO, waarvan de consument de risico’s erg hoog inschatten.

Conclusie
Er zijn grote verschillen in de inschatting van voedselrisico’s tussen consument en wetenschapper. De consument schat het effect van een ongezonde voedselkeuze kleiner in dan de wetenschapper. Dit heeft waarschijnlijk te maken met het gegeven dat de consument dit zelf in de hand heeft. Dit in tegenstelling tot voedselveiligheidsrisico’s.

Uit dit onderzoek blijkt dat de consument risico’s van met name chemische voedselveiligheid veel hoger inschat dan voedingswetenschappers en toxicologen. Dit zou tot gevolg kunnen hebben dat consumenten hierdoor gezonde producten gaan mijden en bijvoorbeeld minder groente en fruit kopen vanwege de bestrijdingsmiddelen of minder vis vanwege de milieuverontreinigingen. Dit is geen wenselijke ontwikkeling. Voedingsvoorlichting in Nederland is er tot nu toe primair op gericht om de consument te stimuleren gezond en veilig te eten. Maar de voorlichting zou zich, zoals door dit onderzoek blijkt, ook moeten richten op het bijsturen van de perceptie van de consument als het gaat om voedselrisico’s.

In dit artikel is gebruikgemaakt van de CentERdata Databank

Referenties

1.            RIVM, Ons eten gemeten. 2004: RIVM.

Dit artikel verscheen in Voeding Nu nummer 10 van oktober 2009 op bladzijde 12

Reageer op dit artikel