artikel

Publiekslezing NAV door hoogleraar Frans Kok *

Voedingscommunicatie

Publiekslezing NAV door hoogleraar Frans Kok *

Tijdens de eerste publiekslezing van de Nederlandse Academie van Voedingswetenschappen haalde professor Frans Kok van Wageningen Universiteit ferm uit naar ‘goeroes en evangelisten’ op voedingsgebied. Hij riep voedingswetenschappers op om de onzin die over voeding wordt verspreid waar mogelijk te corri- geren. Tijdens zijn lezing legde hij twee accenten: de geloof- waardigheid en integriteit van de voedingswetenschap en de toekomst van functional foods. Hij sprak zijn lezing half januari op persoonlijke titel uit.

Volgens Frans Kok, hoogleraar Voeding en Gezondheid en hoofd van de Afdeling Humane Voeding van Wageningen Universiteit, brengen dieetgoeroes en voedingsevangelisten de consument in verwarring en bezorgen zij de voedingswetenschap een slechte naam. Goeroes en evangelisten zijn volgens Kok slechts een deel van de ruis op de lijn van de zuivere voedingswetenschap. Hij wees op de vele zenders die informatie over voeding en gezondheid verspreiden. Media-aandacht voor rauw voedsel, het paleo-dieet en de obesitasbacterie leiden af van het werkelijke belang van gezonde voeding. ‘Het lijkt erop dat wat de voedingswetenschapper zegt in het totale aanbod van informatie ook slechts een mening is’, zegt Kok. ‘In het kader van mijn boek ‘Gezond eten, Gewoon doen’ heb ik in tal van zalen omstandig wetenschappelijk uitleg gegeven waarom iets niet werkt en dan staat er iemand op en zegt: bij mij werkt het wel. Dan ben je dus uitgepraat. Na 35 jaar in dit vak, vraag ik me wel eens af of de consument de wetenschappelijke inzichten over voeding en gezondheid wel wil weten.’

Geloofwaardigheid en integriteit
Kok vindt dat voedingswetenschappers de onzin die over voeding wordt verspreid, waar mogelijk, moeten corrigeren. Al realiseert hij zich dat dit een vrijwel ondoenlijke taak is in het grote aanbod van voedingsinformatie. ‘Er zijn veel zenders van informatie over voeding die selectief en fout shoppen in de (pseudo)wetenschappelijke literatuur. Wat opvalt, is dat goeroes en evangelisten vaak in de categorie artsen en psychologen vallen die niet zijn opgeleid in de voedingsleer. Het aanbod van informatie is een soep met veel brokken waarin we ons kunnen verslikken. De reputatie van de voedingswetenschap komt erdoor in het geding. Voor het behoud van de geloofwaardigheid en integriteit is ingrijpen wel nodig.

De hoogleraar realiseert zich waar de verwarring van de consument vandaan komt en dat het geen eenvoudige opgave is deze te voorkomen. ‘Voedingsonderzoek geeft vrijwel nooit harde bewijzen, maar dat is wel wat consumenten graag willen hebben’, licht hij toe. ‘Voeding is een complexe materie, er is veel variatie tussen mensen en methoden van onderzoek hebben beperkingen. Wij kunnen niet altijd het vertrouwen geven dat een dieet echt werkt. Daarbij komt dat er een maatschappelijk wantrouwen is in instituties en wetenschappers. Veel Nederlanders zijn hun eigen autoriteit.’

Behalve door de ergste uitwassen in  de berichtgeving te corrigeren, kunnen voedingswetenschappers eraan werken hun integriteit te behouden door zorgvuldig, betrouwbaar, controleerbaar, onpartijdig en onafhankelijk te werk te gaan en daarover open te zijn. ‘Het is niet onze eerste taak volop in de media actief te zijn, wij moeten gewoon goed ons werk blijven doen, de wetenschappelijke lat hoog leggen. We moeten de juiste keuzes voor onderzoek maken en helder zijn over de uitkomsten zonder daarbij te overdrijven’, aldus Kok.

Functional foods
In het tweede deel van zijn lezing ging Kok dieper in op functional foods. Hij blikte terug op een voorspelling die hij rond de eeuwwisseling zelf in een artikel in Voeding Nu deed. Hierin schreef hij dat het bij functional foods vooral zou gaan om de regelgeving rond claims voor de onderbouwing en werkzaamheid ervan. Het afgelopen decennium is dat gebleken. De hausse aan functionele voeding is uitgebleven, mede door de afwijzing van veel (niet te onderbouwen) claims. ‘Er is een verschuiving geweest van functional foods naar herformulering; verzadigd vet, zout, toegevoegd suiker, vezel’, merkt Kok op. ‘Ik zie nu vooral reclame over voedingsmiddelen waarmee marketeers appelleren aan zaken als “lekker in je vel” of “lekker in je ritme zitten”. Het zijn op korte termijn misschien nuttige ideeën voor de marketing, maar in wetenschappelijk onderzoek kunnen we er weinig mee. De voedingsindustrie zit in een vreemde spagaat. Enerzijds wil zij geld verdienen en anderzijds wil zij de gezondheid dienen. Op langere termijn moeten hiervoor nieuwe concepten komen. Daarbij moet de voedingswetenschap behulpzaam zijn.’

Volgens Kok is herformulering van voedingsmiddelen een van de belangrijkste trends op voedingsgebied die mede wordt veroorzaakt door overheidsmaatregelen om consumenten te beschermen, bijvoorbeeld tegen oneigenlijke claims of logo’s. ‘De overheid neemt hierin steeds vaker de regie’, aldus Kok.

Ontwikkelingen
Kok besteedde verder aandacht aan trends in het voedingsonderzoek. Hiervoor maakte hij een quick scan van de omvang van het voedingsonderzoek in de afgelopen twaalf jaar. Hierin komt naar voren dat onderzoek naar vitamine D, polyfenolen, eiwit, vezel, zink, ijzer, omega-3, het mediterrane dieet en chocolade in de lift zitten, terwijl de aandacht voor homocysteïne en vitamine E dalen. Onderwerpen als antioxidanten, foliumzuur en calcium zijn stabiel gebleven. ‘Het gaat om een globale analyse gebruikmakend van PubMed, maar het geeft aan waar de aandacht in het voedingsonderzoek naar uitgaat.’ Zo waren er rond het jaar 2.000 ruim duizend publicaties over vitamine D te vinden, vorig jaar waren dat er bijna 4.000.

Als het aan Kok ligt, moeten de accenten van het onderzoek komen te liggen op onder meer de voeding in de eerste 1.000 dagen van het leven. ‘Het gaat daarbij niet alleen om voedselzekerheid, maar ook om de cognitieve en lichamelijke ontwikkeling van het kind, vanaf de conceptie tot en met het tweede levensjaar.’ Hij wees daarbij op onderzoek van een van zijn promovenda die keek naar de suppletie met micronutriënten bij bijna 6.000 zwangere vrouwen met anemie in arme rurale gebieden in China. Suppletie met ijzer tijdens de zwangerschap bleek niet alleen een gunstig effect te hebben op de perinatale sterfte, maar ook op de mentale ontwikkeling van het kind. Andere onderwerpen die volgens Kok extra wetenschappelijke aandacht verdienen zijn ongezond buikvet (rond de organen en in de lever), de rol van voeding en cognitieve achteruitgang bij ouderen en breinonderzoek naar eetlust en verzadiging.

Wat is de NAV?
De Nederlandse Academie van Voedingswetenschappen (NAV) is opgericht in 2003 als een platform van wetenschappelijk opgeleide voedingskundigen in Nederland. De NAV wil de kwaliteit van de toegepaste en fundamentele voedingswetenschappen waarborgen en waar nodig verbeteren. Omdat voeding van groot belang is voor de volksgezondheid beoogt de NAV een gezaghebbende inbreng te krijgen bij overheid, bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties. In iedere uitgave van Voeding Nu komt een NAV-lid aan het woord, afwisselend in de rubriek De passie van… of Het laatste woord… Meer informatie: www.voedingsacademie.nl. Op uitnodiging van de NAV hield Prof. dr. ir. Frans Kok, hoogleraar voeding en gezondheid en hoofd van de Afdeling Humane Voeding van Wageningen Universiteit, de eerste van een serie jaarlijks terugkerende publiekslezingen. Hij is prominent lid en een van de oprichters van NAV. De publiekslezing in stadkasteel Oudaen in Utrecht werd bijgewoond door ruim 60 geïnteresseerden, onder wie voedingswetenschappers, beleidsmakers en levensmiddelenfabrikanten.

Dit artikel verscheen in Voeding Nu nummer 1/2 van januari/februari 2013 op bladzijde 16

Reageer op dit artikel