artikel

Hoe denken artsen over de Nederlandse voedingsvoorlichting? *

Voedingscommunicatie

Hoe denken artsen over de Nederlandse voedingsvoorlichting? *

Leefstijl in de zorg: voeding als therapie? Dat was de vraag waar verschillende sprekers op ingingen tijdens het 2e symposium Arts en Voeding dat in april plaatsvond in het Kennemer gasthuis in Haarlem. Voedingsvoorlichting speelt een steeds belangrijkere rol in de behandeling van artsen. Voeding Nu vroeg verschillende deelnemende artsen van het symposium en een hoogleraar naar hun mening over voedingsvoorlichting in Nederland.

Arien Krijgsman, huisarts bij Huisartsenpraktijk Krijgsman en van Wijk, Uitgeest
‘Voedingsvoorlichting is zeer belangrijk. Met voeding kun je je lijf en alle processen die zich daarin afspelen op een gunstige en ongunstige manier beïnvloeden en onderhouden. We verlangen allemaal naar een zorgeloos en behapbaar leven, zonder te veel beperkingen van lijf en leden. Je lijf is het huis van je ziel en daar moet je goed voor zorgen. Inmiddels weten we dat je met voeding veel processen op een goede manier kunt onderhouden. Het is zelfs zo, dat bepaalde regelsystemen goed zijn te beïnvloeden met de juiste voeding. Voedingsvoorlichting is, met name in deze tijd met de door de commercie gestuurde productie van vaak goedkoop voedsel, van groot belang. Mensen zijn, door het ontbreken van kennis over kwaliteit van voeding, niet in staat de gevolgen van hun eetgedrag te overzien. Daar is zeker een slag te maken. Als kwaliteit en kwantiteit hand in hand gaan, zal er veel leed bespaard kunnen worden en zal er tevens een enorme besparing op de gezondheidszorg gerealiseerd kunnen worden. Maar we weten niet meer wat gezond eten is.

Er zijn veel klachten zoals darmklachten, allergieën en diabetes die gunstig beïnvloed kunnen worden door middel van gezond leven, waaronder voeding. In huisartsenpraktijk Krijsman en van Wijk krijgen patiënten voedingsadviezen die regelmatig geëvalueerd worden.

Overtuiging en motivatie zijn de belangrijkste instrumenten om patiënten over de streep te halen. Het is niet altijd makkelijk om de juiste voedingskeuzes te maken. ‘Dit komt door een combinatie van beschikbaarheid en de “verslavende werking” van voedingsmiddelen. Ook spelen het gemak van de kant-en-klaar-producten en de tijdsdruk die de huidige economie oplevert een rol.’ Volgens Krijgsman hebben artsen een voordeel van hun positie bij het geven van voedingsvoorlichting, wat kan helpen bij de overtuiging, maar ze vindt ook dat haar praktijkondersteuners zeer goed zijn in motiverende gespreksvoering: ‘Aangezien voedingsvoorlichting redelijk veel tijd kost is aan te raden dit aan de praktijkondersteuners over te laten, die dit overigens met veel plezier doen.’

Casper Noomen, MDL-arts bij Medisch Centrum Alkmaar
Ook maag-darm-lever-arts Casper Noomen vindt voedingsvoorlichting van groot belang. Hij krijgt frequent de vraag welke voedingsmiddelen toegepast of juist vermeden moeten worden. ‘Bij een ziekte als coeliakie is het antwoord op die vraag helder’, aldus Noomen. ‘Bij andere chronische darmziekten of darmklachten is het niet zo zwart-wit. Toch vind ik het verwonderlijk hoe vaak basale adviezen als nieuw worden ervaren en vooral ook wat voor een grote positieve invloed deze kunnen hebben.’

Noomen verwijst patiënten regelmatig door naar een diëtist, vooral als het gaat om noodzaak of hele specifieke dieetaanpassingen. ‘De preventieve functie van voedingsvoorlichting zie ik als een belangrijke taak voor de overheid, eerstelijns zorgverleners en consultatiebureaus. Er valt zeer veel te winnen in het bewustmaken van mensen’, is de arts van mening.

De boodschap ‘Eet gevarieerd, pas verse producten toe en vermijd vezelarme voedingsmiddelen’ is volgens Noomen de voornaamste. ‘Een aardige quote, die ik recent hoorde, heb ik omarmd: “Eet geen producten die je overgrootouders niet als voedsel herkend zouden hebben”. Hiermee sluit je gelijk een hele grote groep van ongezonde, vette en zoute voedingsmiddelen uit’, aldus de MDL-arts.

‘Voedings- en dieetadvies is vaak specifiek en er is geregeld noodzaak om dit van een hiertoe opgeleid persoon te verkrijgen. Een arts kan basale adviezen geven, maar moet zich echter wel bewust zijn van zijn of haar beperkingen en van de mogelijkheid van en de indicatie voor specialistische begeleiding’, stelt Noomen.

Barbara Muller, KNO-arts in Gemini ziekenhuis, Den Helder
Keel-neus-oorarts Barbara Muller is groot voorstander van voedingsvoorlichting. Zij denkt dat preventie de meest effectieve vorm van gezondheidszorg is. ‘Naar mijn mening zou er nog wel meer aan voedingsvoorlichting gedaan kunnen worden. Het is verbazingwekkend hoe groot het gebrek aan kennis kan zijn als het gaat om gezonde voeding.’ Muller is van mening dat het een stap in de goede richting is dat artsen zich steeds meer interesseren voor voeding als preventief middel.

‘Voeding inzetten bij genezing van ziekten gaat een stap verder. Ik ben niet op de hoogte van studies waarin bewezen wordt dat een zeker voedingspatroon een ziekte kan genezen. Aan de andere kant, een gezond en gevarieerd voedingspatroon kan nooit kwaad. Bovendien is het belangrijk dat patiënten zelf invloed kunnen hebben op hun ziekteproces door zich een gezondere leefstijl aan te meten’, aldus de KNO-arts.

‘In mijn werk pas ik nog weinig voedingsvoorlichting toe. Ik richt me er nu vooral op patiënten te laten stoppen met roken, maar in de toekomst zal ik mogelijk ook voedingsvoorlichting gaan toepassen in de praktijk’, stelt Muller. ‘Een voordeel hiervan kan zijn dat de informatie serieus wordt genomen. Aan de andere kant zou een patiënt de indruk kunnen krijgen dat een verandering van voedingspatroon het panacee zou zijn.

Ivan Wolffers, hoogleraar van VU medisch centrum, Amsterdam
‘Binnen de medische opleiding wordt gezonde voeding sterk onderbelicht’, aldus Wolffers. De voedingsvoorlichting wordt volgens de hoogleraar gedomineerd door wat mis is. ‘Er wordt pas aan de bel getrokken als het te laat is. In het “voortraject” heb je bijvoorbeeld de schoolarts, maar dat heeft nog te weinig betekenis. Artsen weten bovendien vaak onvoldoende en moeten kennis verruimen’, is Wolffers van mening.

‘Gedrag en metabole verstoring moeten apart gezien worden. Nu vinden we metabole aandoeningen zeer belangrijk. Mensen worden namelijk steeds ouder en zieker, maar tegen de tijd dat ze bij de dokter komen zijn ze te laat. Gedragsverandering heeft dan niet zo veel zin meer’, stelt Wolffers.

Wolffers pleit voor gedragsverandering in een veel vroeger stadium. ‘Hier bereik je wat mee, maar artsen moeten er wel toe in staat zijn.’ Volgens de hoogleraar gaat het om het begrijpen waar mensen mee zitten. ‘Voedingsvoorlichting van het Voedingscentrum vind ik teleurstellend. Het is te statisch en de tijd van passiviteit is voorbij. Artsen moeten niet wachten, die luxe kunnen we ons niet meer permitteren’, vindt Wolffers. ‘We moeten bovendien niet denken in nutriënten, want dat is veel te gecompliceerd. Voeding is een geheel en de basis daarvan moet eerst goed zijn: matigheid, voldoende verse groente en fruit, vezels, volkoren, gezonde vetten, geen extra suiker toevoegen. Word “eetwijs”.’ Verder wijst hij op producten en supplementen waar we niet genoeg van op de hoogte zijn.

Voorlichting is volgens Wolffers een eerste stap, maar is onvoldoende om grote veranderingen mogelijk te maken. ‘Onze leefomgeving moet ook vanzelfsprekend gezonder worden. We moeten terug naar de basis van het gezonde eten. We moeten mensen opnieuw leren koken om de 21e eeuw te overleven. Mensen moeten zich bewust zijn van wat ze nuttigen en artsen kunnen daarbij helpen. Die kunnen bijvoorbeeld de tijd nemen om te praten met kinderen op scholen. Zij zouden ook aan voorlichting op wijkniveau bij kunnen dragen en meer mensen bij een project betrekken. Zo raken mensen sociaal vertrouwd. Social marketing is een goede manier om gedrag te veranderen’, stelt Wolffers.

Dit artikel verscheen in Voeding Nu nummer 5/6 van mei/juni 2013 op bladzijde 16

Reageer op dit artikel