artikel

Delegatie naar VS om te leren over obesitasaanpak *

Voedingscommunicatie

Delegatie naar VS om te leren over obesitasaanpak *

Afgelopen najaar bezocht een delegatie onder leiding van het Voedingscentrum de Amerikaanse steden Philadelphia en New York. Het doel van de studiereis: leren van succesvolle lokale initiatieven tegen (kinder)overgewicht en (kinder)obesitas. Een gesprek met directeur Felix Cohen van het Voedingscentrum.

Waarom bezoekt een Nederlandse delegatie de Verenigde Staten (VS) om te leren van de aanpak tegen obesitas? De VS  is één van de zwaarlijvigste naties ter wereld. Maar Europa is ook aardig op weg, weet Felix Cohen, directeur van het Voedingscentrum. Omdat in de VS overgewicht en obesitas al tien jaar eerder problemen begonnen te geven dan in Europa, loopt Amerika ook voor qua aanpak.

Philadelphia en New York
De delegatie koos er bewust voor Philadelphia en New York te bezoeken. Beide steden kampen met een groot overgewichtprobleem: 66% van alle volwassenen in Philadelphia torst te veel gewicht mee, in New York is dit percentage met 60% iets lager. Positief is dat in de Big Apple tussen 2006 en 2011 kinderobesitas met 5,6% daalde. Bij kinderen tussen de vijf en zes jaar was zelfs een daling van 10% zichtbaar. In Philadelphia zijn minder lichtpuntjes te zien: 40% van de kinderen heeft overgewicht. Wetenschappers spreken over een correlatie tussen overgewicht en armoede in deze armste van de vijf grootste steden in Amerika.

De delegatie bezocht scholen, instellingen, overheidsinstanties en maatschappelijke organisaties. In beide steden kwamen veel publiek-private samenwerkingen tot stand om overgewicht aan te pakken. Een grote hoeveelheid aan initiatieven en maatregelen passeerden de revue. Cohen: ‘Er is nooit één maatregel te bedenken die aantoonbaar werkt. Een veelheid van elkaar aanvullende kleine maatregelen zijn juist nodig. En die waren er voldoende in Philadelphia en New York.’
Inspirerend voor Cohen om te zien, was hoe scholieren food-ambassadeurs kunnen worden. Op een paar honderd scholen in de miljoenensteden werden in stadions allerlei activiteiten ontplooid rondom gezonde voeding. De winnaars van deze competities worden benoemd tot ‘Food-ambassadeur’ van hun school. Zij hebben de morele taak informatie over gezonde voeding te verspreiden, bijvoorbeeld door het geven van presentaties. ‘Zoiets willen we in Nederland samen gaan doen met Wageningen UR’, vertelt Cohen.

Calorielabeling
Niet alleen meer bewustwording is nodig rondom gezonde voeding, maar ook wetgeving. In 2008 nam Philadelphia een wet aan die restaurantketens verplichtte de hoeveelheid calorieën, zout, suiker en vet op de menukaart te melden: calorielabeling. Een federale wet overrulede deze wetgeving, maar nog steeds zijn er restaurants die vrijwillig de calorieën van hun producten vermelden. ‘Er zijn ervaringen dat mensen die erop letten 10% minder calorieën binnen krijgen’, vertelt Cohen. ‘We willen dit onder de aandacht brengen van minister Schippers.’

Gratis maaltijden
Dat goedbedoelde maatregelen ook averechts kunnen uitpakken blijkt in New York. Hier  serveren scholen aan de armste kinderen  de lunch gratis en ieder New Yorks kind heeft ongeacht het inkomen van de ouders recht op een gratis ontbijt. Alle maaltijden mogen een maximum aan calorieën, zout, suikers en vet bevatten en bevatten vers fruit of groente. Niets mis mee zou je zeggen, maar Cohen denkt hier anders over: ‘Door de gratis maaltijden voeden we een bevolking op die niet meer kookt. In de weekenden en tijdens vakanties krijgen kinderen dan al snel ongezonde maaltijden die ze voor de televisie opeten. Je stimuleert ouders op die manier niet om na te denken over voeding.’ In de zomer worden er zelfs speciale maaltijdprogramma’s georganiseerd, omdat de ouders niet meer zouden kunnen koken.

Hoewel veel eten in afhaalrestaurants nog vet en zout is, zag Cohen in een achterbuurt van Philadelphia hoe restaurantuitbaters hun eten gezonder proberen te maken. ‘De Chinese restaurateurs in die buurt hebben vrijwillig met elkaar afgesproken om het zout in hun eten te reduceren.’
Cohen zag veel goede initiatieven gedurende zijn studiereis in de VS, maar een aantal zaken stuiten hem ook flink tegen de borst. Eén daarvan is de totale oorlog die de lokale overheden verklaren aan de frisdrankfabrikanten. ‘Ze geven honderdduizenden dollars uit om fabrikanten te pesten. Dan zie je in zo’n campagne iemand met stompjes van de diabetes omdat hij te veel frisdrank drinkt. Zo’n haatcampagne werkt gewoon niet.’          

Dit artikel verscheen in Voeding Nu nummer 1/2 van januari/februari 2014 op bladzijde 23

Reageer op dit artikel