artikel

Europarlementariër Esther de Lange: ‘Geen Europees instituut voedselvoorlichting’ *

Voedingscommunicatie

Europarlementariër Esther de Lange: ‘Geen Europees instituut voedselvoorlichting’ *

Recente voedselschandalen en gevallen van voedselfraude doen het consumentenvertrouwen kelderen. Openheid en transparantie, onder andere via het voedseletiket, kan de schade maar deels ongedaan maken. De echte sleutel ligt bij van jongs af aan kinderen onderwijzen over (gezonde) voeding, gelooft CDA-Europarlementariër Esther de Lange, die voedsel en landbouw in haar portefeuille heeft.

Europarlementariër Esther de Lange verbaast zich regelmatig over het fanatisme waarmee vooral haar linkse collega’s bovenop het dossier herkomstetikettering zitten. Beter te veel informatie over de herkomst van vers-, gekoeld- en diepvriesvlees afkomstig van schapen, geiten, gevogelte en varkens, dan te weinig, zo lijkt de redenering. Het Europees Parlement wees vorig jaar nog een wetsvoorstel van de Europese Commissie (EC) af als zijnde “niet streng genoeg”. De EC moet dus terug naar de tekentafel. De christendemocratische fractie waarin Esther de Lange met haar CDA zit, behoorde niet tot de afwijzers. Geen verplichte herkomstetikettering voordat eerst de impact duidelijk is voor onder andere de voedingsindustrie en de consument, benadrukt De Lange. “Ik kan geen goed besluit nemen zonder een impactassessment.”

Het is volgens de Europarlementariër nog maar de vraag of de consument zit te wachten op een nog voller etiket. Het wordt er niet leesbaarder en duidelijker op. Bovendien blijkt uit onderzoek van het Voedingscentrum in 2013 dat consumenten nauwelijks lezen wat er op de verpakking staat. Als het “etiket te veel op een telefoonboek gaat lijken” zal dat geen stimulans zijn om dit wel te doen, vindt de CDA-politica.

Consumenten vertrouwen etiket niet
Voorstanders van strenge herkomstetikettering wijzen erop dat een derde van de consumenten het etiket niet meer vertrouwt. Ze voelen zich in toenemende mate misleid door de voedingsindustrie. Fabrikanten geven door hun marketing niet altijd het juiste beeld van het product, weet De Lange. Ze haalt een voorbeeld aan van de Keuringsdienst van Waarde. Een verpakking geeft de consument het idee dat hier coquilles inzitten; lees je de ingrediëntendeclaratie, dan zie je dat dit niet zo is. De Lange: “Is dit misleiding? Wetgeving is geduldig. Iedereen zoekt het randje op. Als fabrikant moet je je wel afvragen: welk beeld wil ik de consument geven van mijn product?” Op termijn is het volgens haar niet verstandig van fabrikanten om het randje te blijven opzoeken. Dit schaadt het consumentenvertrouwen en het imago van het bedrijf.

De Lange denkt dat etikettering niet de beste oplossing is om het consumentenvertrouwen te herstellen. Effectievere en slimmere handhaving over grenzen heen met de nationale voedingswaakhonden in de lead, is dat wel, zoals ze ook afgelopen najaar aangaf toen ze haar rapport over voedselfraude presenteerde aan de Europese Commissie. Sindsdien zijn de oogkleppen bij het dagelijks bestuur afgegaan en worden de resultaten van haar inspanningen op het gebied van voedselfraude langzaam zichtbaar. Wetgeving wordt herzien om fraudeurs harder te straffen, waar De Lange een groot voorstander van is. Ook komt er een voedselfraude-unit binnen de EC. Verder werkt de Commissie aan een RASFF-systeem speciaal om voedselfraude te detecteren.

Gezondheidsclaims
Op basis van volledige en juiste informatie zouden consumenten in staat moeten zijn een verantwoorde voedingskeuze te maken. Dat gebeurt lang niet altijd, getuige de groei van het aantal mensen met overgewicht in de afgelopen dertig jaar, zoals blijkt uit Cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). De TNO Monitor Convenant Gewicht 2013 toont dat het eet- en beweeggedrag van Nederlanders zeker ruimte biedt voor verbetering, vooral als het gaat om groenteconsumptie. Toch gebeurt er in Europa veel om consumenten een geïnformeerde en gezonde keuze te laten maken. Europolitica De Lange noemt de Europese wetgeving rond gezondheidsclaims: fabrikanten moeten hun claims wetenschappelijk onderbouwen en laten goedkeuren door de Europese Commissie. “Ik wil hier geen toestanden in de Verenigde Staten, waar zelfs chips nog gezond lijkt”, zegt De Lange. Dat de Europese Unie streng is in het toelaten van producten uit dit land vindt ze dan ook meer dan terecht. “In Europa zetten we in op het salmonellavrij maken van kip, terwijl in de VS kip met een ontsmettingsmiddel wordt gereinigd. Ook hormoonvlees uit Amerika komt de EU niet in. Als Europese Unie kijken we kritisch naar de productie van ons voedsel.”

Voedingsprofielen
De kritische blik kwam tot uiting toen de voedingsprofielen zo’n zes jaar geleden het licht zagen. De profielen stellen limieten aan gehaltes zout, vet of suiker in productcategorieën. Ze dienen consumenten te beschermen tegen misleidende claims: een product met weinig zout kan tegelijkertijd wel veel vet bevatten. Er kwam een golf van kritiek uit de lidstaten en van de voedingsindustrie. De profielen zouden fnuikend zijn voor voedingsinnovaties. Immers, een als gezond bekendstaand product mag dit niet uitdragen, zoals producten met gedroogde vruchten die relatief veel suikers bevatten. Maar al een paar jaar is het stil rondom de voedingsprofielen. “Ik vraag er continu naar”, zegt De Lange, “zonder ooit een duidelijk antwoord te krijgen.” Ze realiseert zich dat er wel iets gedaan moet worden om producten gezonder te maken. “Ik wil ook niet dat mijn kind producten met vijftig procent suiker eet”, verwijst de Europarlementariër naar ontbijtgranen. “Misschien kwamen ze (de Europese Commissie, red.) erachter dat de eisen in de voedingsprofielen onrealistisch zijn.” Mogelijk is het tijd om het over een andere boeg te gooien, suggereert De Lange. “Moet je wel een huis hebben gebaseerd op voedingsprofielen of moeten ze gewoon minder gedetailleerd”, vraagt ze zich hardop af.

Stoplicht versus Vinkje
Voedingsprofielen lijken er voorlopig niet te komen, maar Europeanen kunnen mogelijk wel een gezondere keuze maken met behulp van voedselkeuzelogo’s. In Nederland is het Vinkje een bekend voorbeeld van zo’n logo. Binnen basis- en niet-basisvoedingsmiddelen (een groen en blauw vinkje) kunnen consumenten dan de verantwoorde keuze maken. Een recent onderzoek van Wageningen UR wijst uit dat het stoplichtsysteem – rood: ongezond, oranje: ertussenin en groen: gezond – het best te begrijpen valt voor de consument. Toch is De Lange hier geen voorstander van. “Het stoplichtsysteem is behulpzaam voor de consument op deelterreinen. Het helpt ze te grijpen naar bijvoorbeeld light-frisdranken. Maar wordt je totaalpakket van je voeding hier beter door? Een winkelwagen vol met oranje en groene producten hoeft niet per se gezond te zijn.” Het stoplichtsysteem brengt consumenten verder weg van die consumenten die over hun totaalpakket voedsel nadenken, vindt de Europese volksvertegenwoordiger. “Zelf eet ik liever een klein portie roomijs en zit dan goed vol. Het gaat om de nutriënten die je binnenkrijgt in verhouding tot de hoeveelheid calorieën en de mate van verzadiging.” Hetzelfde verhaal met kaas. Die zou in de rode categorie terechtkomen door het vetgehalte, maar er zitten ook waardevolle ingrediënten in zoals eiwitten en calcium, vertelt ze.

Voeding is emotie
Voeding is emotie, weet de CDA-Europarlementariër en als mensen producten niet begrijpen dan overheerst deze. Kijk naar E-nummers. Natuurlijk; ze zijn goedgekeurd door de Europese Commissie, maar tegelijkertijd gaat het om zo’n enorm aantal stoffen. “Het is een psychologische reactie van mensen. Ze weten niet wat het allemaal voor stoffen zijn. Ze zien door de bomen het bos niet meer.” Ze kan de consumentenreacties ook wel begrijpen. Het ene E-nummer is het andere niet. Zo wordt E124 (de kleurstof Ponceau 4R) in verband gebracht met hyperactiviteit. Het probleem is volgens De Lange tweeledig. “Aan de ene kant wil de consument gemak en goedkoop. Aan de andere kant kent hij de ingrediënten van deze bewerkte producten vaak niet”, beschrijft ze het dilemma. Dit kennisgebrek kan zomaar leiden tot een gebrek aan vertrouwen.

De Lange merkt dat er veel behoefte is aan voedingsinfo. “We kunnen steeds minder goed koken. Als je de zoutinname wilt terugdringen kun je die soep beter zelf maken. Haha, dat mag ik eigenlijk niet zeggen hè.” Ze signaleert dat zeker ook jongeren meer willen weten over hun eten. Ze pleit voor lessen in het onderwijs over het bereiden van maaltijden, het lezen van etiketten en ook over wat het lichaam nu eigenlijk precies nodig heeft qua voedingsstoffen.

Voedingsonderwijs
Door de toenemende complexiteit van ons voedsel ziet De Lange meer aandacht voor voeding in het onderwijs als dé sleutel om goed geïnformeerde keuzes te maken. Zou één Europees instituut nog een bijdrage kunnen leveren? Ze denkt van niet. Voedingsvoorlichting moet nationaal blijven door de verschillende culturen en eetgewoontes in de Europese lidstaten. Een dergelijk Europees instituut kan in haar ogen daarom onmogelijk effectief zijn. Bovendien zijn er al veel te veel Europese agentschappen. Het moeten er niet nog meer worden, meent De Lange. Dit wil niet zeggen dat er vanuit Brussel niets gebeurt op het gebied van voedingsvoorlichting. De met Europees geld bekostigde campagnes worden herzien. De Lange: “Mijn inzet is om daarin meer te informeren over voedingswaarden van producten en de manier van produceren. Dat is iets wat de Europese consument wil.” De campagnes zullen per productgroep gaan. “Als het om zuivel gaat, zouden ze de informatie over nutriënteninfo mee moeten nemen. Je hebt toch liever echte kaas dan een nepproduct dat door een magnetronmaaltijd zit?”

‘Eet geen slecht uitziende noten’
Niet alleen ‘gewone burgers’ uit de Europese Unie hebben niet genoeg kennis over voeding. Ook leden van het Europees Parlement kunnen mogelijk een extra dosis kennis goed gebruiken. Bij behandeling van het dossier over voedselinformatie, kwam een Zweedse Europarlementariër met een amendement dat de wenkbrauwen deed fronzen. Hij wilde de volgende waarschuwingstekst op een zakje met nootjes:

‘Eet geen noten die er slecht uitzien of slecht smaken, want zij kunnen hoge concentraties aflatoxines bevatten.’ De tekst moest duidelijk op het etiket worden vermeld.

Bij een stemming van maart 2010 werd dit amendement verworpen door het Europees Parlement.

Biografie
Esther de Lange (Spaubeek, 19 februari 1975)
Esther de Lange werkt sinds 1999 namens het CDA in het Europees Parlement in Brussel. Sinds 2007 is ze lid van het Europees Parlement. Tijdens de komende Europese verkiezingen op 22 mei 2014 is ze lijsttrekker voor haar partij.
Ze werd in mei 2013 door het Europees Parlement gevraagd een onderzoek in te stellen naar voedselfraudes in de Europese Unie. Ze bracht in oktober 2013 rapport uit, waarin onder meer zwaardere straffen werden voorgesteld. 
De Lange is moeder van een driejarige zoon en woont in het dorpje Driebruggen, nabij Woerden.
esther.delange@europarl.europa.eu

Dit artikel verscheen in Voeding Nu nummer 3/4 van maart/april 2014 op bladzijde 16

Reageer op dit artikel