artikel

Nieuw etiket: wat verandert er voor de consument? *

Voedingscommunicatie

Nieuw etiket: wat verandert er voor de consument? *

Etiketten zijn een schat aan informatie. Maar voor veel consumenten ligt deze schat begraven onder wollige omschrijvingen en kleine lettertjes. Daarom gaat vanaf 13 december 2014 de nieuwe wet Voedselinformatie in. De vier belangrijkste verbeteringen op een rijtje.

Al jaren zijn er wetten over wat er precies op het etiket moet staan. Maar door allerlei uitbreidingen werd de wetgeving in Europa op dit terrein erg versnipperd. Zo was het etiketteren van voedingswaarde in een aparte wet opgenomen, los van de algemene etiketteringswet. Reden genoeg om de gehele wetgeving op dit terrein te herzien en een nieuwe wet Voedselinformatie1 te ontwerpen.

Het doel van deze nieuwe wet is om de leesbaarheid van het etiket te verbeteren en de consument de gelegenheid te geven om een goede voedselkeuze te maken met aandacht voor gezondheid, veiligheid, herkomst en milieu.

Er is bewust gekozen voor de naam voedselinformatie in plaats van etikettering, omdat de nieuwe wet betrekking heeft op meer dan alleen het etiket. Zo valt ook verkoop via internet eronder. In Nederland is de wet doorvertaald in het Warenwetbesluit Informatie Levensmiddelen (WIL). Hiermee vervalt het Warenwetbesluit Etikettering Levensmiddelen (WEL).

1. Grotere letters
De kleine letters op het etiket nodigen niet altijd uit om het etiket goed te lezen. In de nieuwe wet moet de minimale lettergrootte 1,2 mm zijn. Dit klinkt nog steeds klein, maar in de praktijk is dit een zichtbaar verschil. Is de verpakking zelf klein, dan mag er wel een kleinere lettergrootte worden gebruikt.

2. Voedingswaarde verplicht vermelden
Met de nieuwe wet wordt het verplicht om energie en zes voedingsstoffen (vet, verzadigd vet, koolhydraten, suikers, eiwitten en zout) op het etiket te vermelden. Dit moet altijd per 100 gram of 100 ml vermeld worden, zodat producten goed vergeleken kunnen worden. Fabrikanten mogen daarnaast een berekening per portie vermelden, bijvoorbeeld een glas. Dit mag ook vermeld worden aan de voorkant van de verpakking, met daarbij wat een portie bijdraagt aan de dagelijkse voedingsstoffen of wat maximaal past binnen een gezond voedingspatroon. Wel moet dan ook op de voorkant altijd de hoeveelheid energie per 100 gram vermeld staan.

Dit icoon staat nu nog bekend als GDA (Guideline Daily Amount) of Dagelijkse Voedingsrichtlijn, maar deze termen komen met de nieuwe wet te vervallen. Deze termen gaven te veel het idee dat dit aanbevolen hoeveelheden zijn die gehaald moeten worden, maar voor bijvoorbeeld zout is dit zeker niet het geval. Hiervoor in de plaats komt de term ‘referentie-inname’, maar nog steeds geldt dat het icoon vooral informerend is bedoeld en geen leidraad vormt van de hoeveelheid die je zou moeten eten.

Naast de zes verplichte voedingsstoffen mogen ook de volgende voedingsstoffen vermeld worden: enkelvoudig onverzadigde vetzuren, meervoudig onverzadigde vetzuren, polyolen, zetmeel en vezels. Ook mineralen en vitamines mogen vermeld worden als deze in significante hoeveelheden aanwezig zijn. Hierbij moet worden gekozen uit een lijst met vaste termen. Om verwarring te voorkomen mogen er geen andere termen worden gebruikt. Zo vervallen de termen ‘natrium’ en ‘toegevoegd zout’. De hoeveelheid zout op het etiket is altijd de totale hoeveelheid, dus zowel wat van nature aanwezig is plus het toegevoegde zout. Er mag wel genoemd worden dat het natrium uitsluitend toe te schrijven is aan van nature voorkomende natrium.

Voor de verplichte voedingswaardevermelding geldt een overgangstermijn van twee jaar en die gaat in vanaf december 2016. Verder geldt de verplichte voedingswaardevermelding alleen voor voorverpakte levensmiddelen. Maaltijden in een restaurant hebben dus geen verplichting. Ook alcoholische dranken en enkele specifieke producten zoals verse groenten en fruit, kruiden, zout etc. vallen niet onder de nieuwe regels.

3. Allergenen duidelijker herkenbaar
Volgens de nieuwe wet moeten allergenen extra duidelijk worden weergegeven in de lijst met ingrediënten, bijvoorbeeld door ze in een vet lettertype af te drukken. Dit scheelt consumenten met een voedselallergie veel tijd. Fabrikanten geven soms ook aan dat een product sporen van een allergeen kan bevatten. Deze zogenoemde ‘may contain’-toepassing valt niet onder de nieuwe wetgeving.

Nieuw is dat er ook voor niet-voorverpakte producten informatie over allergenen aanwezig moet zijn. Dit geldt voor de versafdelingen van supermarkten, maar ook voor restaurants, ambachtelijke slagerijen en bakkerijen, zorginstellingen en catering. Consumenten moeten vooraf geïnformeerd worden dat allergeneninformatie opvraagbaar en beschikbaar is.

4. Land van herkomst
Op het etiket van vis, rundvlees, verse (onbewerkte) groente en fruit, honing en olijfolie staat de regio of het land van herkomst vermeld. Voor onbewerkt vlees van varken, geit, schaap, kip & gevogelte (vers, gekoeld of diepgevroren) moet dit straks ook. Op de verpakking moet staan waar het dier is gehouden en waar het is geslacht. De Europese Commissie bestudeert nog per wanneer en of de herkomst van andere producten of ingrediënten ook verplicht vermeld moet worden. Bijvoorbeeld bij vlees dat in een samengesteld product zit, zoals een magnetronmaaltijd.

Wat verandert er nog meer?

  • Met de nieuwe wetgeving wordt misleiding voorkomen. Als in het product een ander ingrediënt zit dan de consument zou verwachten, dan moet dit in de buurt van de naam van het product staan. Een voorbeeld is stracciatella-yoghurt waarin geen echte chocoladestukjes verwerkt zijn, maar cacaofantasie. Of wanneer één stuk vlees of vis (bijvoorbeeld biefstuk) in werkelijkheid samengesteld is uit meerdere stukjes vlees, dan moet dit ook in de naam staan.
  • Op vlees of vis dat bevroren verkocht wordt, moet de datum staan waarop het product is ingevroren. Dit kan relatief lang geleden zijn. Bijvoorbeeld omdat vis maar in één seizoen gevangen wordt, maar wel het hele jaar verkrijgbaar is. Deze datum zegt weinig over de veiligheid van het product. Als vlees of vis snel genoeg wordt ingevroren, krijgen bacteriën weinig kans. De snelheid van het invriezen waarborgt ook de smaak en textuur van diepgevroren vlees en vis.Vlees of vis dat eerder bevroren is geweest kan op een later tijdstip ontdooid zijn en zo aan de consument verkocht worden. In dat geval staat op het etiket de term ‘ontdooid’.
  • Bij plantaardige oliën en/of vetten is het verplicht om in de lijst van ingrediënten de specifieke bron te vermelden, zoals bij palmolie. Ook moet hierbij vermeld zijn of het eventueel ‘geheel gehard’ of ‘gedeeltelijk gehard’ is.
  • Nanomaterialen die bewust zijn toegevoegd staan verplicht bij de ingrediënten op het etiket. Nanomaterialen zijn kleine deeltjes van minder dan 100 nanometer (= 1 tienduizendste millimeter) die doelbewust gemaakt worden om het product andere eigenschappen te geven, bijvoorbeeld een betere oplosbaarheid.


1
Verordening (EU) Nr. 1169/2011 betreffende de verstrekking van voedselinformatie aan consumenten.

Dit artikel verscheen in Voeding Nu nummer 5/6 van mei/juni 2014 op bladzijde 13

Reageer op dit artikel