artikel

Voorzorgsprincipe bij kindermarketing

Voedingscommunicatie

Voorzorgsprincipe bij kindermarketing

Kinderen zouden zo min mogelijk moeten worden blootgesteld aan reclame voor ongezonde voedingsmiddelen. Reclame hiervoor verleidt tot ongezond eetgedrag, met alle gevolgen van dien.

De hoeveelheid reclame gericht op kinderen voor gezonde producten is maar klein. Het Voedingscentrum wil graag zien dat er meer reclame voor kinderen wordt gemaakt voor gezonde producten, zoals groente en fruit, en minder reclame voor extra’s, zoals koek, snoep en snacks.

Het overgrote deel van de reclames voor voedingsmiddelen gericht op kinderen gaat over producten die geen basisvoedingsmiddelen zijn en daarmee buiten de Schijf van Vijf vallen. Ze zijn rijk aan vet, rijk aan zout en/of rijk aan suiker. Voor gezonde voedingsmiddelen wordt maar mondjesmaat reclame, gericht op kinderen, gemaakt. In de Nederlandse ReclameCode (NRC) zijn de regels vastgelegd waar reclame aan moet voldoen. De regels zijn opgesteld in overleg met partijen die samen het adverterend bedrijfsleven vormen, namelijk: adverteerders, reclameadviesbureaus en media. De NRC bestaat uit een algemeen gedeelte met regels waaraan alle reclame-uitingen moeten voldoen en Bijzondere Reclame Codes die gelden voor specifieke producten en diensten.

In de Reclamecode Voor Voedingsmiddelen staat de bepaling dat reclame voor voedingsmiddelen gericht op kinderen onder de 13 jaar niet is toegestaan, behalve wanneer deze tot stand is gekomen in samenwerking met de overheid en/of een andere erkende autoriteit op het terrein van voeding, gezondheid en/of beweging. Uitzondering in de code wordt gemaakt voor de verpakking. Die mag wel ingezet worden voor kindermarketing. In de Kinder- en Jeugdreclamecode staan aanvullende bepalingen voor kinderen tot 12 jaar en minderjarigen van 13 tot 18 jaar over de inhoud en herkenbaarheid van reclames.

Onderzoek bij kinderen

Er is veel onderzoek gedaan naar de invloed van reclame voor voedingsmiddelen op kinderen onder de 12 jaar. Naar het effect van reclame voor voedingsmiddelen bij oudere kinderen is weinig onderzoek gedaan. Het gebrek aan bewijs dat oudere kinderen worden beïnvloed door reclames betekent niet meteen dat er geen effect is. Op basis van de beschikbare onderzoeken tot nu toe is er geen duidelijk bewijs voor een harde leeftijdsgrens waarboven kinderen de verleidende technieken in reclames begrijpen en er kritisch genoeg tegenover staan.

Bovendien bereikt marketing gericht op kinderen ouder dan 12 jaar en jonge volwassenen vaak ook jongere kinderen, dus het gebruiken van een smalle leeftijdsrange in de regulering van marketing beschermt jonge kinderen waarschijnlijk onvoldoende. Nieuwere vormen van marketing zoals het tonen van producten in films, tv-series, games en in social media zijn vaak vermomd als entertainment of berichten van vrienden, waardoor deze vormen van reclame moeilijker te herkennen zijn als reclame. Op deze manier worden kinderen echter wel beïnvloed en de regulering van deze marketingvormen is in sommige gevallen lastig te herkennen.

Betere bescherming

Het Voedingscentrum vindt dat kinderen beter worden beschermd als een televisiereclame, vóórdat het wordt uitgezonden, wordt gescreend. Zo wordt voorkomen dat (jonge) kinderen reclame te zien krijgen, die de reclamecode schendt. Aangezien een leeftijdsgrens in de Nederlandse ReclameCode lastig is vast te stellen voor kinderen, pleiten het Voedingscentrum voor het voorzorgsprincipe: geen voedingsmiddelenreclame gericht op kinderen onder de 16 jaar. Tot slot heeft het maken van reclame in films, series, games en social media meer restricties nodig dan er nu zijn, om ook bij deze marketingactiviteiten kinderen te beschermen tegen ongewenste reclame-uitingen. Een uitbreiding van de Nederlandse ReclameCode kan daarbij helpen, mits deze door de voedingsmiddelenindustrie wordt nageleefd.

Reageer op dit artikel