artikel

Dromen van een etiketteringsysteem met één kleurcode

Voedingscommunicatie

Dromen van een etiketteringsysteem met één kleurcode

Te vol, misleidend en onduidelijk: een stortvloed aan kritiek daalde de afgelopen jaren neer op het etiket. Maar de laatste tijd trachten verschillende partijen een verbeterslag te maken. Helpen deze initiatieven de consument een beter geïnformeerde keuze te maken in de supermarkt?

Zo ontwikkelt een groep multinationals een manier van etiketteren, gebaseerd op het Britse stoplichtsysteem. Frankrijk introduceert zijn eigen etiketteringsysteem met kleurcodering, terwijl in Nederland het Voedingscentrum koortsachtig werkt aan een voedingsapp.

Uit de TrustBarometer 2016, gehouden in 28 landen, blijkt dat 53% van de Nederlanders zijn voedsel vertrouwt. In andere westerse landen als Zweden (37%) en Duitsland (42%) ligt dit vertrouwen nog een stuk lager. Etiketten helpen niet mee dit vertrouwen te herstellen, vinden partijen als de Consumentenbond: ze zijn vaak misleidend en onduidelijk. De Consumentenbond pleit al jaren voor het Britse stoplichtsysteem, een systeem dat volgens de bond de consument wel zal helpen een geïnformeerde keuze te maken.

Multinationals

Afgelopen maart kondigde een groep van zes multinationals, Nestlé, Unilever, PepsiCo, Mondelez, Mars en Coca-Cola, aan een etiketteringsysteem te ontwikkelen op basis van kleurcodering, met daarin geïntegreerd een aanduiding voor portiegrootte. Het systeem zal veel weg hebben van het stoplichtsysteem: de consument kan in één oogopslag zien of een product veel (rood) of weinig (groen) vetten, suiker of zout bevat. Oranje geeft aan dat de waarde daar tussenin zit. Toch is ook dit systeem niet onomstreden. Een rood licht betekent niet automatisch dat een product ongezond is. Dat hangt bijvoorbeeld ook af van het gehele voedingspatroon of de wijze waarop het product gegeten wordt.

In het Verenigd Koninkrijk zijn de kleuren op het etiket gericht op de voedingswaarde per 100 gram of milliliter van de nutriënten in een product. Dat is verwarrend, vinden de betrokken multinationals, omdat de hoeveelheid voedingsstoffen niet wordt aangegeven per portie. ‘Een portiebenadering voor zowel de hoeveelheden voedingsstoffen als de kleurcodering is logischer. Het maakt de informatie ook begrijpelijker voor de consument’, zegt Bart vandeWaetere van Nestlé. In continentaal Europa gebruiken veel landen het vrijwillige etiketteringsysteem van referentie-inname die de voedingswaarde van een product toont in de context van het gehele voedingspatroon. De kleurcodering willen de zes multinationals hierin integreren.

Portiegrootte

De Europese consumentenorganisatie Bureau Européen des Unions de Consommateurs (BEUC) en de Consumentenbond zijn al jarenlang groot pleitbezorgers van het Britse stoplichtsysteem. Ze noemen het initiatief van de grote bedrijven een ‘stapje voorwaarts naar betere vermelding van voedingswaarde op het etiket.’ Het grootste kritiekpunt van de consumentenorganisaties is echter juist dat de fabrikanten de kleurcodering baseren op portiegrootte en niet op voedingswaarde per 100 gram of 100 milliliter, zoals bij het originele Britse stoplichtsysteem wel het geval is. ‘Op portiegrootte zijn producten slecht te vergelijken. Wie telt nou het snoep uit een grote zak totdat de ‘aanbevolen portie’ bereikt is? Ook bestaat het risico dat bijvoorbeeld kleine chocoladerepen te snel een groene kleurcode krijgen, alleen maar omdat het formaat klein is’, reageert directeur Bart Combée van de Consumentenbond. De multinationals laten weten zich bewust te zijn van de commentaren op het door hun voorgestelde kleurcoderingsysteem. ‘Die zullen worden meegenomen in de taskforce en worden besproken met stakeholders van binnen en buiten de voedingsindustrie’, zegt Bart vandeWaetere. Hij geeft aan dat het niet de bedoeling is etiketten te overladen met informatie. ‘Juist een betere communicatie over porties en goede nutritionele etikettering vinden wij van cruciaal belang om consumenten te kunnen helpen bij het maken van de juiste keuzes.’

Nutri-scoresysteem

Het doel van de multinationals is voor heel Europa een ‘begrijpelijk en consistent’ etiketteringsysteem te introduceren dat voldoet aan de Europese etiketteringswetgeving (1169/2011). De introductie van een uniform Europees etiketteringsysteem lijkt nog ver weg. Onlangs introduceerde Frankrijk zijn eigen vrijwillige etiketteringsysteem op basis van vijf kleuren waaraan letters zijn gekoppeld (a:groen, b:geel, c:oranje, d:fuchsiaroze en e:rood): de nutri-score. Voorafgaand aan de introductie deed de Franse regering uitgebreid consumentenonderzoek en werden verschillende systemen vergeleken. Ook wonnen de Fransen advies in bij een commissie van wetenschappers. Fabrikanten mogen zelf kiezen of ze het nutri-scoresysteem gaan voeren.

Hoe werkt het? Het systeem is gebaseerd op de berekening van de ‘voedingswaardekwaliteit-score.’ Hierin worden niet alleen de ‘negatieve’ ingrediënten meegenomen zoals suiker, vet en zout maar ook ‘positieve’ ingrediënten als vezel, eiwit en het percentage groente en fruit per 100 gram product. Op basis van de samenstelling ontvangt een product een score variërend van a (groen) tot e (rood). Daarbij staat de kleur groen voor de hoogste voedingswaardekwaliteit en rood voor de laagste. Door de kleuren en bijbehorende letters op verpakkingen kunnen consumenten een geïnformeerde keuze maken. Volgens het Franse onderzoek presteert het systeem van de nutri-score beter dan het stoplichtsysteem en dat van referentie- inname.

Kleurcodering

Johannes Kleis van het BEUC bevestigt dit. ‘De studies die de Franse overheid uitvoerde, wijzen uit dat etikettering met de nutri-score het meest effectief is om consumenten de gezonde keuze te laten maken. Uit deze onderzoeken blijkt bijvoorbeeld dat het vooral voor degenen die de goedkoopste voedingsmiddelen kopen, gemakkelijker is deze goed te rangschikken op voedingswaardekwaliteit.’ Het door de voedingsindustrie veelgebruikte systeem van referentie-inname (zonder kleurcodering), komt als slechtste uit de studies.

Kleurcoderingen op de voorkant van verpakkingen is de weg voorwaarts, vindt de Europese consumentenorganisatie. Zulke kleurenschema’s zijn met slechts een snelle blik op het etiket goed te begrijpen. Belangrijk voor het BEUC is dat de criteria achter de etiketteringsystemen ontwikkeld zijn door een onafhankelijke derde partij, zoals het ministerie van Volksgezondheid in het Verenigd Koninkrijk.

Onafhankelijke criteria

De Amerikaanse voedingshoogleraar Marion Nestle van de New York University vindt het etiketteringsysteem met referentie-inname, dat veel voedingsbedrijven hanteren, zeer ineffectief als hulpmiddel om consumenten de gezonde keuze te laten maken. Ook het integreren van dit systeem met een kleurcodering zet volgens haar geen zoden aan de dijk, maar werkt slechts verwarrend. Een etiketteringsysteem met kleurcodering moet zich richten op het hele voedingsmiddel en niet op individuele ingrediënten, aldus Nestle. ‘Dit kan werken als een prikkel voor de voedingsindustrie om meer te herformuleren en kleinere porties te produceren.’

Volgens Wieke van der Vossen, expert voedselveiligheid, wetgeving en etikettering van het Voedingscentrum, zijn bij een etiketteringsysteem drie dingen belangrijk: het moet voor iedereen begrijpelijk zijn, alle fabrikanten en retailers moeten meedoen en het dient gebaseerd te zijn op onafhankelijke (wetenschappelijke) criteria. Ze is daarom niet zo’n voorstander van het kleurcoderingsysteem dat de zes multinationals gaan ontwikkelen. ‘De zwakte is dat fabrikanten zelf de portiegrootte kunnen bepalen. Die hoeft niet overeen te komen met een realistisch portie.’ Bovendien doet niet iedereen aan dit systeem mee. Van der Vossen vindt het niet wenselijk dat er zoveel verschillende etiketteringsystemen zijn. ‘Dat is heel verwarrend voor de consument.’ Beweegt de Europese Unie richting een uniform Europees etiketteringsysteem? Eind 2017 zal de Europese Commissie een rapport publiceren over nationale etiketteringsystemen in de EU. Mogelijk zal dit rapport het debat over etikettering weer doen aanwakkeren en leiden tot een wetsvoorstel.

Van der Vossen: ‘Het is denkbaar dat het papieren etiket in de toekomst gecombineerd gaat worden met een app.’ Een etiket met beperkte gegevens en een digitaal systeem of app met uitgebreide ingrediënteninformatie zou een aanlokkelijk toekomstperspectief kunnen zijn voor partijen die het etiket te vol vinden, zoals de voedingsindustrie (te veel verplichte teksten) en de Consumentenbond (te veel misleidende uitingen). ‘Een dergelijk systeem is er nu nog niet en het mag ook niet volgens de huidige Europese etiketteringsverordening ’, benadrukt de expert van het Voedingscentrum. ‘Hierover zijn discussies in de EU, maar er zijn nog geen voorstellen die die kant op gaan.’

Wetgeving en vrijwillige etiketteringsystemen

Voedingsbedrijven die hun producten willen afzetten in de Europese Unie, moeten zich houden aan de Europese etiketteringsverordening 1169-2011. Die stelt het vermelden van een voedingswaardetabel verplicht. De tabel geeft de voedingswaarde aan van iedere voedingsstof in het product per 100 gram of milliliter. Naast de verplichte voedingswaardetabel, houden EU-lidstaten er hun eigen etiketteringsysteem op na. Die helpt de consument een geïnformeerde keuze te maken. In Nederland, en ook in veel andere Europese landen, werken bedrijven met een etiketteringsysteem gebaseerd op referentie-inname. De Federatie Nederlandse Industrie (FNLI) adviseert bedrijven om naast de verplichte voedingswaarde ook de vrijwillige referentie-inname (RI) te melden. Deze laat de voedingswaarde van het productie zien per portie op de voorkant van het etiket. Vaak gebeurt dit met een icoontje dat toont hoeveel procent van de RI voor bijvoorbeeld energie of vet in het product zitten. Ook is er een aantal systemen gebaseerd op kleurcodering. Zo introduceerde de Britse overheid in 2012 het stoplichtsysteem dat zich op nutriënten richt en startte Frankrijk onlangs het nutri-scoresysteem dat de voedingswaardekwaliteit aangeeft.

RIVM: gezondheidslogo’s informatief, niet effectief

Voedselkeuzelogo’s op de voorkant van een verpakking (front-of-the pack-labeling) mogen dan wel informatief zijn, het is niet wetenschappelijk bewezen dat ze ook effectief zijn. Dat schrijft het RIVM in het rapport De waarde van een voedselkeuzelogo voor het voedselbeleid. Het instituut voerde de studie eind 2016 uit in opdracht van het ministerie van VWS. Een voedselkeuzelogo zorgt er niet voor dat het productaanbod gezonder wordt of dat consumenten vaker voor gezondere producten kiezen, zo blijkt uit de studie. Toch past zo’n logo wel in het beleid consumenten te informeren over gezonde voeding. Een logo moet daarom onderdeel zijn van een integrale aanpak gericht op gezond eten, aldus het RIVM. Het instituut nam voor haar onderzoek een aantal Europese logo’s onder de loep, zoals het Britse Multiple Traffic Light en de Keyhole dat in Noorwegen, Zweden en Litouwen wordt gebruikt. Ook het Nederlandse Vinkje werd in de studie meegenomen. In oktober 2016 kondigde minister Edith Schippers van VWS aan met dit keurmerk te stoppen.

Reageer op dit artikel