artikel

Voeding Nu-bijeenkomst: Juist communiceren over voeding

Voedingscommunicatie

Voeding Nu-bijeenkomst: Juist communiceren over voeding

Het Voedingscentrum werkt in opdracht van de gezondheidsminister Schippers aan een etikettenwijzer die dit najaar uitkomt. Tijdens de Voeding Nu-bijeenkomst Juist communiceren over voeding, lichtte Wieke van der Vossen van het Voedingscentrum er al een tipje van de sluier over op.

Een app op je smartphone waarmee je een etiket kunt scannen, kan de voedingskeuze een stuk persoonlijker maken. Als gebruiker kun je onder andere invullen welke voedingsstoffen je belangrijk vindt of dat er sprake is van een allergie of niet. De app rekent de gegevens op het etiket vervolgens door en komt met de kenmerken van producten op de proppen. Ook kun je producten met elkaar vergelijken. De app is nog volop in ontwikkeling. Zo moet de database die erachter zit zo compleet mogelijk worden met data van fabrikanten en retailers. Ook wordt rekening gehouden met de resultaten van consumentenonderzoek.

Het is volgens Van der Vossen niet de heilige graal van de voedselkeuze, maar ‘een van de hulpmiddelen in het maken van een gezondere keuze, een nieuwe ontwikkeling die de keuze persoonlijker kan maken.’ In haar lezing liet Van der Vossen aan de hand van onderzoek zien hoe kort winkelende mensen eigenlijk op het etiket kijken, nauwelijks een seconde. Daarbij gaat de aandacht vooral uit naar de merknaam, de naam van het product en de afbeelding. Daarna komt pas de voedingswaarde aan de beurt. Wellicht kan de app het gebruik en begrip van de voedingswaarde, die verplicht op het etiket staat, verder vereenvoudigen en het belang ervan opwaarderen, opdat de gezonde keuze beter mogelijk wordt.

Reclame voor voedingsmiddelen

Vanuit de zaal stelde advocate Sarah Arayess de vraag of de vergelijking van voedingsmiddelen in de app niet zou kunnen leiden tot reclame voor het ene product ten koste van het andere. Hoe wordt gewaarborgd dat de vergelijking juist is?

Het Voedingscentrum is geen bedrijf, maar volgens Van der Vossen en de advocate is dat wel een kwestie die verder uitgezocht moet worden, voordat de app wordt gelanceerd.

Claimrecht

In alle vier de lezingen op de bijeenkomst kwam het thema ‘claims’ op het gebied van voeding en gezondheid terug. Advocate Arayess, die gespecialiseerd is in levensmiddelenrecht, ging onder andere in op de veranderde wetgeving rond informatieverstrekking aan professionals. De Claimsverordening van de Europese Unie, waarin de regels rond voedings- en gezondheidsclaims zijn vastgesteld, werd altijd zo uitgelegd dat bedrijven in een business-to-businessomgeving (B2B) reclame mochten verspreiden aan hun (professionele) cliënten over voedingsmiddelen. Van professionals mag immers verondersteld worden dat ze een onderscheid kunnen maken tussen wetenschappelijke informatie en reclame. Zo lang de informatie niet direct (als reclame) op de consument gericht was, was er ruimte om te communiceren. Maar in een uitspraak van het Europese Hof van Justitie rond reclame van Innova Vital voor een vitamine D3-supplement aan huisartsen, oordeelde het hof dat ook de professional misleid kan worden.

De Claimsverordening is ook van toepassing op B2B-communicatie. Dat betekent dat ook reclame aan professionals nu moet voldoen aan de strenge regels uit de Claimsverordening. ‘Er mag nog wel objectieve informatie over nieuwe wetenschappelijke ontwikkelingen worden verstrekt, waarin jargon wordt gebruikt’, zegt Arayess. ‘Het mag niet gaan om commerciële mededelingen die ook bij de consument terecht kunnen komen.’

Arayess geeft een voorbeeld van creatieve oplossingen uit de praktijk. Zo kan een voedingsmiddelen- of supplementenfabrikant een diëtist uitsluitend informatie toesturen waarin bijvoorbeeld (verregaande) gezondheidsvoordelen van een bepaalde vitamine staan. De informatie zal dan op geen enkele manier commercieel mogen zijn, ook mag geen product genoemd worden. De claimsverordening is dan niet van toepassing, die geldt immers alleen bij reclame. Maar wat nou als je op een ander moment een sample van het betreffende product opstuurt? ‘Je kunt je vraagtekens plaatsen bij deze actie. Verwordt de eerder opgestuurde informatie nu tot reclame?’ Arayess liet het antwoord daarop open.

Bloggers en vloggers

De advocate stond ook stil bij de uitspraken die vloggers en bloggers over voeding doen. Deze groepen hebben volgens Arayess veel macht en worden soms door adverteerders benaderd een voedingsmiddel te promoten. Volgens de Reclamecode Social Media van de Nederlandse Reclame Code moet het helder voor de consument zijn wanneer er geadverteerd wordt. Dat kan bijvoorbeeld via de opmaak of presentatie, in de uiting zelf of door het toevoegen van een hashtag (#adv, #spon, etc.). Zo wordt direct duidelijk dat sprake is van reclame.

Grijs gebied

Er is volgens Arayess sprake van een grijs gebied en het is de vraag hoe goed influencers op de hoogte zijn van deze regels: ‘Als een vlogger zonder sponsoring iets over een voedingsmiddel beweert, wordt dat gezien als informatie en heeft het tonen van een product niet per se een commercieel doel. Maar krijgt de vlogger iets gratis, dan zal hij dit moeten vermelden. Zo mag een vlogger bijvoorbeeld zeggen: “Ik heb deze limonade gekregen en ik vind het heel lekker”. Ook moeten de influencers zich houden aan alle regels die gelden voor het specifieke product. De adverteerder én de influencer zelf kunnen verantwoordelijk worden gehouden. Het is daarom verstandig afspraken vast te leggen, zeker bij “gevoelige” producten.’

Coca-Cola en social media

Onder de aanwezigen bij de bijeenkomst was ook Jan Burger, manager regulatory affairs van Coca-Cola Nederland. Hij gaf aan dat zijn bedrijf veel met social media werkt en adviseerde de aanwezigen als zij met bloggers of vloggers in zee gaan, altijd een contract met ze af te sluiten waarin de grenzen over wat wel en niet gezegd kan worden duidelijk worden afgebakend. ‘Wij zorgen ervoor dat de vlogger of blogger in kwestie goed de regels kent als Coca-Cola producten beschikbaar stelt’, aldus Burger.

Reclame Code Commissie

De ruim honderd deelnemers aan het congres, onder wie diëtisten, gewichtsconsulenten en leefstijlcoaches, kregen ook nog een overzicht van het werk van de Stichting Reclame Code die klachten en meldingen van consumenten behandelt over reclame. Het afgelopen jaar kwamen er 3.696 binnen waarvan er 1284 tot een uitspraak leidden. Van die uitspraken ging er zo’n twaalf procent over reclame voor voeding en niet-alcoholhoudende dranken. En daarvan had het merendeel betrekking op misleiding (41 procent).

‘Ruim 97 procent van de adverteerders volgt onze uitspraken op’, zei Fiona Vening, Compliance Officer, trainer en copyadviseur bij de Stichting Reclame Code. ‘Ze passen hun uiting aan of stoppen ermee. De 3 procent die onze uitspraken negeert, komt in een online-rubriek. Ook kan hen een boete worden opgelegd door de Autoriteit Consument en Markt.’ Vening liet vervolgens een aantal voorbeelden zien van uitspraken aan de hand van reclame voor producten. Tijdens de discussie tot slot vertelde Jan Burger van Coca-Cola Nederland dat veel consumenten bij klachten direct bij de fabrikant aankloppen. ‘Natuurlijk nemen we de klacht serieus en als iets terecht blijkt, dan zullen we onze uiting in de meeste gevallen aanpassen’, aldus Burger.

Reageer op dit artikel