artikel

‘Supermarktsafari waardevolle toevoeging aan arsenaal diëtist’

Voedingscommunicatie

Een groep van vijf dames meldt zich voor de drukke ingang van een supermarkt in Barendrecht.Na de kennismaking en uitleg van diëtist Joran Broer vullen de deelnemers een korte vragenlijst in die Broer heeft opgesteld. Aan de hand van deze lijst zal de diëtist de “safari” door de supermarkt leiden.

‘Supermarktsafari waardevolle toevoeging aan arsenaal diëtist’

‘Normaal zie ik jullie alleen maar in de behandelkamer. Dit is echter de plek waar jullie uiteindelijk gezonde en ongezonde keuzesmaken. Ik hoop dat ik jullie hier wat meer handvatten kan geven om makkelijker de gezonde keuze te maken,’ legt Joran uit, voordat hij bij het groenteschap stopt.

Groenten

Joran begint met het bespreken van de eerste kennisvraag: ‘Verse groenten zijn gezonder dan groenten uit de diepvries of blik. Waar of niet?’ De dames antwoorden in koor: ‘Waar,want aan pot- en blikgroenten worden suikers en zout toegevoegd.’ Hij legt uit dat pot-en blikgroenten vroeger nogal in een kwaad daglicht gezet zijn, wat tegenwoordig helemaal niet meer zo terecht is. ‘Eigenlijk is de slechtste keuze de voorgesneden groentes, omdat die sneller in vitaminen teruglopen.’Hij vergelijkt het met het oxidatieproces dat optreedt bij een gesneden appel. Het kwartje valt bij de deelnemers en ze zijn vooral verbaasd. ‘Dat wist ik echt niet’, zegt een oudere dame van de groep.

Vlees

De volgende stop is de afdeling vleeswaren. ‘Vleeswaren heb je op twee plekken in de supermarkt: bij de voorverpakte belangrijk producten en bij de vers- of delicatessenafdeling. Wat is één ingrediënt dat in voorverpakte producten meer zit dan in de verse vleeswaren?’, vraagt Joran. ‘Zout’, antwoordteen van de groepsleden. De diëtist knikt en legt uit dat het bij vleeswaren ook goed is om naar het vetgehalte en aantal calorieën te kijken. ‘In welke groep vleessoorten zit veel vet?’ Spek, salami en worsten worden genoemd door de groep, waarop Joran uitlegt dat niet elk stuk varkensvlees even vet is. Hij houdt twee verpakkingen in de lucht, een met ontbijtspek en een met achterham. ‘Het ontbijtspek bevat 26 gram vet per 100 gram en de achterham maar 6 gram. In achterham zit dus 75 procent minder vet. Dit soort vlees van het varken kun je dus prima gebruiken. Denk ook aan varkenshaas, filetlapjes of ongepaneerde schnitzel.’ De oudste van het vijftal heeft een vraag: ‘Is kipworst vet of mager?’ Een goede vraag volgens Joran, aangezien kip mager is en worst juist vet. Hij pakt de kippenworst erbij en geeft aan dat alle worsten per definitie vet zijn, ‘want ook aan deze kippenworst is kipvet en palmvet toegevoegd. De enige uitzondering op de regel is ossenworst.’

Vegetarisch

We lopen iets verder door, naar het rundergehakt. Volgens Joran is dat een interessant product, omdat veel mensen in de veronderstelling zijn dat rundergehakt veel gezonder is dan half-om-half. Hij laat de twee producten zien en het blijkt dat de voedingswaarden amper verschillen. Ook pakt hij nog even het magere gehakt erbij om te laten zien dat dat je maar 30 calorieën minder bevat. ‘Het is dus niet echt interessant het ene door het ander te vervangen, want daar pak je niet je gezondheidswinst uit.’ Iedereen is verrast en vraagt zich direct af wat een alternatief kan zijn. Hij pakt de vegetarische variant erbij: ‘Hier zit wel winst in, want in vegetarisch gehakt zit veel minder vet dan in andere gehaktsoorten. Wel is de vuistregel die je kunt aanhouden dat met vleesvervangers geprobeerd is het oorspronkelijke product na te bootsen. Dat houdt in dat de belangrijkste ingrediënten van het oorspronkelijke product waarschijnlijk ook in de vleesvervanger aanwezig zijn. Je kunt er dus van uitgaan dat vegetarische boterhamworst ook per definitie vet is.’

Brood

Eenmaal gearriveerd bij het broodvak, vraagt Joran aan de deelnemers of bruinbrood evenveel vezels als volkorenbrood bevat. Dit is de eerste kennisvraag waarop de groep eigenlijk geen antwoord heeft. Hij pakt er twee broden bij. ‘Bruinbrood bevat 4 gram en volkoren 7 gram vezels per 100 gram. Het is belangrijk te onthouden dat het niet uitmaakt wat voor soort graan er in een product zit, maar wel of de korrel volledig gemalen is of niet.’ ‘Hoe zit het dan met roggebrood?’, vraagt een jongedame. ‘Fries roggebrood bevat 11 gram vezels en dat komt doordat voor het product alleen maar volkorenmeel gebruikt is. Maar rogge betekent niet altijd veel vezels. Kijk maar naar ontbijtkoek met rogge. Onthoud ook dat donkerder niet altijd beter is. Heb je twijfels, kijk dan op de ingrediëntenlijst: het belangrijkste ingrediënt staat altijd als eerste in de lijst.’ Van dit laatste gaat de groep wat beduusd kijken. Blijkbaar is het donker maken van het brood een truc waar de meesten altijd in waren gestonken.

Zuivel en toetjes

‘Ik ben zelf een groot fan van zuiveltoetjes, omdat ze kunnen helpen als je gewicht wilt verliezen of juist wilt aankomen. Wat alle zuivelvarianten gemeen hebben, is dat ze een hoog eiwitgehalte hebben. Denk aan kwark, Skyr en volle of magere Griekse yoghurt. Bij zuivel is het vooral belangrijk te kijken naar het vetpercentage en, als er een smaakje aanzit, naar het suikergehalte.’ Hij houdt de magere en de normale kwark in zijn hand. ‘Magere kwark heeft 10 procent minder vet. Dat lijkt in eerste instantie niet veel, maar je bespaart er ongeveer 250 procent in calorieën mee. Een relevant verschil en zeker een gezondheidswinst.’ Hij laat nog even wat verpakkingen zien waar vruchten op staan afgebeeld. ‘Wie durft te gokken hoeveel fruit er daadwerkelijk in zit?’ De dames kijken elkaar vertwijfeld aan en realiseren zich na Jorans uitleg, dat verpakkingen toch wel vaak misleidend zijn.

Zoetigheden

‘Op naar het gevaarlijkste schap van de hele supermarkt,’ zegt Joran, terwijl hij naar de afdeling met koekjes en snoep loopt. ‘Als mensen gewicht kwijt willen raken, stellen ze vaak vragen over dit schap. Ze willen weten of ze bepaalde producten wel of niet kunnen eten. Het is goed je te realiseren dat producten in dit schap vrijwel altijd ongezond zijn. Voor de fabrikant is het ook erg lastig om een ongezond product te verbeteren zonder dat het minder lekker wordt. Want zowel zout, suiker als vet zijn goede smaakmakers. Iets uit dit schap gaat dus nooit gezonder worden dan een boterham of appel.’ Een van de dames vraagt wat het gezondste koekje is voor als ze toch eentje wil nemen. ‘Veel van de “gezondere” koekjes liggen onderaan het schap; dat zijn ook ook vaak de goedkopere koekjes. Als ik mensen koekjes aanraad, zijn het vaak mariakaakjes, café noires, lange vingers of digestives. Daar haal je toch iets meer verzadiging uit, hoewel je daarvoor uiteraard geen koekje eet.’ Iemand heeft een vraag over ontbijtkoek: ’Hoe zit het nou met de Snelle Jelle Zero? Die is superdroog, maar is ‘ie ook gezonder?’ Joran pakt de ontbijtkoek erbij en vertelt dat een belangrijk ingrediënt oligofructosestroop is. ‘Suiker kent vele namen, maar deze stroopsoort bevat meer vezels. Dat verklaart ook waarom de koek zo droog is. De stroop zorgt ervoor dat de Zero drie keer zoveel vezels bevat als een gewoon volkorenbrood. Een goede vervanger dus voor gewone ontbijtkoek.’

Bewustere keuzes

Na afloop zeggen de vrouwen dat ze de safari een leuke en leerzame ervaring hebben gevonden. Een van de deelnemers geeft aan dat ze echt in de veronderstelling was dat er in donker brood meer vezels zaten. Een andere is nog steeds verbaasd over het grote verschil inde vetpercentages van vleeswaren. Ze vinden allemaal dat Jorans supermarktsafari hen bewuster heeft gemaakt van de samenstelling van producten en de keuzes die ze maken.

Behoefte aan praktische informatie

Diëtist Joran Broer heeft nu zes keer een supermarktsafari georganiseerd en elke keer was de groep weer anders. ‘Ik probeer mijn uitleg aan te passen aan het kennisniveau van de groep. Ik werk met een aantal vaste vragen aan de hand waarvan we langs alle hoofdschappen gaan. Daar zit meestal één vraag bij die gaat over trends.’ Hij ziet dat ook de vragen die mensen tijdens de safari stellen vooral bepaald worden door de actualiteit. ‘De meer individuele en specifieke productvragen komen meestal pas aan bod in de behandelkamer. Bij een safari gaat het vaker over productgroepen. Als deelnemers na de safari boodschappen gaan doen, krijgen ze vaak producten in handen die we nog niet besproken hebben. De vragen daarover krijg ik dan in de spreekkamer.’ Volgens Joran is de supermarktsafari een waardevolle toevoeging aan het arsenaal van een diëtist. ‘Ik zit in de behandelkamer met mensen een gesprek te voeren over eten en over wat eventueel “verstandige” boodschappen zijn. Bij zo’n safari kan ik er daadwerkelijk bij zijn als ze hun inkopen doen en hen direct informatie geven. De meeste mensen lezen geen etiketten en hebben dus behoefte aan praktische informatie.’

Reageer op dit artikel