nieuws

Jaap Seidell: ‘Jong geleerd, oud gedaan’

Voedingscommunicatie

Jaap Seidell: ‘Jong geleerd, oud gedaan’

Jonge mannen en vrouwen zouden veel meer informatie moeten krijgen over gezonde voeding van hun kind, zo pleit hoogleraar Jaap Seidell tijdens het symposium ‘Gezond Opgroeien, weten wat werkt’ van de jonge Gezondheidsraad (jonge wetenschappers).

‘De eerste duizend dagen van een baby zijn ontzettend van belang voor het aanleren van voedingspatronen en de voedingskeuzes van kinderen’, zegt hij. Ook vertelt Seidell tijdens zijn presentatie dat gezond opgroeien niet alleen een taak van de ouders is. Het symposium werd 21 mei gehouden in Den Haag.

 

Aanleren smaakvoorkeuren

Tijdens zijn voordracht legt de hoogleraar uit dat kinderen in de eerste twee jaar van hun leven smaakvoorkeuren aanleren. Tussen twee en vijf jaar is het voedingspatroon van een kind redelijk stabiel en hoeven ouders alleen bij te sturen.

 

‘Ook zijn de eerste vier tot zeven maanden van een baby een kritische periode. Hierin kunnen de ouders alles aanleren om te eten, daarna wordt dat veel lastiger.’ Seidell ziet vaak dat baby’s van vijf maanden al veel te veel zoete drankjes krijgen en geen groenten. ‘Wat je je baby leert in de eerste duizend dagen, zo eet je kind op achtjarige leeftijd nog steeds.’ Volgens hem is er te weinig voorlichting voor ouders hierover.  

 

Gezamenlijke aanpak

Seidell: ‘Met elkaar moeten we werken aan een gezondere voedselomgeving. Daarbij speelt de overheid een grote rol. De aanpak moet niet alleen landelijk zijn, maar ook lokaal.’

 

Volgens de voedingsexpert moeten overheid, scholen, de voedingsmiddelenindustrie, supermarkten en kantines samenwerken om zo’n gezonde voedselomgeving te creëren. ‘Als er geen gezamenlijke aanpak komt, zal dat niet lukken. Werken we als geheel samen, dan heeft het wel invloed.’

 

Voedingsmiddelenindustrie

Een grote tegenwerking in gezond opgroeien is de voedingsmiddelenindustrie, vertelt Seidell. ‘Per jaar wordt er 50 miljard euro uitgegeven aan kindermarketing. En daarbij wordt niet gelinkt naar gezonde voeding, maar naar lege calorieën, zoals snacks, frisdrank en snoep’, zegt de hoogleraar. ‘En kijk eens naar de schappen, snoep en koek met leuke kleurrijke plaatjes liggen op grijphoogte voor kinderen.’

 

Volgens Seidell zegt de voedingsmiddelenindustrie op haar beurt dat ouders verantwoordelijk zijn en niet zij. Deze sector moet volgens de hoogleraar door de overheid worden gereguleerd.   

 

Signalement

Het symposium werd gehouden ter gelegenheid van het verschijnen van het signalement: ‘Gezond opgroeien: weten wat werkt’.

 

Lees verder op Voeding Nu online:

Jong GR: ‘Overheid moet informatievoorziening aan jonge ouders stimuleren’

Koningsontbijt: ‘Kan nog gezonder’ en ‘kindermarketing’

Reageer op dit artikel