nieuws

Levensmiddelenindustrie wil af van zesjescultuur consumentenvertrouwen

Voedingscommunicatie

Levensmiddelenindustrie wil af van zesjescultuur consumentenvertrouwen

Voedselproducenten moeten hun deuren vaker open zetten voor het publiek en de vragen die leven eerlijk beantwoorden. Uit de zogeheten Waarderingsmeter, een onderzoek onder consumenten over de levensmiddelenindustrie, blijkt dat de helft van de Nederlanders enigszins vertrouwen heeft in de bedoelingen van de sector. ‘We moeten actief de dialoog met het publiek aangaan. Hoe dat precies moet, bijvoorbeeld op het gebied van de sociale media? Daar zijn we ook nog zoekende in.’

Aan het woord is Philip den Ouden, directeur van de Federatie Nederlandse Levensmiddelen Industrie (FNLI) . Deze overkoepelende organisatie van levensmiddelenfabrikanten zal de komende jaren inzetten op een beter vertrouwen van de consument in haar sector. ‘Onze rol is dat we bedrijven aanzetten om actief de dialoog aan te gaan’, zegt hij. En voegt toe dat het op dit moment nog zoeken is naar de beste weg daartoe, met name als het gaat om de sociale media die bijdragen aan de verwarring over voedsel.

‘Het betekent dat bedrijven vaker hun deuren openen en dat medewerkers van bedrijven actief de dialoog met consumenten en burgers aangaan’, zegt hij. ‘We moeten bij de consument aan (keuken)tafel komen; het vereist ook dat we uit onze schulp kruipen en letterlijk het gesprek ingaan, wat kan op veel verschillende manieren kan. Bedrijven zijn daar nu toch wat aarzelend in, maar we zullen naar buiten moeten en moeten laten zien wie we zijn.’

Zesjescultuur

Den Ouden zegt een en ander na de presentatie rond het rapport Spreek Smakelijk, dat maandagavond 25 april werd aangeboden aan premier Rutte. Daarin staat niet alleen het aanmerkelijke belang van de levensmiddelenindustrie voor de Nederlandse economie beschreven (30 procent van de Nederlandse handelsbalans) en de werkgelegenheid (600.000 directe en indirecte arbeidsplaatsen), maar ook dat het vertrouwen van de Nederlander in de producten van die industrie ver te zoeken is.

Uit een consumentenonderzoek dat FNLI door Motivaction liet uitvoeren blijkt dat de sector overall een 6,8 scoort. ‘Dat is een voldoende, maar we moeten af van de zesjescultuur, binnen een aantal jaren moeten we toch wel de 7 kunnen halen’, vindt Den Ouden. Zo is de score op E-nummers, waar veel consumenten zich zorgen over maken, amper een een 5. Tijdens de presentatie van het rapport Spreek Smakelijk in Nieuwspoort was meermaals te beluisteren dat transparantie, ook rond E-nummers, het sleutelwoord is.

Uit het consumentenonderzoek blijkt verder dat circa zeven procent van de Nederlanders helemaal geen vertrouwen heeft in de levensmiddelenindustrie. Ongeveer vijftig procent weet het niet. Ruim veertig procent heeft wel veel vertrouwen. Als het gaat om het streven van de industrie om gezondere producten te maken, dan waarderen de ondervraagde Nederlanders dat met een 6,1. Dierenwelzijn en milieu krijgen achtereenvolgens een 5,6 en 5,8. Voedselveiligheid scoort 6,8.

Leidend in voeding

Paul Polman, de hoogste baas van Unilever, mocht samen met Bas van den Berg, de CEO van Friesland Campina en voorzitter van FNLI, het rapport Spreek Smakelijk aan premier Rutte geven. In een korte toespraak onderstreepte de premier het belang van de Nederlandse levensmiddelenindustrie voor Nederland. ‘We zijn de tweede voedselexporteur van de wereld, tien procent van onze welvaart komt uit de voedseleconomie.  Er zijn in de toekomst in de wereld 9 miljard monden te voeden, daarbij gaan we helpen en als het moet doen we het ook. Dat moet wel op een verantwoorde manier gebeuren. We moeten de wereldwijde voedselketens goed beheersen, daar kan Nederland een grote bijdrage in leveren.’

De zaal moest hard lachen toen hem gevraagd werd naar een voorbeeld van een product waar op hij let, een Magnum-ijsje, gemaakt door zijn oude werkgever Unilever, waar hij tien jaar werkte: ‘Het blijkt ook best wel gezond te zijn.’   

Failliet


De CEO van Unilever hield zijn toespraak in het Engels en hield het publiek voor dat het huidige voedselproductiesysteem ‘failliet’ is. ‘Doorgaan op de oude voet, dat kan niet’, weet hij, waarna hij de voedselproductie in relatie tot een aantal wereldproblemen opsomde, zoals armoede, honger, overgewicht, watertekort en CO2-uitstoot. Deze problemen kunnen volgens Polman alleen worden opgelost als ook de voedselproductieketen anders wordt ingericht.

Luister hieronder naar het interview dat VMT-collega Willem-Paul Mooij had met Bas van den Berg, voorzitter van FNLI.

 

Reageer op dit artikel