nieuws

‘Het allergenenonderzoek van TNO bevestigt wat al jaren bekend is’

Voedingscommunicatie

‘Het allergenenonderzoek van TNO bevestigt wat al jaren bekend is’

Dat er problemen zijn met de etikettering van allergenen is al jaren bekend. Daarom onderschrijven Marjan van Ravenhorst, directeur Allergenen Consultancy, en Marloes Kneppers, manager Consument & Informatie bij de Federatie Nederlandse Levensmiddelen Industrie (FNLI) de oproep van TNO voor betere regels voor waarschuwingen op voedseletiketten.

TNO en het UMC Utrecht volgde voor het allergenenonderzoek een jaar lang 157 mensen met allergieën. Volgens het onderzoekinstituut kreeg bijna de helft van de deelnemers één of meer allergische reacties door onduidelijke waarschuwingen op etiketten. Volgens Kneppers is dit een onwenselijke situatie. ‘Niemand wil dat mensen ziek worden, ook de fabrikant niet. Maar zonder eenduidige regelgeving is het een lastig probleem.’

Nuance nodig

Het onderzoek van TNO kwam groot in het nieuws. ‘Maar er is wel nuancering nodig,’ zegt Van Ravenhorst naar aanleiding van berichtgeving in de landelijke media. ‘Het gaat in het onderzoek niet om een probleem met de ingrediëntenlijsten op producten, dit leek namelijk naar voren te komen in de media. Het gaat om de waarschuwing voor kruisbesmetting door allergenen.’

Versleping

Waar gaat het eigenlijk over? Allergenen zijn eiwitten die een allergische reactie kunnen veroorzaken. In het TNO onderzoek gaat het om allergenen die middels versleping of kruisbesmetting onbedoeld in een product zijn gekomen. En dus niet om allergenen die er bewust in zitten (pinda’s in pindakaas). Meer exact: “versleping van allergenen” de onbedoelde en onvermijdbare contaminatie van zeer kleine hoeveelheden allergenen met de gebruikte grondstoffen (die op de ingrediëntenlijst staan) bedoeld.

‘Versleping vindt bijvoorbeeld plaats als verschillende producten op één en dezelfde productielijn gemaakt worden. Volledige verwijdering van allergenen is soms niet mogelijk. Dat maakt dat producten met een waarschuwing niet altijd het desbetreffende allergeen bevatten, het gaat om een kans. Anders was het een ingrediënt geweest,’ aldus Kneppers.

Voorbeeld chocola

Van Ravenhorst haakt hierop in met het voorbeeld van chocola. ‘In het onderzoek van TNO zijn verschillende chocoladeproducten. Bij chocola is kruisbesmetting niet altijd te voorkomen. Het product wordt vaak gemaakt op dezelfde lijnen waar ook pure chocolade, melkchocola of chocola met noten wordt geproduceerd. Een natte reiniging is niet mogelijk. Om kruisbesmetting volledig te voorkomen zou de fabrikant een volledig afgezonderde productielijn voor elke type chocola moeten opzetten.’

Verantwoordelijkheid fabrikant

De woordvoerder van de FNLI bevestigt dat er verantwoordelijkheid ligt bij producenten om het risico op versleping zoveel mogelijk te beperken.

‘De FNLI pleit voor actief gebruik FNLI handleiding: “Beheersing van het risico op versleping van allergenen”. Deze FNLI handleiding kan helpen bij de beheersing van de versleping van allergenen.’

Allergenen consultancy geeft aan dat de zogenoemde “VITAL systematiek” door veel bedrijven wordt gebruikt bij het maken van een risicobeoordeling. ‘op basis van deze berekening wordt bepaald of een waarschuwing op de verpakking nodig is of niet. Dit is een methode waarbij referentiewaarden zijn vastgesteld. Dit is een hoeveelheid allergeen welke veilig is voor allergische consumenten. Ook in de “Code of Practice” van SimplyOK zijn eisen aan een goed allergenenmanagementsysteem opgenomen en uitleg over de toepassing van VITAL.

Europese regelgeving nodig

Toch is er wel zeker betere Europese regelgeving nodig zeggen Kneppers en Van Ravenhorst .

‘Er is behoefte naar eenduidige en concrete regelgeving voor waarschuwingen voor allergenen,’ zegt allergenenexpert Van Ravenhorst. ‘Europese landen geven nu zelf invulling aan de regelgeving en stellen eigen referentiewaarden vast, waardoor er verschillende standpunten worden ingenomen. Het is niet duidelijk voor fabrikanten wat er van hun verwacht wordt.’

Ook de FNLI pleit voor Europese referentiewaarden. ‘Van belang is dat er afspraken zijn boven welke waarde er gewaarschuwd dient te worden: een zogenaamde referentiewaarde. Het is onwenselijk dat er in verschillende landen verschillende waardes worden gehanteerd. Een Europese nultolerantie voor versleping is absoluut onwenselijk. De FNLI pleit daarom voor geharmoniseerde Europese referentiewaardes die gebruikt kunnen worden bij de risicobepaling,’ aldus Kneppers.

Ook de FNLI pleit voor Europese referentiewaardes. ‘Het is onwenselijk dat er in verschillende landen verschillende waardes worden gehanteerd. Echter, een Europese nultolerantie voor versleping is absoluut onwenselijk. De FNLI pleit daarom voor geharmoniseerde Europese referentiewaardes die gebruikt kunnen worden bij de risicobepaling,’ aldus Kneppers.

Reageer op dit artikel