artikel

Verslag 17th European Congress on Obesity *

Voedingswetenschap

Verslag 17th European Congress on Obesity *

Wereldwijd zijn talloze wetenschappers in de strijd tegen obesitas bezig met gezondheidsproblemen rond obesitas te onderzoeken. Kennis en ervaring op epidemiologisch vlak, maar vooral ook op klinisch, biologisch, fysiologisch en genetisch vlak, werd uitgewisseld op het zeventiende Europese Congres van Obesitas (ECO) dat begin mei in Amsterdam plaatsvond. Het wordt ieder jaar georganiseerd door de European Association for the Study of Obesity (EASO).

Obesitas is en blijft wereldwijd een onmetelijk gezondheidsrisico vormen. Niet alleen in de Westerse wereld, maar ook steeds vaker in minder ontwikkelde landen, waar het in groot contrast staat met ondervoeding. Bij volwassenen, maar ook bij adolescenten en jongere kinderen worden hoge prevalenties van overgewicht en obesitas gerapporteerd. Er waren vijf grote thema’s die tijdens het congres aan bod kwamen: Prevention and Health Promotion, Epidemiology and the Impact of Obesity, Integrative Metabolism and Homeostasis, Genes and Tissue Biology en Weight and Risk Management – clinical/lifestyle/weight loss.

Het eerste thema rond Prevention and Health Promotion behandelde voornamelijk de preventie van en interventie bij obesitas, bij verschillende doelgroepen (van pasgeborenen tot gepensioneerden). Strategieën,  die op verschillende niveaus van de bevolking (individueel, familie, school, werkplek, maatschappij en dergelijke) geïmplementeerd werden, kwamen aan bod. Ook ging aandacht naar de effecten op korte en lange termijn uit. Vaak behalen interventies die zijn gericht op gewichtsverlies successen op korte termijn, maar bestaat de prijs voor dit succes uit de aanwas van een aantal kilo’s in een later stadium. Tijdens de lezingen ging dan ook veel aandacht uit naar de problematiek rond gewichtsbehoud na gewichtsverlies. Interventies hiervoor blijken algemeen gezien effectief te zijn om kleine gewichtsverliezen onder controle te houden. Meer onderzoek is echter noodzakelijk om uit te maken welke specifieke gedragsmatige elementen voor gewichtstoename na -verlies verantwoordelijk zijn. De algemene conclusie is dat er tot op heden nog geen gouden standaard bestaat voor de ideale preventie of interventie. Wel werd steeds nadruk gelegd op het belang van een gezonde, uitgebalanceerde voeding, voldoende fysieke activiteit en/of een daling van het sedentair gedrag als dé belangrijkste synergetische aandachtspunten in de strijd tegen obesitas.

Ook determinanten van gedrag kwamen ter discussie, met name de beïnvloedende factoren/mediatoren die zijn gerelateerd aan de energiebalans (waaronder fysieke activiteit, het eten van groenten en fruit, TV-kijken), voedselkeuze- en consumentengedrag. Zelfdeterminatie, intrinsieke motivatie, attitudes rond sportgedrag en intentie om sportief gedrag te verhogen zijn bij kinderen en adolescenten belangrijke cognitieve mediatoren van fysieke activiteit. Voor het eten van groenten en fruit zijn dit de attitude ten opzichte van fruit, de gepercipieerde hindernissen en zelfeffectiviteit. Naar voren kwam dat het consumptiegedrag van kinderen, dat vaak beïnvloed wordt door reclame over voeding, meer aandacht vereist binnen de obesitasproblematiek.

BMI
Binnen het tweede thema – Epidemiology and the Impact of Obesity – werd in eerste instantie ‘een einde gemaakt’ aan het gebruik van de Body Mass Index (BMI) als indicator voor obesitas en de ermee gepaard gaande risico’s voor de ontwikkeling van chronische aandoeningen. Frequent werden de waist/hip-ratio en de waist/height-ratio naar voor gebracht als alternatieven voor BMI, gezien deze sterke correlaties vertonen met diverse obesitasgerelateerde ziekteverschijnselen zoals insulineresistentie en een verhoogde bloeddruk. Daarnaast werd ook het belang van de locatie van de vetopslag benadrukt. Het viscerale vetweefsel lijkt, in vergelijking met het subcutane vet, een veel grotere rol te spelen in de ontwikkeling van allerlei co-morbiditeiten. Verschillende technieken voor abdominale vetmetingen/schattingen kwamen dan ook aan bod. Speciale aandacht was er voor het TOFI-fenotype (Thin Outside, Fat Inside), dat zich kenmerkt door een doorgaans vrij normale lichaamsbouw, die is belast met een verhoogde (verborgen) viscerale vetopslag, verantwoordelijk voor verhoogde gezondheidsrisico’s.

Behalve voor voeding en beweging, als dé belangrijkste determinanten van de ontwikkeling van obesitas, werd ook extra aandacht gevraagd voor een aantal andere belangrijke leefstijlfactoren. Steeds meer studies bekrachtigen het belang van een goede slaap, niet alleen kwantitatief maar ook kwalitatief, binnen een gezonde leefstijl. Onvoldoende en/of een slechte slaapkwaliteit worden dan ook frequenter in verband gebracht met obesitas en gerelateerde aandoeningen. Daarnaast werd ook de rol van stress als inter-agerende factor met voeding en beweging vaak vermeld.

Multidisciplinair
Het derde en vierde congresonderdeel – ‘Integrative Metabolism and Homeostasis’ en ‘Genes and Tissue Biology’ – gaf een meer technische benadering van de problematiek te zien. Binnen deze thema’s lag de nadruk vooral op biologische/fysiologische pathways van regulatie van de voedingsinname, vetzuuroxidatie, vetopslag en energiemetabolisme, evenals de link met inflammatie, insulineresistentie en het metabool syndroom. Ook de nieuwigheden op het vlak van genetica binnen obesitas kwamen uitgebreid aan bod.

Last but not least werden een aantal interventie- en behandelingsstrategieën besproken binnen het thema Weight and Risk Management. Net zoals binnen het eerste thema werden zowel primaire, secundaire als tertiaire interventies bij verschillende groepen van de bevolking onder de loep genomen en werd uiteengezet hoe succesvolle obesitas programma’s in een breder klinische context en op langere termijn ingezet kunnen worden. Ook hier blijft het zoeken naar de beste manier om patiënten met overgewicht en obesitas te behandelen. Wel werd opnieuw duidelijk dat een combinatie van gezonde voeding en voldoende fysieke activiteit en/of reductie van sedentair gedrag (TV kijken, PC gebruik, etc.) wellicht de beste aanpak is. Er werd dus gepleit voor een multidisciplinaire aanpak, die gemakkelijk te implementeren is in de verschillende groepen van de maatschappij en die op lange termijn effectief blijkt. Eveneens was er aandacht voor het nut van extra ondersteunende maatregelen op het gebied van farmacotherapie, functional foods, extra motivatie, bio-actieve componenten, supplementatie met proteïnen en chirurgie.

Ondanks de nodige aandachtspunten voor de toekomst en de resterende vraagstellingen die onbeantwoord bleven, was het zowel voor de sprekers als voor de deelnemers een bijzonder verrijkend congres dat ons aanspoort tot verder onderzoek en acties om de dreigende obesitasepidemie in te dijken. In alle enthousiasme werden de deelnemers al warm gemaakt voor een nieuwe bijkomst tijdens het 18de ECO congres dat zal plaatsvinden in 2011 in Istanbul.

Dit artikel verscheen in Voeding Nu nummer 7/8 van juli/augustus 2009 op bladzijde 29

Reageer op dit artikel