artikel

Koolhydraten en cognitie: vanuit de context van glycemische lading *

Voedingswetenschap

Koolhydraten en cognitie: vanuit de context van glycemische lading *

De effecten van voeding op cognitieve prestaties zijn al een aantal jaren onderwerp van onderzoek. Aangezien glucose de primaire energiebron is voor de hersenen, en de capaciteit van het brein om energie op te slaan beperkt is, waren onderzoekers in eerste instantie voornamelijk geïnteresseerd in de effecten van koolhydraten op cognitie. De meeste studies in deze context onderzochten het effect van een hoge dosis glucose in een drankje vergeleken met een placebodrankje op cognitie, gemeten met standaard aandachts- en geheugentesten. Soms werd daarnaast ook het glucoseniveau in het bloed bepaald. In een aantal studies werd een positief effect van glucose op cognitieve prestatie gevonden, voornamelijk op het verbale geheugen.

Meer recentelijk zijn de effecten van voedingsmiddelen met verschillende koolhydraten met elkaar vergeleken. Gilsenan, De Bruin en Dye evalueerden acht van deze studies door de geteste maaltijden en snacks om te rekenen naar een gestandaardiseerde maat van glycemische respons, namelijk glycemische lading. Glycemische lading is het product van de glycemische index en de hoeveelheid koolhydraten per portie. In de acht geëvalueerde studies varieerde de glycemische lading tussen 3 en 71. Er bleken grote verschillen qua opzet van de studies te zijn, bijvoorbeeld wat betreft de leeftijd van de deelnemers (kinderen, volwassenen, ouderen) en de cognitieve testen (verbaal geheugen, ruimtelijk geheugen, aandacht). Hierdoor was het lastig om de resultaten van de studies goed met elkaar te vergelijken.

Ontbijt
In sommige studies presteerden volwassenen beter op een geheugentest na een ontbijt met langzaam verteerbare koolhydraten dan na een ontbijt met ‘snelle’ koolhydraten, ondanks een vergelijkbare (relatief hoge) glycemische lading. Bij kinderen bleek een ontbijt met een lagere glycemische lading een positief effect op het geheugen te hebben. In geen van de studies werd een duidelijke relatie tussen de effecten van de voedingsmiddelen op cognitie en het glucoseniveau in het bloed gevonden. Het is dus de vraag of glucose een direct effect heeft op het functioneren van de hersenen. Mogelijk zijn indirecte mechanismen, zoals perifere effecten via insuline of hormonen, van belang.

Samenvattend: er zijn aanwijzingen voor een relatie tussen glycemische lading en cognitieve prestatie, maar mede door de grote verschillen tussen de studies kunnen er nog geen definitieve conclusies worden getrokken.

Mary B. Gilsenan1, Eveline A. de Bruin1, Louise Dye2. The influence of carbohydrate on cognitive performance: a critical evaluation from the perspective of glycaemic load. British Journal of Nutrition (2009), 101, 941-949.
1Unilever Food and Health Research Institute, 2Institute of Psychological Sciences, University of Leeds, Leeds, , UK.

Dit artikel verscheen in Voeding Nu nummer 10 van oktober 2009 op bladzijde 34

Reageer op dit artikel