artikel

Overgewicht bij kinderen *

Voedingswetenschap

Overgewicht bij kinderen *

Overgewicht vormt een groeiend probleem onder jongeren. Individuele organisaties en bedrijven ontplooien tal van initiatieven om hier iets aan te doen: van (online) lespakketten tot gezonde klassenlunches. Maar een gezamenlijke of integrale aanpak ontbreekt, zo bleek onder andere tijdens het symposium Food for Kids in Maarssen. ‘Wie is al bezig met een integrale aanpak van overgewicht?’, werd aan de bezoekers gevraagd. Geen enkele vinger ging de lucht in en het bleef oorverdovend stil in de zaal.

Als je een Europees strand bezoekt zie je het gelijk en in de Verenigde Staten is het nog erger, begint Paul Rosenmöller, voorzitter van het Convenant Overgewicht, zijn betoog tijdens het VMT-symposium Food for Kids in Meeting Plaza in Maarssen. Hij doelt op het probleem van overgewicht. ‘Dit staat gelijk op je netvlies.’ In Nederland zijn een half miljoen kinderen met overgewicht en 60.000 met ernstig overgewicht (obesitas), somt hij op. Hij noemt zwaarlijvigheid ‘een groot maatschappelijk probleem’, waarvoor een gevoel van urgentie moet ontstaan. Wel is het belangrijk het probleem positief te benaderen. Rosenmöller gebruikt daarom niet graag de term overgewicht, maar spreekt liever over het bereiken van een gezond gewicht. Hij wil zo stigmatisering voorkomen. Kinderen en ouders hebben een eigen verantwoordelijkheid in een gezonde leefstijl. Maar ook bedrijven en organisaties die zich met voeding bezighouden hebben een verplichting om bij te dragen aan een gezondere omgeving. ‘Want’, meent de voorzitter van het Convenant Overgewicht, ‘overgewicht is een gezonde reactie op een ongezonde omgeving.’

Albert Heijn
Bedrijven willen hun steentje bijdragen aan een gezondere samenleving. Ze realiseren zich dat je niet vroeg genoeg kunt beginnen om kinderen een gezond voedingspatroon aan te leren. Albert Heijn (AH) heeft het aspect gezondheid en dan vooral de gezondheid van schoolkinderen hoog op de agenda staan. Zo zijn bij alle nieuwe filialen en winkels die worden verbouwd alle snoeprekken bij de kassa’s weggehaald. ‘En dat willen we langzaam doorvoeren in alle supermarkten’, verduidelijkt AH’s manager gezondheid voor de eigen merken Meike van Es. In de Allerhande staat een vaste rubriek met gezonde recepten speciaal voor kinderen. Placemats met figuren als Prinses Prei en Prinses Witlof hebben als doel spelenderwijs informatie over verantwoorde voeding over te brengen. Om het belang hiervan echt te laten doordringen ontwikkelde de Zaanse supermarktorganisatie een online lespakket, de KlasseProef dat onderdeel uitmaakt van het Ik Eet Het Beter-programma. Het lesmateriaal over gezonde voeding is ontwikkeld volgens de richtlijnen van de Stichting Leerplan Ontwikkeling (SLO). De lesmodules bestaan uit filmpjes (over bijvoorbeeld bewegen) en werkopdrachten. Sinds de start van KlasseProef in februari gebruikten ruim honderdduizend scholieren AH’s lesmateriaal. Verder organiseert de supermarktketen naar eigen zeggen gezonde lunches voor basisschoolleerlingen. Albert Heijn richt zich met zijn Ik Eet Het Beter-programma op kinderen tussen de vier en twaalf jaar. ‘Ze staan dan nog open voor de gezonde boodschap. Het is een voorbereiding op de middelbare school waar kinderen vaker worden blootgesteld aan ongezonde verleidingen. Ook doen ze steeds vaker zelfstandig inkopen in de supermarkt’, vertelt Van Es.

Voorlichtingsbureau MVO
Voorlichtingsbureau Margarine Oliën en Vetten (MVO) wil net als Albert Heijn kinderen bewust maken van goede voeding door educatie. Het voorlichtingsbureau richt zich vooral op het onderscheid tussen gezonde en ongezonde vetten. ‘Vetten zijn relevant, maar hebben een slecht imago’, legt Marjolein van der Drift, communicatieadviseur van MVO, uit. Om het imago op te poetsen en het belang van goede vetten duidelijk te maken, loopt sinds 2007 de Smeer je Groot-campagne. De actie maakt ouders en kleuterleidsters bewust van het belang van het smeren van een boterham met margarine. ‘Hier zitten waardevolle bouwstoffen en vitamines in’, verklaart Van der Drift. Peuters en kleuters kunnen een smeerdiploma halen in de vorm van een placemat met een opvallende groene kikker. In drie stappen: zingen, kleuren en smeren halen de kleintjes hun ‘diploma’. ‘Ze leren zo al vroeg goede eetgewoonten aan.’ Onlangs reikte minister Gerda Verburg van LNV het vierhonderdduizendste smeerdiploma uit. Voorlichtingsbureau MVO deed de smeercampagne samen met Unilever. Dit gegeven lokte al het nodige gemorrel uit in de zaal. Is de campagne niet bedoeld om meer margarines van Unilever te verkopen? Nee, vindt Van der Drift. ‘De campagne benadrukt de gezondheidsboodschap en er is minder informatie over het merk.’ Voorlichtingsbureau MVO ontwikkelde ook een lespakket en een begeleidende campagne voor vmbo-leerlingen met als doel: bewustwording kweken voor een gezonde leefstijl. ‘Het lespakket bestaat uit vrolijke kleurige kaarten met op de ene kant theorie en de andere kant praktische opdrachten. Er staat niet te veel tekst op en scholieren moeten veel zelf uitzoeken.’

Veel lespakketten
Is margarine voor een evenwichtig dieet eigenlijk wel nodig, luidt een vraag uit de zaal. Nou nee, reageert de communicatieadviseur. ‘Maar smeren zorgt wel voor een goede eetgewoonte.’ Een andere bezoeker van het symposium denkt dat de boodschap van MVO over goede en slechte vetten verwarring kan zaaien. ‘Kinderen denken dan: niet alle chips is ongezond.’ Bovendien vreest hij dat de grote boodschap van een gezonde leefstijl niet overkomt. ‘Het is niet alleen een lespakket over vet’, verweert Van der Drift zich. ‘We benadrukken bijvoorbeeld ook het belang van bewegen.’ Alles goed en wel, maar wat voegen de MVO-campagnes nu eigenlijk toe, vraagt hoogleraar voeding en gezondheid van de Vrije Universiteit (VU) Jaap Seidell en tevens dagvoorzitter van het VMT-symposium Food for Kids zich af. ‘Er zijn zoveel lespakketten en goedbedoelde initiatieven met allemaal verschillende boodschappen. Bundel de krachten en kom met één boodschap.’

Integrale aanpak overgewicht
Dat geldt niet alleen voor Voorlichtingsbureau MVO, maar voor alle organisaties en bedrijven die zich bezighouden om het overgewichtsprobleem terug te dringen. Dus ook voor Albert Heijn. AH heeft weliswaar een integrale gezondheidsaanpak binnen het eigen bedrijf, maar er bestaat nog geen grootscheepse samenwerking. ‘We zijn in gesprek met onder andere het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS). Je moet kijken hoe je synergie kunt bereiken. We gaan zeker meer samenwerkingen aan’, belooft AH’s gezondheidsmanager Meike van Es. ‘We willen tenslotte allemaal dat kinderen gezond eten.’  Als voorbeeld van een geslaagde integrale aanpak van overgewicht noemt Seidell de EPODE-methode die zijn oorsprong vond in twee Franse dorpjes. Scholen, ouders, winkels, overheden, gezondheidsprofessionals en andere belanghebbenden werken op wijkniveau nauw met elkaar samen om een gezonde omgeving te creëren voor kinderen. Het gaat dan bijvoorbeeld om voldoende speelplaatsen en het voedingsaanbod op scholen. Het EPODE-project is er wel één van de lange adem. Na acht jaar waren er nog niet significant minder kinderen met overgewicht. Pas na vijftien jaar was er een daling in het aantal te zware jongeren. Het EPODE-initiatief vindt ook in andere Europese landen navolging, waaronder Nederland. Seidell leidt bijvoorbeeld een project in Zwolle dat nu vijf jaar loopt. Net als in Frankrijk zijn na zo’n relatief korte periode nog geen concrete resultaten zichtbaar in de Overijsselse stad.

‘Maar de wethouders hebben goede lange termijnplannen ontwikkeld’, zegt Seidell. Net als de hoogleraar predikt voorzitter Paul Rosenmöller van het Convenant Overgewicht voor een gezamenlijke benadering van het overgewichtprobleem.

Commerciële belangen
Een integrale aanpak kan succesvol zijn, een niet-integrale aanpak is dat per definitie niet, betoogt hij. Maar het met z’n allen bestrijden van zwaarlijvigheid, lijkt makkelijker dan het in werkelijkheid is. Seidell ziet een grote rol weggelegd voor de voedingsmiddelenindustrie om kinderen gezonder te maken. Voor de bedrijven is het vaak schipperen tussen commercieel en maatschappelijk belang. ‘Is het erg een commercieel belang te hebben als het product gewoon goed is?’, vraagt iemand uit het publiek aan de voedingsprofessor. ‘Je moet er als bedrijf iets voor terugkrijgen’, vervolgt hij. Seidell reageert onverbiddelijk. ‘Alle commerciële belangen dienen kan niet. Je kunt de koek niet delen als hij niet groot genoeg is.’ Hij ziet het liefst dat alle partijen van overheid tot voedingsmiddelenbedrijven allemaal geld in een grote pot doen om actie te ondernemen tegen de kwaal van de steeds dikker wordende samenleving. Dat dit ideaal nog ver weg is illustreert het volgende. ‘Wie is al bezig met een integrale aanpak van overgewicht?’ Geen enkele vinger gaat de lucht in en het blijft oorverdovend stil in de zaal.

Dit artikel verscheen in Voeding Nu nummer 10 van oktober 2009 op bladzijde 9

Reageer op dit artikel