artikel

Aanbevelingen voor vitamine D moeten omhoog *

Voedingswetenschap

Aanbevelingen voor vitamine D moeten omhoog *

De aanbevelingen voor vitamine D zouden omhoog moeten en er moet meer aandacht komen voor voldoende inname van deze stof in de bevolking, over de hele linie. Dit kwam duidelijk naar voren tijdens een internationaal congres over vitamine D in Brugge en op een nationaal symposium over hetzelfde onderwerp in Amersfoort. Wat is er nodig om tot een betere inname te komen?

De Gezondheidsraad gaf een jaar geleden in zijn Vitamine D-advies aan de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport aan welke groepen in Nederland tekorten aan vitamine D hebben (tabel 1). Een gezonde voeding, zo stelt de raad, ‘voorziet in principe in voldoende vitamine D (en calcium) voor personen van 4 tot en met 50 (vrouwen) of 70 (mannen) jaar met een lichte huidskleur die voldoende buitenkomen. Alle andere groepen hebben extra vitamine D uit supplememten nodig’.

De Gezondheidsraad gaat bij een tekort aan vitamine D (uitgedrukt in het serum calcidiolgehalte) uit van een minimum van 30 nmol per liter per dag voor de meeste groepen, alleen voor zelfstandig wonende ouderen en bewoners van verpleeghuizen is de minimum norm gesteld op 50 nmol/l. Op beide symposia viel te beluisteren dat deze 50 nmol/l mogelijk nog te krap zou zijn. ‘Vrijwel iedereen in dit veld vindt een ondergrens van minstens 50 nmol per liter over de hele linie van de bevolking nodig’, zegt Jos Wielders, klinisch-chemicus van het Meander Medisch Centrum en initiator van het symposium Vitamine D tekort, hype of bedreiging dat begin oktober in Amersfoort plaatsvond.

‘Het is goed dat er een degelijk adviesrapport over vitamine D ligt, maar niemand kan begrijpen waarom bij de Gezondheidsraad de benodigde ondergrens niet voor iedereen op 50 nmol per liter per dag ligt. De natuurlijke waarde van vitamine D voor gezonde (buiten)mensen ligt rond 100 nmol per liter, natuurlijk variërend afhankelijk van het type mens.’ De huidige aanbeveling voor een aanvulling bovenop de voeding, van 10 microgram per dag voor de meeste groepen, vindt Wielders dan ook aan de lage kant, deze zou volgens hem minimaal 20 microgram mogen zijn. ‘De aanbevelingen in het rapport van de Gezondheidsraad zijn nog gebaseerd op gegevens van zo’n tien jaar geleden, maar in de tussentijd is de bewijskracht voor de gunstige effecten van voldoende en meer vitamine D-inname, in combinatie met calcium, enorm toegenomen, met name op het gebied van fractuurrisico en spierkracht.’

Ook in Brugge, tijdens de workshop Vitamin D deficiency: the need for prevention and communication, kwam naar voren dat een opwaardering van de aanbeveling tot 800 internationale eenheden vitamine D (20 microgram) voor meer groepen dan alleen ouderen wenselijk zou zijn. Deskundigen voerden hierover een discussie. De bevindingen worden meegenomen in een pan-europese beleidsnota van het Permanent Comité van Europese Artsen (CPME, www.cpme.be) die bestemd is voor Europese politici en vertegenwoordigers van overkoepelende medische instellingen. De nota informeert over de noodzaak van geharmoniseerde aanbevelingen rond vitamine D.

Tijdens de workshop kwam naar voren dat het aantal wetenschappelijke publicaties rond vitamine D in de afgelopen vijftig jaar naar zo’n 25.000 is gegroeid, met een piek in het afgelopen jaar, met zo’n 2200 papers.

Wereldwijd
Professor Paul Lips, hoogleraar endocrinologie van de Vrije Universiteit Amsterdam, die als spreker aanwezig was op de bijeenkomst in Brugge, gaf weer hoe het wereldwijd gesteld is met de  voorziening van vitamine D. Deze laat in grote delen van de wereld te wensen over, gezien de grote incidentie van rachitis, vooral in Aziatische landen. Maar hij wees in zijn lezing ook op de groter  wordende groep Nederlanders voor wie de vitamine D-voorziening ontoereikend is, vooral voor hen met een donkere huidskleur, van wie de familiaire oorsprong in Marokko, Turkije of Suriname ligt.

‘Ondertussen maakt deze groep zo’n 10 procent van de Nederlandse bevolking uit’, zegt hij. ‘We moeten een groter bewustzijn creëren van de problemen die kunnen ontstaan bij een vitamine D-tekort. De vraag is nog steeds hoe we het voor elkaar krijgen dat verschillende bevolkingsgroepen de concrete suppletie-adviezen opvolgen. Bij jonge kinderen tot vier jaar gaat het redelijk goed, maar bij allochtonen en zwangeren is het moeilijk de adviezen opgevolgd te krijgen. Vitamine D wordt niet vergoed.

Misschien moeten we wel toe naar een systeem waarbij de huisarts vitamine D aan risicogroepen op recept voorschrijft. Een vitamine Dsupplement is niet duur, maar het wordt blijkbaar toch  onvoldoende gekocht’, aldus Lips die zelf deel uitmaakte van de commissie die het rapport van de Gezondheidsraad samenstelde.

Causaliteit
Voor het verstevigen van de botten en betere spierkracht door voldoende inname van vitamine D bestaat bewijs via studies die aantonen dat mensen boven zestig jaar 20 tot 30 procent minder kans op botbreuk hebben, dan degenen met een tekort. Voor veel andere relaties is er nog geen bewijs voor een causaal verband, al wordt er wel steeds meer bekend over de relaties. Zo wordt vitamine D, een prohormoon, in verband gebracht met een verbetering van het immuunsysteem, hart- en vaten en het voorkomen van depressie.

Ook zijn er correlaties tussen chronische darmontsteking en osteoporose en tussen tekorten van vitamine D voor de zwangerschap en botontwikkeling of spierzwakte bij pasgeborenen. En er zijn gunstige effecten beschreven van hoge doses vitamine D bij de ziekte MS op de zenuwwerking en voor de preventie van borstkanker en prostaatkanker. Het vitamine speelt een rol in alle weefsels.

‘Met ons symposium proberen we, zowel via de eerste lijn als via de specialisten, een groot publiek te bereiken’, zegt Wielders. ‘De inname van vitamine D is veiliger dan we eerst dachten. Risico’s voor een te hoge inname zijn er nauwelijks. Gevraagd wordt naar meer “evidence” voor de veiligheid, maar we moeten oppassen dat we evidence based medicine niet verkeerd gaan toepassen. Deze methodiek is nooit bedoeld om voedingsmiddelen mee te evalueren, maar is vooral van toepassing op onderzoek van geneesmiddelen. In grote hoeveelheden is zelfs water toxisch! Als aan deze werkwijze wordt vastgehouden voor de bepaling van de maximale inname van vitamine D, waarbij ook nog rekening gehouden wordt met enkele obscure studies, die op de mogelijke gevaren van overdoses wijzen, dan zijn we veel te voorzichtig bezig. Er zou een risk/benefit analyse moeten worden gemaakt en meer bekendheid worden gegeven aan de gunstige effecten van voldoende vitamine D. Daar moeten we aan werken. Wij weten het wel, wij zien in onze praktijk wat vitamine D met mensen doet, maar de eerste lijn van huisartsen, verloskundigen of diëtisten, is er nog onvoldoende van doordrongen.’

Referentie

Gezondheidsraad. Naar een toereikende inname van vitamine D. Den Haag: Gezondheidsraad, 2008; publicatienr. 2008/15. ISBN 978- 90- 5549- 729- 4

Dit artikel verscheen in Voeding Nu nummer 11 van november 2009 op bladzijde 9

Reageer op dit artikel