artikel

‘Voedingsvezel niet nog niet tussen de oren’ *

Voedingswetenschap

‘Voedingsvezel niet nog niet tussen de oren’ *

Dat het belangrijk is om voldoende vitamines binnen te krijgen, niet te veel vette producten te eten en dat een overdaad aan zout en suiker de gezondheid schaadt dat is wel tot de meeste mensen doorgedrongen. Maar dat de inname van voedingsvezel evenzo belangrijk is voor het gestel dat lijken ze zich niet te realiseren.

Nederlanders hebben per dag gemiddeld 32 tot 45 gram voedingsvezel nodig voor een goede gezondheid. Dit is de theorie, want in de praktijk halen ze deze hoeveelheid nauwelijks. Een kleine 10 procent van de mannen en slechts 5 procent van de vrouwen eten genoeg producten met voedingsvezel. Gertjan Schaafsma lector Sport, Voeding en Leefstijl aan de Hogeschool Arnhem-Nijmegen (HAN) meldt tijdens het symposium over voedingsvezel van de Federatie Nederlandse Levensmiddelen Industrie (FNLI) en de NVVL in Utrecht dat het wel degelijk haalbaar is om voldoende vezel binnen te krijgen.

Ongeveer 150 gram volkorenbrood, 25 gram volkerenbiscuit, 150 gram bruine bonen, een sinaasappel en een appel met schil volstaat volgens Schaafsma. Professor Lisbeth Mathus-Vliegen van de Universiteit van Amsterdam denkt niet dat het zo simpel is om de benodigde vezel in het voedingspatroon in te passen. Zeker voor een vrouw, maar ook voor een man moet je veel eten om genoeg van de stof binnen te krijgen, signaleert zij. Volgens haar kunnen consumenten hun vezelconsumptie verhogen door ‘onverteerbaar zetmeel’ aan hun dieet toe te voegen. Het eten van koude aardappelen, rijst en pasta als bijvoorbeeld een salade helpt hierbij. Na het koken van de producten verandert het zetmeel in goed verteerbare gelatine, eenmaal afgekoeld vormt zich weer zetmeel in een niet-verteerbare kristalvorm, legt Mathus-Vliegen uit.

Gezondheid
Een dieet met voldoende voedingsvezel draagt bij aan een goede gezondheid. ‘In Afrika eten ze meer voedingsvezel dus daar zie je amper obesitas, colonkanker of diabetes type 2’, zegt Schaafsma. Voedingsvezel helpt mogelijk tegen overgewicht, coronaire hartziekten, diabetes type 2, obstipatie en dikke darmkanker. Er bestaat geen eensgezindheid in de wetenschap over in welke mate voedingsvezel positieve invloed uitoefent op deze ziekten. Uit observatiestudies blijkt bijvoorbeeld dat een lage vezelinname juist voor meer overgewicht zorgt, aldus Mathus-Vliegen.

Uit  interventiestudies komt naar voren dat de energie-inname pas vermindert bij een zeer hoge consumptie van 30 gram voedingsvezel per maaltijd, geeft de professor aan. De grote verschillen in  voedingsvezel maken het soms lastig conclusies te trekken als het bijvoorbeeld gaat over het effect op de stoelgang. Pectine heeft een beperkt effect, terwijl chitine en chitosan nauwelijks resultaat sorteren, stelt Mathus-Vliegen. Havervezel, inuline en cellulose daarentegen zorgen voor een duidelijk betere stoelgang. Onlangs bleek uit promotieonderzoek van Marion Priebe van de Rijksuniversiteit Groningen dat mensen die veel volkorenproducten eten minder kans hebben op diabetes type 2.

Inname verbeteren
Op zijn website helpt het Voedingscentrum consumenten hoe de inname van voedingsvezel te verbeteren. Een keuzetabel voedingsvezel geeft inzicht in welke producten veel en in welke weinig voedingsvezel zitten. De tabel bestaat uit drie onderdelen: kies bij voorkeur (subgroep A), kies als middenweg (subgroep B) en kies bij uitzondering (subgroep C). Om de vezelconsumptie op peil te houden, is het belangrijk om genoeg voedingsmiddelen uit de vezelrijke A-categorie te kiezen. De meeste vezel zit in basisproducten als brood, aardappelen en groenten. Op de site van het Voedingscentrum staan menusuggesties en andere nuttige suggesties om de vezelinname op te krikken. Maar lang niet iedereen bekijkt de website van het gezondheidsinstituut. Een groot deel van de Nederlanders heeft geen idee waar vezel inzit en wat de definitie hiervan is. Over dat laatste heerst zelfs onder experts grote onduidelijkheid. Er circuleren namenlijk veel verschillende definities. De Europese Unie, Codex Alimentarius, de Gezondheidsraad, The Institute of Medicine en the Food and Nutrition Board: allemaal hebben ze hun eigen interpretatie.

Een veelgebruikte is die van de Gezondheidsraad uit 2006: koolhydraten, verbindingen analoog aan koolhydraten en lignine en daaraan verwante stoffen die in de dunne darm van de mens niet worden verteerd of opgenomen. Voedingsvezel kun je het beste zien als een concept en niet als stof, meent Schaafsma van de HAN. Een concept dat bijvoorbeeld niet verteerbaar is in de dunne darm, een groot aantal uiteenlopende verbindingen kent en positieve lichamelijke effecten, zoals een verlaging van het serum cholesterol en een verbetering van de glucose- en insulinespiegels tot gevolg heeft.

Extra vezel
De verschillende definities en verschijningsvormen van vezel maken het er voor de consument niet gemakkelijker op om doordrongen te raken dat het binnenkrijgen van de juiste hoeveelheid noodzakelijk is voor een goede gezondheid. Voedingsvezel meenemen in de dagelijkse voedingsrichtlijn (GDA) op etiketten van producten, gaat waarschijnlijk niet gebeuren, meent het Voedingscentrum.

Het ontwikkelen van nieuwe voedingsmiddelen met extra vezel die bijvoorbeeld als basisingrediënten granen, fruit en groenten bevatten, ziet Schaafsma als de uitdaging van de toekomst voor de industrie. Een belangrijke voorwaarde hieraan is dat het een smakelijk en gemakkelijk product dient te zijn. Maar dat is niet de enige eis. Als een fabrikant extra vezel in zijn product doet, maak dan in ieder geval de boodschap niet te ingewikkeld door bijvoorbeeld alle gezondheidsvoordelen te benoemen. Dit advies komt van Hero dat drie jaar geleden Actifruit op de markt bracht, een fruitdrank in de smaken, pruim, aardbei en framboos. ‘Vezel en stoelgang; dat begrijpen mensen’, zegt Bertine Philipsen, productontwikkelaar bij Hero. Het product bevatte 3,3 gram extra voedingsvezel per 100 milliliter. ‘Een substantiële hoeveelheid’, aldus Philipsen. De goede bedoelingen van Hero ten spijt verdween het fruitconcept met extra fruitvezel van de markt. Fruit met vezel, dat kan gewoon niet lekker zijn, zo redeneerde de consument. Een ander product, Hero Fruitontbijt met onder andere extra volkorentarwe, loopt wel goed.

Veel leren
Dat mensen nog veel moeten leren over voedingsvezel ervaart sportdiëtist en tevens levensmiddelentechnoloog Ina Panneman regelmatig in haar diëtistenpraktijk. Mijn cliënten vragen nooit iets over voedingsvezel, aldus de diëtist. Het begrip zegt de mensen niets. Panneman illustreert dit met een voorbeeld. ‘Een cliënt beweerde bij hoog en bij laag dat in een appel geen vezel zit. Hij wees toen naar de takken die in zijn tuin lagen. “Daarin zitten vezels in en die zitten gelukkig niet in voeding.’” Panneman wil maar zeggen: er is nog heel veel te doen om mensen het belang van voedingsvezel duidelijk te maken.

Dit artikel verscheen in Voeding Nu nummer 12 van december 2009 op bladzijde 18

Reageer op dit artikel