artikel

William Davis: ‘Het kaartenhuis van de officiële voedingsvoorlichters wankelt’ *

Voedingswetenschap

William Davis: ‘Het kaartenhuis van de officiële voedingsvoorlichters wankelt’ *

De Amerikaanse preventiecardioloog William Davis was deze zomer in Nederland om zijn boek Broodbuik te promoten. ‘Tarwe is verslavend en maakt ongezond’, is de kern van zijn boodschap die blijkbaar velen aanspreekt. In Amerika verkocht hij al zo’n miljoen exemplaren, waarvan 200.000 in Canada. Twee jaar na het verschijnen van het boek is Europa aan de beurt. Na mediasessies in Engeland en Duitsland streek de auteur neer in het Amsterdamse Ambassade hotel. Na een tv-opname voor een landelijk lifestyleprogramma heeft Davis een uur uitgetrokken voor Voeding Nu.

‘Het is afwachten hoe het gaat lopen’, reageert William Davis desgevraagd, en nog voorzichtig als het gaat over de verwachte verkoop in Nederland. Over belangstelling heeft de auteur in ieder geval niet te klagen. Nog voor het verschijnen kreeg de inhoud van het boek al veel aandacht in verschillende landelijke media. En met het verschijnen van het boek is Davis’ stellingname onderwerp van verschillende voedingsblogs en websites. Het boek trekt de aandacht omdat het het dagelijkse voedingspatroon van heel veel mensen raakt. Het 300 pagina’s tellende werk lijkt een manifest tegen het eten van tarwe en andere granen die koolhydraten of gluten bevatten. De titels van de drie hoofdstukken liegen er niet om: 1. Tarwe: het ongezonde volkoren; 2. Tarwe en vermogen om je gezondheid totaal te vernietigen en 3. Zeg dag tegen tarwe.

Wie een doorsnee Nederlands voedingspatroon heeft en gelooft wat Davis naar voren brengt, zal er een zware dobber aan krijgen zijn voedingspatroon te veranderen, want tarwe maakt deel uit van veel producten. Toch kan de lezer van het boek makkelijk aangestoken worden door het eet-geen-tarwe-virus van Davis. Zijn boodschap is in heldere taal opgeschreven en over de beweringen die hij doet over de relaties tussen tarwe en de gezondheid lijkt geen twijfel te bestaan, althans zo hapklaar wordt het naar voren gebracht, met verwijzingen naar wetenschappelijke artikelen. Maar zal de boodschap om ons dagelijkse (volkoren) brood te laten staan daadwerkelijk worden overgenomen? ‘Ik ben me ervan bewust dat het geen gemakkelijke boodschap is’, relativeert Davis. ‘Ik denk ook niet dat er een totale omslag komt in de voedingspatronen van mensen, maar je kunt eens proberen met wat minder tarweproducten te leven om te kijken wat het met je doet.’ Als alternatieven noemt hij amandel- of kokosmeel en meer noten in de voeding. In zijn boek geeft hij een uitgebreidere lijst met recepten zoals cheesecake en avocado-tonijnsalade.

Niets zo moeilijk als het doorbreken van een voedingspatroon, maar dat is volgens Davis niet de enige reden dat de inhoud van zijn boodschap niet op grote schaal verwerkelijkt zal worden. Volgens de auteur-cardioloog is het belang van de agrofoodindustrie om tarwe te kunnen blijven verkopen te groot om een andere boodschap te verkondigen. ‘Het zijn de officiële voorlichtingsinstanties die ons vertellen dat volkoren goed voor je is, zowel in de Verenigde Staten als in de rest van de westerse wereld. Veel van de mensen die eerst in de voedingsindustrie werkten, werken nu voor het Amerikaanse ministerie van Landbouw. Ik heb mijn twijfels over het belang dat de voedingskundigen dienen, niet dat van jou of mij, maar dat van de voedselproducenten. De agrofoodindustrie beschikt over miljarden euro’s waarmee de officiële instanties worden gesponsord, zoals de Academy of Nutrition and Dietetics of de American Diabetic Association. Het is niet voor niets dat steeds meer voedingskundigen en diëtisten op zoek gaan naar alternatieven voor de officiële leer die instanties verkondigen.’

Tarwe, het nieuwe kwaad?
Davis beschrijft hoe in de tweede helft van de vorige eeuw dwergvarianten van wereldwijd de meest gebruikte tarwesoort Triticum aestivum zijn ontwikkeld. Dat gebeurde voor oogstzekerheid en om honger in de wereld tegen te gaan, maar door de toegepaste veredelingstechnieken is volgens hem in het veel gebruikte tarwe een genetische structuur ontstaan waarover geen controle meer is over de gezondheidseffecten ervan. Hij heeft het niet over genetische modificatie door gentechniek, maar over de beïnvloeding van het genenpakket van tarwe door straling of chemische modificatie. ‘In potentie zijn de nieuwe tarwerassen een gevaar voor de menselijke gezondheid, ze zijn niet getest op geschiktheid voor menselijke consumptie, ondanks alle veranderingen waarbij honderden van de genetische eigenschappen zijn aangepast. En dat is het fundamentele probleem van de landbouw, genetische veranderingen worden te snel doorgevoerd zonder de consequenties voor de gezondheid nog te kennen.’

Met dit soort uitspraken bedenk je je als lezer ook ‘waar rook is, is vuur’, maar tegelijkertijd komt de vraag op: ‘Waar baseert Davis dit op? Het lijkt wel een complottheorie.’

Kritiek
Davis zelf spreekt zijn verbazing uit over het succes van zijn boek. ‘Ik had niet verwacht dat het onderwerp zo breed zou worden opgepakt. Dat komt vooral door de sociale media.’ In zijn boek koppelt hij het uitsluiten van tarwe in het dagelijkse voedingspatroon aan het oplossen of voorkomen van onder andere overgewicht, coeliakie, diabetes, verzuring van het lichaam, hartaandoeningen, staar, rimpels, huiduitslag, een kromme rug, enz.

De voornaamste kritiek van andere wetenschappers op het werk van Davis is de beperktheid, selectief gebruik, en onvolledigheid van zijn bronnen. ‘Tegenover de mensen die beweren dat mijn werk onzin is en dat het niet onderbouwd is, kan ik evenzoveel bronnen noemen die wel verbanden laten zien tussen het eten van tarwe en aandoeningen’, pareert Davis. ‘Er zijn gepubliceerde data over het verbannen van tarwe uit het eten en wat dat doet met reumatoïde artritis, met kinderen met autisme, met schizofrenie, met overgewicht. Het probleem is dat niemand de literatuur ooit heeft gebundeld en heeft gezegd: wat is hier eigenlijk aan de hand? Er wordt vooral nauw gekeken naar glutenintolerantie. Ook ik was me niet bewust van de grootte van het probleem, totdat ik bij mijn patiënten tarwe uit hun dieet ging halen. En toen zag ik dat ze van diabetes naar niet-diabetes gingen, dat ze minder last hadden van astma, dat ze geen darmproblemen meer hadden, geen depressies meer. Door dit iedere dag te zien – en dit is anekdotisch, maar wel gebaseerd op duizenden gevallen – ben ik gaan denken dat er toch wat aan de hand is. Het betekent ook niet dat iedereen een probleem heeft met tarwe, maar het kan wel verband houden met je gezondheid. Ik zeg ook niet dat tarwe de oorzaak is van veel problemen, het kan de problemen vergroten, versterkend werken.’

De lezer zal tevergeefs naar deze nuancering in zijn boek zoeken.

Minder koolhydraten
Davis beweert dat veel voedingskundigen en diëtisten de uitkomsten in de literatuur, die ingaan tegen de bestaande consensus, te lang ontkennen. ‘Er wordt niet goed gelezen’, vindt hij. ‘Ik zie wel dat steeds meer diëtisten en voedingskundigen er een andere mening dan alleen die van de offiële instanties op na durven houden. Het kaartenhuis van de officiële voedingsvoorlichters wankelt. Het komt erop neer dat je onafhankelijk moet durven denken, niet geleid door andere belangen.’ Als voorbeeld om deze stellingname te ondersteunen, noemt hij de interpretatie van de data die uit de beroemde Zeven-landenstudie zijn gekomen. Het verband dat daarin is gelegd tussen totaal en verzadigd vet en het risico op hart- en vaatziekten is volgens hem altijd flinterdun geweest. ‘Het is wel jarenlang gebruikt om verzadigd vet uit de voeding te weren, maar recente meta-analyses laten zien dat er helemaal geen voordeel is van het verminderen van (verzadigd) vet op het voorkomen van hart- en vaatziekten’, vindt Davis. Hij erkent dat het aantal wetenschappers dat deze mening is toegedaan nog in de minderheid is, maar: ‘Het is een snel groeiende minderheid’.

Davis gelooft dat een modern dieet uit veel minder koolhydraten en suikers kan bestaan dan de huidige aanbevelingen voorschrijven. Om deze reden is hij dan ook geen voorstander van alternatieven voor tarwe zoals die worden aangeboden door de producenten van glutenvrije producten. ‘Voor mensen met een glutenintolerantie is het noodzaak gluten uit de voeding te mijden, maar de glutenvrije producten bevatten vaak mais-, tapioca- of aardappelmeel waarvan je bloedsuiker torenhoog wordt.’

Davis is glutenintolerant, maar dat was niet de reden dat hij doorging met zijn zoektocht naar de effecten van tarwe. Het omslagpunt kwam toen een van zijn patiënten een darmtransplantatie moest ondergaan en ook voor hartritmestoornissen bij hem kwam. ‘Ik heb haar geadviseerd geen tarwe meer te gebruiken, tot mijn verbazing ging ze met stappen vooruit en kon de darmoperatie haar bespaard blijven. Wie met tarwe stopt kan volgens Davis rekenen op bijvoorbeeld de afname van maagzuur en een onrustige darm; het verdwijnen van seborrhea dermatititis en gezwollenheid; het afnemen van vinger- en polspijn en gezwollen vingers. Al deze kwalen of symptomen verdwijnen na drie tot vijf dagen. Effecten op langere termijn ziet Davis bij pijn aan de grote gewrichten (na weken tot maanden) en complexe auto-immuuncondities zoals reumatoïde artritis of Lupus erythematodes (enkele jaren).

Gewicht 
Een belangrijk deel van het boek gaat in op overgewicht als gevolg van de verspreiding van tarwe. Davis suggereert dat er een causaal verband is tussen de toename van tarweconsumptie en de overgewichtsepidemie. Inderdaad is er sinds de verbreiding van tarwe in de tweede helft van de vorige eeuw meer overgewicht in de wereld ontstaan, maar het is de vraag of dat daadwerkelijk te wijten is aan tarwe alleen. Volgens Davis is tarwe de hoofdoorzaak omdat het een exorfine bevat dat verslaving opwekt. De splitsing van gluten tijdens de vertering in de maag zorgt voor polypeptiden, waaronder gliadine waaruit het zogeheten gliadorfine kan vrijkomen. Deze stof zou door de bloed-hersenbarrière kunnen dringen waarna deze kan aangrijpen op opiaatreceptoren. ‘Hierdoor kan een gevoel van euforie ontstaan. Ik verdenk de voedselindustrie ervan tarwe-eiwitten aan voedingsmiddelen toe te voegen vanwege dit verslavende aspect.’ Davis verwijst voor de onderbouwing van deze bewering naar een onderzoek bij ratten in een laboratoriumsituatie waarbij het gliadine in de bloedbaan werd gespoten. Het is nog de vraag of bij mensen het gliadorfine de darmwand van de mens kan passeren om vervolgens verslavingseffecten of eetlustopwekking te veroorzaken. Het gaat om een grote eiwitfractie die de darmwand, tenzij deze lek is, niet door kan komen. ‘Voor mensen met glutenintolerantie zijn de gluten een probleem, maar ik denk dat de ellende die gliadine veroorzaakt nog vele malen groter is dan we denken. Alle gezondheidsvoorlichters die nu beweren dat volkoren goed voor je is, zullen op termijn hun fout om dit te promoten, moeten durven toegeven. Helaas zal een leven zonder tarwe alleen voorbehouden zijn aan de beperkte groep die wel kennis van zaken heeft en het zich kan veroorloven om de gezonde alternatieven te kopen.’

Is er dan niets goeds aan tarwe? Davis kijkt bedenkelijk en noemt de oplosbare vezels en B-vitamines. Dan volgt een lange ehhh en een lach: ‘Nee, hoe ik ook mijn best doe, meer kan ik niet verzinnen.’

Dit artikel verscheen in Voeding Nu nummer 9 van september 2013 op bladzijde 16

Reageer op dit artikel