artikel

Drinksymposium: suiker, light of water? *

Voedingswetenschap

Drinksymposium: suiker, light of water? *

Ter gelegenheid van de promotie van Janne de Ruyter kwamen ruim 200 deskundigen bijeen voor het zogeheten drinksymposium: Suiker, light of water? dat begin oktober plaatsvond op de Vrije Universiteit Amsterdam. De Ruyter toonde aan dat suikervrije dranken gewichtstoename en vetophoping verminderen bij kinderen in vergelijking met suikerhoudende dranken, terwijl ze een even groot verzadigingsgevoel geven.

Kees de Graaf, hoogleraar van Wageningen Universiteit, beet het spits af met een lezing over (suikerrijke) calorische dranken waarvan hij liet zien dat ze nauwelijks bijdragen aan een gevoel van verzadiging, terwijl deze dranken wel energie leveren. Bij het innemen van calorieën in vloeibare vorm wordt de cephale fase overgeslagen, waardoor er minder van wordt genoten. Daarbij stelt de hoogleraar dat het niet bewezen is dat kunstmatig gezoete frisdranken de eetlust verstoren. Hij is dan ook van mening dat light frisdranken, naast water – waar hij voorstander van is – goede alternatieven zijn voor suikerhoudende frisdranken. ‘Wereldwijd wordt door heel veel mensen frisdrank gedronken, het is niet realistisch het gebruik ervan uit te sluiten, light is alternatief voor reguliere frisdrank’, aldus De Graaf.

Mike Rayner, directeur van de British Heart Foundation Health Promotion Research Group aan de Universiteit van Oxford, ging in op de vraag of er voldoende wetenschappelijk bewijs is om een belasting op suikerhoudende dranken te kunnen heffen. Rayner laat een vrijwel lineair verband zien tussen het verhogen van prijzen van suikerhoudende voedingsmiddelen en de afname van de consumptie ervan. De directeur haalde zijn onderzoek aan waaruit blijkt dat in Ierland een prijsstijging van tien procent, van bijvoorbeeld suikerhoudende frisdranken, ervoor zorgt dat de consumptie daarvan met negen procent afneemt. ‘De Ierse regering wuifde de uitkomsten van het onderzoek jammer genoeg weg’, zei Rayner. In Groot-Brittannië deed hij een soortgelijk onderzoek. Het is nog ongepubliceerd, maar na afloop van zijn lezing zei hij dat de resultaten in dezelfde richting wijzen als in het Ierse onderzoek. ‘Hoe hoger de belasting, hoe lager de consumptie.’

Rayner is niet per se een voorstander van de extra belasting op individuele ingrediënten, zoals suiker of vet. Hij stelt voor om gebruik te maken van voedingsprofielen om de gezondheid van een product te categoriseren. Niettemin is zijn eindconclusie ‘dat belasting op suikerhoudende dranken waarschijnlijk één van de effectieve methoden is om obesitas te reduceren’.

Lagerhuisdebat
Na de twee lezingen volgde er een interactief debat met stellingen, onder leiding van dagvoorzitter Martijn Katan, Emeritus hoogleraar voedingsleer aan de Universiteit van Amsterdam, tevens promotor van De Ruyter. Het begon met de stelling dat de belasting op suikerhoudende dranken flink omhoog moet. Een groot aantal deskundigen kwam in beweging, waarna de meerderheid in het vak voor de stelling belandde. Eén van de argumenten tegen de stelling luidde: ‘Consumenten moeten het niet in hun portemonnee voelen, de fabrikant is hier de verantwoordelijke.’ Een andere bezoeker vond dat het consumeren van gezonde dranken juist beloond zou moeten worden; lagere prijzen om gezond aankopen te stimuleren. Ook vroeg een tegenstander van de stelling zich af of extra belasting niet averechts werkt, omdat mensen op deze manier minder geld overhouden om gezonde producten te kopen. Onderzoeker dr. Ingrid Steenhuis (VU) verklaarde dat dit laatste niet uit studies naar voren komt. ‘Mensen laten hun broccoli niet staan, omdat ze dan cola kunnen kopen.’ Op de vraag of belonen beter zou werken dan straffen, antwoordde zij dat mensen in dat geval gezonde producten bovenop de andere producten kopen en zo totaal meer energie in huis halen. Janine Verheesen, directeur Kenniscentrum suiker en voeding, merkte nog op dat het heffen van belasting op suikerhoudende dranken oneerlijk is voor mensen die wel op gewicht zijn.

De discussie over deze stelling werd afgerond met een opmerking  uit het oneens-vak. Theo Ockhuizen, consultant voor de voedingsindustrie, stelde dat voedingskundigen meer bescheiden zouden moeten zijn. ‘Nu zeggen we dat suiker slecht is, maar dit speelt maar een kleine rol in de obesitasepidemie. We willen belasting invoeren, terwijl we de effecten eigenlijk niet weten.’

In een toelichting na het debat gaf Katan aan dat extra belasting, mede gelet op de bevindingen van Rayner, een positief effect zouden kunnen hebben op verlaging van de consumptie van suikerrijke dranken. ‘Het voorstel tot belastingverhoging op suikerrijke frisdrank, sappen of waters, die nu in Nederland aan de orde is, is niet gedaan uit gezondheidsoverwegingen. Het is vooral bedoeld om de schatkist te vullen; maar een procentuele verhoging van belasting op suikerrijke frisdrank, met laten we zeggen 20 procent, zou een bijdrage kunnen leveren aan de afname  van de consumptie ervan.’

Kraanwater of vruchtensap
De volgende stelling luidde: Vruchtensap is gezonder dan kraanwater. De meesten waren het niet met de stelling eens. Een van de hoofdargumenten is dat er in Nederland geen vitaminetekort is, maar wel veel overgewicht, waardoor vruchtensap – als het veel gedronken wordt – niet gezonder is dan water.  In het kamp van de voorstanders werd gewezen op het belang van de hoeveelheid vruchtensap die iemand drinkt, de dosis.  Enkelen zijn van mening dat je vruchtensappen best vaker kunt nemen. Zo ook Jaap Seidell, universiteitshoogleraar aan de Vrije Universiteit Amsterdam. ‘Vruchtensappen leveren ook veel nutriënten die nuttig zijn.’ Waarop de tegenstanders reageerden met: ‘We nemen ook andere voedingsmiddelen tot ons om bijvoorbeeld voldoende vitamine C binnen te krijgen.’ Ook denken de voedingskundigen in het ‘oneens-vak’ dat het meestal niet bij één glas blijft en dat dit niet alleen risico’s voor het gewicht, maar ook voor het gebit met zich meebrengt. Voorstander Ineke van Dis van de Hartstichting bracht in dat vruchtensap geen vervanger is voor fruit, maar dat het wel kan bijdragen aan de aanbevolen dagelijkse hoeveelheid vitamines en mineralen. ‘Vooral als we kijken naar de inname van groente en fruit, die ver onder de maat ligt.’ Ook De Graaf bleek het eens met de stelling. Vloeibare calorieën uit frisdranken leiden volgens de hoogleraar eerder tot overgewicht dan de calorieën uit vruchtensappen, waarbij de drinksnelheid veel lager ligt.

Diksap versus water
De vraag of kinderdagverblijven water of diksap moeten geven aan kinderen leidde tot een welbekende discussie over of suiker verslavend is. Een meerderheid van de aanwezigen ging voor water. Bij de voorstanders werd naar voren gebracht dat suiker gewenning veroorzaakt: ‘Als kinderen gewend zijn aan suiker, willen ze hun hele leven suiker.’ Hierop liep ook de directeur van het Kenniscentrum suiker en voeding, Janine  Verheesen, naar de ‘waterkant’. ‘Inderdaad, als kinderen iedere dag een suikerhoudende drank krijgen, krijg je ze daar op latere leeftijd wellicht moeilijker van af’, gaf ze aan. De Graaf is het met Verheesen eens.  ‘Dat suiker verslavend is, is echter nooit bewezen, maar het is wel iets dat we lekker vinden’, aldus De Graaf. ‘Maar mogen we dan geen lol hebben?’, voegde hij toe.

Katan gaf aan dat we nog geen antwoord kunnen geven op de vraag of suiker verslavend is. Vooralsnog kan dit dan ook niet de reden zijn voor belastingverhoging. ‘Er zijn sterke overtuigingen, maar de harde data hebben we niet.’

Aspartaam
De laatste stelling was of aspartaam gezonder is dan suiker; ongeveer 25 procent bleek het eens te zijn, 75 procent oneens. In het vak van de mensen die het niet eens waren met de stelling kwam niet duidelijk naar voren waarom niet. ‘Is er dan niemand die zegt dat aspartaam kankerverwekkend is?’ vroeg Katan aan de aspartaammijders. Toen bleef het even stil. In het kamp van de voorstanders zei onderzoeker Hans Verhagen van het RIVM volmondig dat aspartaam absoluut veilig is. Katan sloot af met de mededeling dat we maar gewoon water moeten drinken.

Referentie
Ruyter, J.C. de. A double-blind randomized trial in school children on the effects of sugar-sweetened or sugar-free beverages on body weight and body fatness. Amsterdam, 2013.

Dit artikel verscheen in Voeding Nu nummer 10 van oktober 2013 op bladzijde 16

Reageer op dit artikel