artikel

Vitamine D: ook stimulans voor het verouderende brein? *

Voedingswetenschap

Vitamine D: ook stimulans voor het verouderende brein? *

Een adequate vitamine D-status is van belang voor onze botgezondheid. Vitamine D is recentelijk ook in verband gebracht met andere leeftijdgerelateerde aandoeningen, zoals type 2 diabetes, depressie en cognitief functioneren.

Onderzoeken op het gebied van vitamine D en diabetes type 2, depressie en cognitief functioneren zijn echter hoofdzakelijk observationeel en de resultaten zijn inconsistent. Met behulp van gegevens van de ProMuscle studie, een onderzoek uitgevoerd met gegevens van 127 fragiele Nederlandse ouderen (≥65 jaar), hebben Elske Brouwer-Brolsma, Ondine van de Rest en hun collega’s onderzoek gedaan naar het mogelijke verband tussen vitamine D en type 2 diabetes, depressie en cognitief functioneren. Bij deze ouderen is zowel de vitamine D-inname, de vitamine D-status in het bloed als de mate van zonlichtblootstelling bepaald. De mate van glucose-intolerantie werd geschat aan de hand van het nuchter glucose- en insulinegehalte. Het aantal depressieve klachten werd in kaart gebracht met behulp van de CES-D, een veelgebruikte screeningslijst. Cognitief functioneren werd gemeten met een uitgebreide testbatterij, bestaande uit verschillende geheugenoefeningen, concentratietaken en taken betreffende executieve functie; een functie die we bijvoorbeeld gebruiken bij het plannen en organiseren.

Resultaten
De observationele gegevens van de ProMuscle studie lieten zien dat 53 procent van de deelnemers vitamine D deficiënt (<50 nmol/L) was. De gemiddelde vitamine D-inname, geschat op basis van zowel inname via de voeding als via voedingssupplementen, was 4,59 ug/dag. Ter illustratie: de Gezondheidsraad adviseert alle 70+’ers een supplement met 20 ug vitamine D per dag te gebruiken. Met 4,59 ug/dag ligt de vitamine D-inname van deze ouderen dus een stuk lager dan dit advies.

In de ProMuscle studie bleken er geen associaties te bestaan tussen vitamine D en het aantal depressieve symptomen, de mate van glucose-intolerantie en de geheugentaken. Wel presteerden mensen met hogere serum vitamine D-waarden beter op cognitieve taken gerelateerd aan de executieve functie van het brein. Verder was er een bijna significante associatie tussen serum vitamine D en cognitieve taken betreffende informatieverwerkingssnelheid.

Verder onderzoek
De Gezondheidsraad ziet een vitamine D waarde van 50 nmol/L momenteel als de minimaal gewenste waarde in ons bloed. Deze waarde is echter alleen gebaseerd op onderzoeken die hebben gekeken naar het effect van vitamine D op de botgezondheid. Helaas is er nog onvoldoende wetenschappelijk onderzoek gedaan om een dergelijke waarde te kunnen geven voor andere ziektebeelden. Onderzoeken betreffende vitamine D en andere ziektebeelden zullen dan ook meer inzicht moeten geven in de optimale vitamine D-waarde voor ziektebeelden anders dan botgezondheid.

Dit artikel verscheen in Voeding Nu nummer 11 van november 2013 op bladzijde 29

Reageer op dit artikel