artikel

‘Geen reden om ADH zuivel te veranderen’ *

Voedingswetenschap

‘Geen reden om ADH zuivel te veranderen’ *

Er is geen reden om de algemene dagelijkse hoeveelheid zuivel van 400 gram per dag te veranderen. Ook lijkt er een lineair verband te zijn tussen de inname van magere zuivel en hypertensie. Dat waren enkele belangrijke conclusies op het symposium ‘Weten- schap en beleid rondom een gezond voedingspatroon’. Het sympo- sium werd eind november gehouden in de Jaarbeurs in Utrecht en georganiseerd door de Nederlandse Zuivelorganisatie (NZO).

De dag begon met een lezing van Sabita Soedamah-Muthu, universitair docent van de afdeling Humane Voeding van Wageningen Universiteit. Ze presenteerde de resultaten van een uitgebreide literatuurstudie naar zuivel en gezondheid, waarin hypertensie, diabetes en hart- en vaatziekten centraal stonden, die ze samen deed met collega-onderzoeker Marianne Geleijnse, eveneens van de vakgroep Humane Voeding.

De studie bestond uit drie meta-analyses. In het onderzoek naar zuivel en hypertensie werd een lineair verband gevonden tussen de inname van zuivel met een laag vetgehalte en de afname van hypertensie. Ook leek er een gunstig verband te zijn tussen zuivelinname en diabetes. Het risico van cardiovasculaire ziekte is invers geassocieerd met de melkconsumptie, enkel gebaseerd op vier studies waarbij geen andere zuivelproducten (dan melk) waren onderzocht.

Voor dit onderzoek speurden Soedamah en Geleijnse de databases Pubmed, Scopus en Embase af. Ze includeerden alleen prospectieve cohortstudies. Uiteindelijk kwamen er negen studies uit die voldoende van kwaliteit bleken. Bij de meeste studies werd de inname van zuivel gemeten met een voedselfrequentievragenlijst. De onderzoekers maakten daarbij onderscheid tussen de inname van zuivel met een hoog of laag vetgehalte, yoghurt en kaas. Bij zuivel met een laag vetgehalte was een lineaire afname te zien van hypertensie, bij een inname van 400 gram per dag. Bij de andere producten kon geen verband worden aangetoond.


Het literatuuronderzoek is gefinancierd door de Nederlandse Zuivel Organisatie (NZO). Dat roept de vraag op van belangenverstrengeling. Geleijnse is hier kort over: ‘Met de inhoud van het onderzoek heeft de NZO niets te maken’, zegt zij. ‘ De resultaten zijn wat ze zijn, die worden niet anders gecommuniceerd omdat er een zuivelorganisatie achter zit.’ Voor de financiering van deze studie stapte ze zelf naar NZO. Geleijnse deed al eerder onderzoek naar zuivel en hypertensie.

Diabetes
Tijdens haar presentatie ging Soedamah verder in op de relaties die in het onderzoek gevonden werden tussen zuivel en diabetes. In dit verband vonden zij 7.000 hits in de drie verschillende zoekmachines. Na filtering bleven er zeventien studies over die voldoende van kwaliteit waren. Het meest opvallende hierin was dat de kans op diabetes afneemt bij verhoogde zuivelinname, met name laagvet-zuivel en yoghurtinname. ‘Een kritiek punt is hier dat het moeilijk te zeggen is of het verband komt door de zuivelinname of doordat de doelgroep over het algemeen een gezondere levensstijl zou hebben’, lichtte Soedamah toe.

Hart- en vaatziekten
In een derde meta-analyse die deel uitmaakte van de totale studie is gekeken naar de relatie tussen zuivel en hart- en vaatziekten. Hier werden 5.000 hits gevonden. Na filtering bleven ook hier zeventien relevante studies over. Het risico van cardiovasculaire ziekte was significant verlaagd, met 6% bij een consumptie van 200 ml melk per dag. Dit verband was slechts gebaseerd op vier studies. Er blijkt volgens de onderzoekers geen verband te zijn tussen melkinname en coronaire hartziekten. De analyse suggereert mogelijk wel dat melk een beschermende werking zou kunnen hebben tegen een beroerte, maar deze resultaten waren niet statistisch significant.

Soedamah plaatste nog wel een kritische kanttekening bij de door haar gepresenteerde onderzoeken. Aangezien het om observationele onderzoeken gaat, is niet te spreken van causale verbanden. Er zijn tal van factoren die erop van invloed kunnen zijn. ‘Mensen die zuivelproducten met een laag vetgehalte consumeren zouden bijvoorbeeld over het algemeen gezonder kunnen leven. Dit zou de resultaten van onderzoek kunnen beïnvloeden’, aldus Soedamah.

Aanbevelingen zuivel
Na de lezing gaven Soedamah en Geleijnse kort antwoord op de vraag of ze vinden dat op basis van hun onderzoek de huidige aanbeveling/richtlijn voor de inname van zuivel moet worden aangepast. ‘Het huidige advies is 400 ml per dag, wat gebaseerd is op de totale evidence’, reageert Geleijnse. ‘Melk levert op de eerste plaats veel calcium, en daarnaast ook eiwit, vitaminen en mineralen.’ Hierdoor zien Soedamah en Geleijnse niet in waarom je geen zuivel zou nemen. Een vitaminepil zou de calciumbehoefte ook kunnen ondervangen, maar daar ziet Geleijnse het nut niet van in. ‘De basis is voeding, als de aanbevelingen dan niet gehaald worden kan er aan vitaminepillen gedacht worden. Dit is alleen het geval bij vitamine D en foliumzuur voor zwangere vrouwen’, is de mening van Geleijnse.

Nutriëntendichtheid
De aanbeveling van 400 gram zuivel werd nog eens bevestigd in de lezing van Dinertje Sluik, werkzaam als onderzoeker op de humane afdeling van Wageningen Universiteit. Sluik is de eerste in Nederland die onderzoek doet naar de nutriëntdichtheid van basisvoedingsmiddelen. Zuivel scoorde in deze studie gemiddeld. Bij een inname van 400 gram zuivel zou 15 procent van de algemene dagelijkse hoeveelheid aan macro- en micronutriënten worden gedekt.
Met de nutriëntdichtheid van een product bedoelt Sluik het aantal macro- en micronutriënten dat een product bevat ten opzichte van de algemene dagelijkse hoeveelheid (ADH). Kort gezegd, hoeveel draagt een product bij aan de aanbeveling. De conclusie die Sluikt trekt is dat er geen ‘goede’ of ‘slechte’ voedingsmiddelen zijn en dat alles in een gezond voedingspatroon past.

In het aansluitende debat werd de stelling geponeerd: Zuivelconsumptie werk preventief tegen cardiovasculaire ziekten. Het merendeel van de aanwezigen bleek het niet met de stelling eens. Zuivel draagt bij aan preventie tegen cardiovasculaire ziekten, maar alleen zuivel werkt niet preventief, vonden de aanwezigen. Het is een samenwerking van goede voedingsmiddelen.

Richt je op gezonde mensen
Na het debat ging Laura Bouwman, onderzoeker op de afdeling Gezondheid en Maatschappij aan Wageningen Universiteit, in op preventie. Ze presenteerde een opvallende kijk op dit onderwerp: ‘Waarom richt iedereen zich op degene in de samenleving bij wie het niet lukt om gezond te eten? Is het niet efficiënter om je juist te richten op degene bij wie het wel lukt om gezond te eten?’, zegt Bouwman. Volgens haar moeten we af van advisering over voedingsmiddelen op productniveau. ‘Dit wordt al zo lang gedaan en blijkt niet te helpen. Het wordt tijd voor een andere aanpak.’ Bouwman richt zich op de gezonde mensen in de samenleving. Ze analyseert het voedingspatroon en gedrag van deze mensen. Waarom laten mensen met een gezond voedingspatroon zich bijvoorbeeld minder verleiden door ongezonde producten. En wat zijn hun beweegredenen om gezond te eten?

Hierop werd vervolgens in een volgend debat dieper ingegaan. Voedingspatronen zijn belangrijker dan individuele voedingsmiddelen, was een stelling. Iedereen was het er over eens dat het gaat om voedingspatronen. Levensstijlveranderingen moeten gerealiseerd worden om Nederlanders gezonder te krijgen. Uit het publiek kwam het commentaar dat levensstijlveranderingen moeilijk zijn. Het aanpassen van een aantal voedingsmiddelen is makkelijker te realiseren.

Herformuleren
Tijdens een laatste debat werd de stelling: Er is meer gezondheidswinst te behalen door consumptie van basisvoedingsmiddelen dan door het herformuleren van niet-basisvoedingsmiddelen onder de loep genomen. Hierover ontstond veel discussie, maar het merendeel van de aanwezigen leek het toch eens met de stelling. Er kwamen echter ook goede argumenten uit het vak van de tegenstanders: wat als iemand toch ongezond blijft eten? Als ongezonde producten door herformulering net wat gezonder gemaakt kunnen wordt daar sowieso winst behaald.

Dit artikel verscheen in Voeding Nu nummer 12 van december 2013 op bladzijde 25

Reageer op dit artikel