artikel

Kamerleden vragen om meer structurele aandacht voor preventie *

Voedingswetenschap

Kamerleden vragen om meer structurele aandacht voor preventie *

Tweede Kamerleden van D66, PvdA en CDA die zorg en preventie in hun portefeuille hebben, zullen bij de regering aandringen op meer structurele aandacht voor preventie. Ze brachten dat naar voren tijdens de Tweede Preventieconferentie* die in november in hotel Babylon in Den Haag plaatsvond. Centrale vraag was hoe de zorgsector preventie beter kan integreren om de bevolking van Nederland gezonder te maken. Aan de conferentie deden circa 150 vertegenwoordigers uit verschillende zorgsectoren mee.

Begin februari 2014 is de aftrap van het Nationaal Programma Preventie (NPP). Onder het motto ‘Alles is gezondheid’ wordt daarmee een appèl gedaan op alle actoren in de samenleving om handen en voeten te geven aan preventie op allerlei niveaus, van het basisonderwijs tot in het verpleeghuis. Ook voor de zorgsector is een belangrijke rol weggelegd. ‘Het gaat hier niet om een plan van de overheid of een overheidsprogramma’, benadrukte Lejo van der Heiden, die namens het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport verantwoordelijk is voor het NPP dat volgens plan tot 2016 wordt uitgerold. ‘Het is een programma waarin we heel veel actoren willen betrekken die dagelijks met gezondheid te maken hebben, zowel binnen als buiten de publieke sector. Je kunt het plan zien als de smeerolie om bepaalde partijen bij elkaar te brengen.’

Dit zei Van der Heiden tijdens een debat met Kamerleden tijdens de Tweede Preventieconferentie die in november in hotel Babylon in Den Haag plaatsvond. Aan de conferentie deden ongeveer 150 vertegenwoordigers uit verschillende zorgsectoren.

Van een druppel naar een golf
Van der Heiden lichtte de basisterreinen toe waarop het NPP zich richt. Binnen het thema ‘Gezondheid dichtbij, vitale mensen in een gezonde omgeving’ wordt ingezet op voeding en onderwijs, een gezonde leef- en werkomgeving. Hierin zit bijvoorbeeld het streven om in 2015 850 scholen te hebben met het Vignet Gezonde School. ‘Dat lijkt weinig als je bedenkt dat er ruim 8.000 scholen zijn, maar nu hebben zo’n 80 scholen dat vignet’, aldus Van der Heiden. Een tweede aandachtsveld betreft een grotere inzet van preventie in de zorgsector. Op het derde terrein gaat de aandacht uit naar het op peil houden van de gezondheidsbescherming. ‘Bestaande programma’s of plannen op het gebied van preventie worden in het NPP geïntegreerd’, zegt Van der Heiden. ‘Door meer samenwerking denken we niet alleen individuele gezondheidswinst te bereiken, maar ook economische winst. Iedere euro die aan preventie wordt uitgegeven, betaalt zich terug. De meerwaarde is dat we van een druppel naar een golf gaan. In principe kan iedere partij zich bij ons aansluiten die op preventie van de gezondheid is gericht. Als een bijdrage geleverd wordt, mag ook het logo “Alles is gezondheid worden gevoerd”.’

Ook het publiek kan met het NPP gaan kennismaken. Er is een landelijke campagne gepland waarin bekende Nederlanders als ambassadeurs zullen optreden om de aandacht voor een gezonde leefstijl te vergroten.

Volksgezondheid Toekomst Verkenning
Als nulmeting voor het bepalen van de effecten van het NPP wordt de nieuwe Volksgezondheid Toekomst Verkenning (VTV) van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) gebruikt die begin 2014 uitkomt.

Tijdens de middag werd al wel een deelrapport van de VTV van het RIVM gepresenteerd, het rapport Preventie in de zorg. Hierin staat een beschrijving van studies naar kosten en baten van preventie, bijvoorbeeld rond vaccinatie- of screeningsprogramma’s in de bevolking. Volgens een van de onderzoekers, Matthijs van den Berg, is de kernboodschap dat het aanbod van preventieve interventies in de zorg nog sterk versnipperd is: grosso modo wordt slechts een deel van de doelgroep bereikt. ‘Als je aan preventie doet, ook bij leefstijlverandering, doe het dan sterk programmatisch’, klonk de oproep van Van den Berg.

Kamerleden kritisch
In januari wordt de nota van het programma besproken in een preventieoverleg van de Tweede Kamer. Het NPP is voortgekomen uit de wens van de Tweede Kamer om meer aandacht aan preventie te geven. In het slotdebat tijdens de Preventieconferentie gingen vier Kamerleden met zorg en preventie in hun portefeuille in op kwesties die eerder die middag aan de orde waren gekomen. Ze kregen de vraag voorgelegd wat ze van het Nationaal Programma Preventie vinden en of ze het er mee eens zijn dat het plan met Kamerbrede steun naar een volgende regeerperiode getild zou kunnen worden. Initiatiefnemers Hanke Bruins Slot (CDA) en Pia Dijkstra van D66: ‘Het is mooi dat zowel minister Schippers als staatssecretaris Van Rijn ermee aan de slag zijn gegaan.’
‘Ik zie dat de ambtenaren er met enthousiasme aan werken, maar wat ik mis is de structurele aandacht voor preventie, ook bij andere ministeries’, aldus Slot, die tevens vindt dat de huidige regering over haar regeerperiode heen mag regeren als het om preventie gaat. Dijkstra sloot zich daarbij aan, maar zette wat kanttekeningen bij het NPP. ‘Ik vind dat het nog te weinig ambitie heeft. Het is eigenlijk een opsomming van wat je zou kunnen doen. Op veel plekken zijn mensen met preventie bezig, maar er zit te weinig lijn in, geen punt waar je uiteindelijk zou willen uitkomen. Mijn idee is om er een soort Deltaplan van de preventie van te maken. Dat is het nu niet.’

Dijkstra gaf aan dat tijdens het preventieoverleg van de Tweede Kamer, waarin het gaat over het Nationaal Programma Preventie, nog op- en aanmerkingen over het NPP kunnen worden ingebracht. ‘We kunnen dan nog een meerderheid krijgen voor wat wij willen en eventueel met moties het plan nog wat aanscherpen.’

Agnes Wolbert (PvdA) lieten weten dat men kamerbreed blij is met het Nationaal Programma Preventie, maar ze vindt met Dijkstra ook dat het een opsomming is. ‘Daar is niets mis mee, maar we moeten met de Kamer nog wel meer richting en scherpte vinden als het gaat om de doelen; scherpere stippen op de horizon, waar staan we over drie of vier jaar? En we moeten nog eens nadenken of we niet meer budget kunnen genereren voor dit plan. Ook vind ik dat de zorgverzekeraars waar het gaat om preventie veel te onzichtbaar zijn.’ Tot slot gaf ze aan extra aandacht te willen vragen voor de sociaal-economische gezondheidsverschillen.

Tweede Kamerlid Arno Rutte (VVD) bracht in dat de kracht van het programma zit in de erkenning dat er niet één interventie is die alles oplost en dat er niet één partij voor het NPP nodig is, maar zowel landelijke als lokale actoren, zowel van de overheid als van het bedrijfsleven. ‘We moeten de zaken die erin staan met elkaar verbinden’, vindt hij. ‘Als we weten dat mensen met een hogere opleiding minder ziek worden en langer leven, dan heeft het zin te investeren in een goede economie, werkgelegenheid en onderwijs. Dat moet stap voor stap.’ Hij gaf aan in het komende debat over de nota geen grote veranderingen voor te willen stellen.

Slot vroeg of Rutte vindt dat ook zorgverzekeraars actiever bij preventie betrokken zouden moeten worden. Hij gaf aan dat ze een rol hebben, maar meer investeringen van zorgverzekeraars zullen volgens hem preventie niet per definitie een stap verder brengen. Als preventie wat oplevert, brengt dat ook kosten met zich mee die volgens hem in de discussie onderbelicht zijn. Dijkstra: ‘Wij hebben gepleit voor een preventiefonds, waar verzekeraars een bijdrage in doen, daar kun je verder mee komen. Op den duur levert het wel wat op.’ Wolbert benadrukte dat verzekeraars niet de remmende factor mogen zijn als het om projecten op een langere termijn gaat. ‘De positie van de zorgverzekeraars komt ter discussie, zeker als blijkt dat ze op de rem staan’, aldus Wolbert.

Preventie voor de volksgezondheid
Aan het begin van de Preventieconferentie begon dagvoorzitter Guus Schrijvers, gezondheidseconoom en oud-hoogleraar Public Health, met een korte uiteenzetting waarin hij het belang van preventie voor de volksgezondheid naar voren haalde. Hij liet zien waar preventie in het verleden succesvol was, zoals op het gebied van de hygiëne (aanleggen rioleringen), bij het rijksvaccinatieprogramma, het terugdringen van het aantal verkeersslachtoffers, het alcohol- en tabaksgebruik. Rode draad bij alle preventieprogramma’s was dat daarbij zowel de omgeving als het gedrag werd aangepakt, dat verschillende maatschappelijke actoren bij de preventie waren betrokken en dat de ingreep tot preventieve maatregelen werd ondersteund door epidemiologische data. ‘Het is niet per definitie zo dat de overheid de preventie regelde’, zegt Schrijvers. ‘Preventie kwam in het verleden mede voort uit particuliere initiatieven. Een ramp, zoals een plotse toename van verkeersslachtoffers, blijkt vaak een sterke aanleiding om aan preventie te gaan doen.’

Preventie kostenverlagend

Terwijl een-voor-een de Tweede Kamerleden vanuit het Binnenhof voor het slotdebat arriveerden, had de laatste spreker van de dag de vloer,
Rien Meijerink, voorzitter van de Raad voor de Volksgezondheid en Zorg (RVZ).

Eerder op de dag was al een aantal keren te horen dat de kwaliteit van de gezondheidszorg in Nederland tot de beste van de wereld behoort, maar Meijerink vestigde de aandacht juist op een aantal zorgwekkende zaken. Zo staat volgens hem de solidariteit van het zorgstelsel onder druk: ‘Rijk is nog wel bereid te betalen voor arm, maar het is niet meer zo voor de hand liggend dat jong voor oud betaalt’. Hij memoreerde de waarneming van het Centraal Planbureau dat gezonde mensen steeds minder bereid zijn om bij te dragen aan kosten van anderen die ontstaan door ongezond gedrag zoals roken of te veel drinken.

Meijerink benadrukt verder de grote verschillen in levensverwachting tussen mensen met een hoge of lage sociaal-economische status in Nederland. Dit is beschamend’, vindt hij. ‘Bij vrouwen die laag opgeleid zijn gaat de kwaliteit van leven vanaf hun vijftigste naar beneden, bij hoog opgeleiden vanaf hun zeventigste.’ Hij wees daarbij op het grote aantal vrouwen in Nederland dat rookt in vergelijking met vrouwen in andere landen. Ook de positie van 65-plussers heeft volgens Meijerink aandacht nodig. ‘Tot deze leeftijd staan we hoog in de wereldwijde ranking van gezondste landen, maar de levensverwachting en kwaliteit van leven van 65-jarigen is beschamend, daarmee staan we op de 18e plaats.’ Hij pleitte dan ook voor oplossingsrichtingen op deze terreinen.

Volgens Meijerink moeten we alles wat met preventie opgelost kan worden met beide handen aangrijpen: ‘We hebben in RVZ-rapporten van acht jaar geleden al laten zien dat dit veel meer oplevert dan dat het kost.’ Dat preventie nog geen onderdeel is van het huidige zorgstelsel wijt hij aan het systeem zelf. ‘In de bekostiging via DBC’s zit een weeffout, eigenlijk deugt het verzekeringsmodel niet’, stelde hij. ‘Daarnaast zijn er puur ideologische overwegingen van regeringen of colleges van B&W die zeggen dat een goede of slechte gezondheid de verantwoordelijkheid van mensen zelf is. Daarbij komt dat nog steeds het idee overheerst dat preventie meer kost dan het oplevert, omdat mensen weliswaar langer leven, maar uiteindelijk dezelfde zorgkosten maken. Op lange termijn zijn er meer kosten, maar er zijn wel aanwijzingen dat er op korte termijn besparingen te halen zijn. Bij dit soort berekeningen zouden vaker de opbrengsten moeten worden meegenomen. Gezondheid loont, het levert bijvoorbeeld ook meer productiviteit en belastinggeld op.’

Het volledige NPP-rapport is te downloaden via de website van het ministerie van VWS. (http://www.rijksoverheid.nl/documenten-en-publicaties/rapporten/2013/10/11/alles-is-gezondheid-het-nationaal-programma-preventie-2014-2016-deel-1-en-deel-2.html).

Dit artikel verscheen in Voeding Nu nummer 12 van december 2013 op bladzijde 22

Reageer op dit artikel