artikel

Effect van koffie en water op vochtbalans vergeleken *

Voedingswetenschap

Effect van koffie en water op vochtbalans vergeleken *

Koffie draagt – net als water – bij aan de vochtbalans en leidt niet tot dehydratatie. Dit blijkt uit interventie-onderzoek onder 50 Britse mannen, gepubliceerd in PLoS ONE (1), waarvan Sophie Killer eerste auteur is. Voor het eerst is het effect van koffie op de vochtbalans vergeleken met het effect van eenzelfde hoeveelheid water. Er is geen verschil gevonden in een groot aantal indicatoren van de vochtbalans en de hydratatiestatus.

‘Ondanks een gebrek aan wetenschappelijk bewijs, is het een veel voorkomende misvatting dat de consumptie van koffie kan leiden tot uitdroging’, aldus dr. Sophie Killer, onderzoeker aan de Universiteit van Birmingham en eerste auteur van de studie. De veronderstelling dat cafeïnehoudende dranken, zoals koffie, kunnen leiden tot uitdroging vindt haar oorsprong in een studie uit 1928 (2). Hierin zijn de acute effecten van cafeïne in tabletvorm als vochtafdrijvend middel onderzocht. Het effect van de consumptie van koffie op de vochtbalans is echter niet te vergelijken met die van cafeïne in tabletvorm. Opvallend is ook dat in al die jaren maar twee studies zijn geweest naar het effect van koffie op de vochtbalans, met tegenstrijdige resultaten (3,4). Killer: ‘Ons onderzoek was erop gericht om vast te stellen of regelmatige consumptie van koffie, onder normale leefomstandigheden, schadelijk is voor de vochtbalans van de drinker.’ Uit deze nieuwe studie blijkt dit niet het geval.

Koffie vergeleken met water
Killer en haar collega’s hebben het onderzoek uitgevoerd bij 50 gezonde mannen tussen 18 en 46 jaar, die normaal gesproken dagelijks 3-6 koppen koffie consumeerden. Het onderzoek was een cross-over studie, waarin het effect van drie dagen koffieconsumptie vergeleken is met de consumptie van dezelfde hoeveelheid water. De deelnemers werden getest in twee fases van drie dagen. De helft dronk in de eerste fase dagelijks 4 bekers met 200 ml zwarte koffie en in de tweede fase dagelijks 4 bekers met 200 ml water. Bij de andere helft was het precies andersom: water in fase 1 en koffie in fase 2. De twee fases werden gescheiden door een tiendaagse “washout” periode. Vrouwen werden uitgesloten van deelname aan het onderzoek vanwege mogelijke schommelingen in de vochtbalans als gevolg van de menstruele cyclus.

Individueel dieet
Om de voeding en vochtinname binnen de fases gelijk te houden, kregen de deelnemers gedurende beide fases een individueel vastgesteld dieet met afgepaste hoeveelheden vocht. Voorafgaand aan het onderzoek hadden de deelnemers een driedaags voedingsdagboek ingevuld. Hieruit is berekend hoeveel energie en vocht de deelnemer normaal gesproken binnenkrijgt via zijn gebruikelijke voeding. Deze hoeveelheden zijn gebruikt in het dieet, dat verder een standaard macronutriëntensamenstelling had van 50 energie% koolhydraten, 35 energie% vet en 15 energie% eiwitten. In beide fases van het onderzoek, inclusief de voorafgaande controledag, werd al het eten en drinken verstrekt aan de deelnemers. Er werd op vaste tijdstippen gegeten en gedronken en de deelnemers hielden dit bij in een dagboek. Verder onthielden de deelnemers zich van alcohol en sport gedurende iedere fase en ook de dag ervoor.

Geen verschil in vochtbalans en hydratatiestatus
Voor en na iedere fase zijn verschillende indicatoren van de vochtbalans en de hydratatiestatus gemeten bij de deelnemers. Denk aan de totale hoeveelheid lichaamsvocht (TBW, gemeten met stabiele isotopen), het lichaamsgewicht en analyses van bloed- en urinemonsters. Zo is het 24-uurs urinevolume en de urineconcentratie gemeten en het creatinine-, natrium- en kaliumgehalte. Het bloed is geanalyseerd op aantal bloedcellen, concentratie en totale eiwitgehalte in het plasma, creatinine-, natrium- en kaliumgehalte en de concentratie stikstof en ureum.

Uit de resultaten blijkt dat het drinken van matige hoeveelheden koffie door regelmatige koffiedrinkers niet leidt tot uitdroging en bijdraagt aan de dagelijkse vochtbehoefte. Zo vonden de onderzoekers geen significante verschillen in de totale hoeveelheid lichaamsvocht tussen de koffie- en de waterfase. Of de deelnemers nu drie dagen koffie hadden gedronken of drie dagen water, het bleek niet van invloed op de totale hoeveelheid lichaamsvocht. Ook was de totale hoeveelheid lichaamsvocht aan het einde van iedere fase niet significant verschillend van het begin. Dat betekent dat de vochtbalans van de deelnemers stabiel bleef gedurende zowel de water- als de koffiefase. Het 24-uurs urinevolume en de urineconcentratie bleken ook niet significant te verschillen tussen de koffiefase en de waterfase, net als de andere urineparameters en bloedparameters. Bij het lichaamsgewicht zijn er ten slotte ook geen significante verschillen gevonden tussen de koffie- en de waterfase. Wel nam het lichaamsgewicht met gemiddeld 0,4 kg af gedurende beide fases. Mogelijk komt dit door natuurlijke schommelingen of doordat het dieet toch net iets minder calorieën bevatte dan de gebruikelijke voeding van de deelnemers.

Adviezen bijstellen
In deze grondig uitgevoerde studie zijn veel metingen uitgevoerd, die er allemaal op wijzen dat koffie net zo bijdraagt aan de vochtbalans als water. ‘We hebben een breed scala aan indicatoren van de vochtbalans en hydratatiestatus gemeten’, aldus Killer. ‘Wij vonden geen significante verschillen tussen een consumptie van vier bekers koffie en vier bekers water per dag bij mannen, die normaal gesproken dagelijks koffie drinken.’ Diëtisten, voedingsvoorlichters en zorgverleners kunnen hun cliënten dus geruststellen dat een matige koffieconsumptie niet leidt tot uitdroging. Koffie telt gewoon mee bij de vochtinname.

Referenties

  1. Killer SC, Blannin AK and Jeukendrup AE (2014) No evidence of dehydration with moderate daily coffee intake: a counterbalanced cross-over study in a free-living population, PLoS ONE 9(1): e84154.
  2. Eddy, N and Downs, A (1928) Tolerance and cross-tolerance in the human subject to the diuretic effect of caffeine, theobromine, and thoephylline. J Pharmacol Exper 33:167-174.
  3. Neuhauser-Berthold, BS, Verwied, SC and Luhrmann, PM (1997) Coffee consumption and total body water homeostasis as measured by fluid balance and bioelectrical impedance analysis. Ann Nutr Metab 41:29-36.
  4. Grandjean A, Reimers K, Bannick K, Haven M (2000) The effect of caffeinated, non-caffeinated, caloric and non-caloric beverages on hydration. J Am Coll Nutr 19(5):591-600.

Dit artikel verscheen in Voeding Nu nummer 1/2 van januari/februari 2014 op bladzijde 20

Reageer op dit artikel