artikel

Effecten gewichtsverloopkaart voedingscentrum onderzocht *

Voedingswetenschap

Effecten gewichtsverloopkaart voedingscentrum onderzocht *

Veel ouders schatten het gewicht van hun kind en de mogelijke risico ´s die daarmee samenhangen niet goed in. In 2012 lanceerde het Voedingscentrum daarom een gewichtsverloopkaart waarmee aan de hand van foto’s de ontwikkeling in de tijd van het gewicht van een peuter inzichtelijk wordt gemaakt. Uit onderzoek naar de effecten van de kaart blijkt dat deze goed werkt, hoewel niet alle gebruikers deze op dezelfde manier inzetten.

De gewichtsverloopkaart is eerder al getest op een aantal consultatiebureaus van Jong Florence in Den Haag (1). De afgelopen twee jaar is de kaart veelvuldig aangevraagd, vooral door JGZ-instellingen en diëtisten. Om een indruk te krijgen van het gebruik van de kaart in de praktijk heeft iResearch, in opdracht van het Voedingscentrum, hier onderzoek naar gedaan. De kaart blijkt goed te werken in de praktijk, maar wordt niet door alle gebruikers op dezelfde wijze ingezet.

Gewichtsverloopkaart
De Gewichtsverloopkaart laat, op een leeftijdslijn, aan de hand van foto’s zien hoe een peuter met een gezond gewicht uitgroeit tot een (pre)puber met een gezond gewicht, maar ook hoe een peuter met overgewicht kan uitgroeien tot een (pre)puber met ernstig overgewicht. Bij beide lijnen staan de gemiddelde lengtes van kinderen bij de verschillende leeftijden vermeld. De leeftijdslijnen zijn bedoeld om het gewicht van het kind op de leeftijd tussen de twee en vier jaar in perspectief te plaatsen voor de ouders, hun kind bevindt zich op de kaart tussen de lijn van gezond gewicht en ernstig overgewicht in. De boodschap die de professional hierbij uitdraagt is als de ouders nu kiezen voor gezonder eten en meer bewegen, dan draagt dat bij aan de fitheid, de gezondheid en een gezonder gewicht van hun kind. De situatiefoto’s op de achterkant van de kaart laten zien welke gewoonten of opvoedpraktijken in het gezin de ouders kunnen veranderen.

Er is een jongens- en een meisjesvariant van de kaart. Deze zijn, samen met een handleiding, als set verkrijgbaar voor professionals via de webshop van het Voedingscentrum.

Opzet van het onderzoek
Het onderzoek bestond uit een online vragenlijst met veertig gesloten en zes open vragen over de bekendheid met de kaart, het gebruik in de praktijk, de waardering van de kaart en eventuele waargenomen effecten. Aan het onderzoek namen 317 respondenten deel, waarvan 125 jeugdverpleegkundigen, 71 jeugdartsen, 74 diëtisten en 46 ‘overige professionals’ waaronder huisartsen, gewichtsconsulenten, gezondheidsbevorderaars, pedagogen en praktijkondersteuners.

De respondenten zijn benaderd met een persoonlijke e-mail via adressenbestanden van iResearch en van het Voedingscentrum. Ook zijn oproepen om deel te nemen aan het onderzoek geplaatst in de nieuwsbrief voor professionals van het Voedingscentrum en van JGZ-instellingen en is er aandacht gevraagd voor het onderzoek via relevante kenniscentra en beroepsverenigingen.

Bereik, bekendheid en gebruik
Sinds de lancering is de Gewichtsverloopkaartset meer dan 10.000 keer aangevraagd bij het Voedingscentrum. Ongeveer 60% van de aanvragen was afkomstig van JGZ-instellingen. Uit het onderzoek blijkt dat 100% van de deelnemende diëtisten, 96% van de jeugdartsen en 79% van de jeugdverpleegkundigen bekend zijn met de kaart. De kaart wordt volgens 64% van de professionals gebruikt binnen de instelling waarin zij werkzaam zijn. Bij jeugdverpleegkundigen is dit ruim 80%. Ongeveer de helft van de jeugdgezondheidszorgprofessionals en 72% van de diëtisten gebruikt de kaart ook zelf.

De kaart hangt vaak aan de muur in de spreekkamer of wachtkamer en wordt erbij gepakt als kinderen (dreigend) overgewicht hebben of als ouders vragen hebben over het gewicht van hun kind.

De jeugdverpleegkundigen gebruiken de kaart voornamelijk tijdens het consult bij drie jaar en bij groep zeven, de jeugdartsen bij twee jaar en bij het drie jaar- en negen maanden-consult. De diëtisten gebruiken de kaart vooral bij kinderen tussen de 6 en 10 jaar. De kaart wordt ingezet wanneer sprake is van dreigend, matig of ernstig overgewicht en vrijwel nooit bij een gezond gewicht.

Interessant is dat vooral de voorzijde van de kaart waarop het gewichtsverloop is gevisualiseerd, wordt gebruikt. 44% van de jeugdverpleegkundigen, 17% van de jeugdartsen en 36% van de diëtisten geven aan beide kanten van de Gewichtsverloopkaart te gebruiken.

Het bespreken van de kaart vinden de respondenten makkelijk tot zeer makkelijk in te passen in het consult (jeugdverpleegkundigen 58%, jeugdartsen 60% en diëtisten 74%). Meer dan 80% van de respondenten geeft aan dat de Gewichtsverloopkaart helpt bij het bespreekbaar maken van overgewicht.

Opvallend is dat de handleiding bij ongeveer een kwart van de respondenten niet bekend is. Van degenen die de handleiding wel kennen, heeft ruim de helft hiervan de handleiding ook gelezen. 51% van de verpleegkundigen, 39% van de jeugdartsen en 26% van de diëtisten geeft aan behoefte te hebben aan informatie over de Gewichtsverloopkaart, bij voorkeur digitaal.

Verbeterpunten die uit de open vragen naar voren kwamen:

  • Kleiner formaat van de kaart ontwikkelen, want dat is handzamer tijdens het consult en om eventueel mee te geven (9x genoemd);
  • Van elke leeftijd een foto opnemen in de curve (8x);
  • Een versie ontwikkelen met kinderen van allochtone afkomst (8x);
  • Situatiefoto’s op de achterzijde uitbreiden met oudere kinderen (12x).

Effect op ouders
Aan de deelnemers van het onderzoek is ook gevraagd naar de effecten die zij waarnemen op het gedrag van ouders door het gebruik van de kaart in het gesprek over het gewicht van hun kind. De deelnemende professionals ervaren dat ouders met kinderen met (dreigend) overgewicht meer kennis hebben gekregen over een gezond gewichtsverloop bij kinderen tussen de 2 en 14 jaar. Daarnaast lijkt de kaart bij ouders bij te dragen aan het herkennen en erkennen van overgewicht bij hun kind en de intentie hier iets aan te doen. Door de respondenten is een aantal veranderingen waargenomen die na het bespreken van het gewicht door de ouders zijn doorgevoerd. Meest genoemd zijn aanpassingen wat betreft gezonde voeding, meer bewegen en snoepgedrag.

Conclusie en doorontwikkeling
Uit het onderzoek blijkt dat de kaart goed bekend is onder de JGZ-professionals en diëtisten. De kaart wordt niet alleen gebruikt op de leeftijden waar deze oorspronkelijk voor was bedoeld, maar ook bij kinderen ouder dan vier jaar. De situatiefoto’s op de achterzijde van de kaart sluiten hierbij echter niet aan. Vandaar dat dit een van de meest genoemde verbeterpunten is.

De kaart blijkt goed bruikbaar en werkbaar in de praktijk en wordt dan ook door de professionals beoordeeld met gemiddeld een 7,5 (schaal 1-10). De uitkomsten laten zien dat de kaart helpt bij het bespreekbaar maken van overgewicht, wat het doel van de kaart is.

De genoemde effecten van de kaart op de ouders zijn gerapporteerde effecten door de professional. Van belang is daarom ook onderzoek onder ouders zelf te verrichten om meer uitspraken te kunnen doen over de effecten van de kaart op de kennis en intentie tot verandering bij ouders (en kinderen) zelf.

Omdat professionals de kaart niet alleen bij ouders van kinderen tussen de 2 en 4 jaar blijken te gebruiken en te waarderen, en de kaart ook bij ouders van oudere kinderen effect lijkt te hebben, is het een overweging om de kaart door te ontwikkelen voor ouders met oudere kinderen. Dit geldt ook voor een aparte versie van de kaart voor kinderen van allochtone afkomst te ontwikkelen, al kwam dit verbeterpunt in de eerdere pilot niet naar voren.

Naar aanleiding van de uitkomsten van het onderzoek heeft het Voedingscentrum een kort instructiefilmpje geplaatst op het professionalsdeel van de website van het Voedingscentrum, te vinden bij het onderdeel ‘Kindervoeding’.

De Gewichtsverloopkaart met handleiding is gratis te bestellen via de webshop van het Voedingscentrum: http://webshop.voedingscentrum.nl/gewichtsverloopkaart.html.

Referentie
Gudde, N., Stolwijk, I. Verslag pilot Gewichtsverloopkaart. Onderzoek naar kansen van een risicoperceptie tool binnen de JGZ. Den Haag: Stichting Voedingscentrum, 2011.

Dit artikel verscheen in Voeding Nu nummer 7/8 van juli/augustus 2014 op bladzijde 13

Foto's

Reageer op dit artikel