artikel

Verbanden tussen het plasma- homocysteïnegehalte en botgezondheid *

Voedingswetenschap

Verbanden tussen het plasma- homocysteïnegehalte en botgezondheid *

Homocysteïne is een aminozuur dat voortkomt uit het essentiële aminozuur methionine. Homocysteïne kan ook weer terug in methionine worden omgezet, hiervoor zijn vitamine B12 en foliumzuur onmisbare co-factoren. Het is dan ook bekend dat met name bij ouderen, bij wie de inname en opname van deze vitamines vermindert, het homocysteïnegehalte vaak verhoogd is.

In de afgelopen decennia is een verhoogd plasma homocysteïnegehalte in verband gebracht met een verhoogd risico op hart- en vaatziekten en tien jaar geleden werd een dergelijk verband ook voor osteoporotische fracturen gezien.  Of dit een oorzakelijk verband betreft, en welke onderliggende mechanismes een rol zouden kunnen spelen, is nog niet bekend. Uiteraard is het van groot belang hier meer kennis over te vergaren, aangezien interveniëren op het homocysteïnegehalte met vitaminesupplementen relatief eenvoudig is. Resultaten van voorgaande onderzoeken naar de associatie van homocysteïne met de botmineraaldichtheid (BMD) lopen uiteen; of BMD een belangrijke rol speelt, is dan ook nog niet zeker. Een ander mogelijk mechanisme zou kunnen zij dat homocysteïne interfereert met de collageenverbindingen in het bot, waardoor deze een verzwakte structuur krijgt.

Drie studies vergeleken
Om te onderzoeken of het homocysteïnegehalte inderdaad samenhangt met BMD, gemeten d.m.v. DEXA, of met de botstructuur, gemeten d.m.v. ultrasoon geluid, zijn data van drie grote Nederlandse studies nader bekeken: cross-sectionele gegevens van de B-PROOF-studie, een interventiestudie naar het effect van vitamine B12 en foliumzuursuppletie op het voorkómen van fracturen bij ouderen, en gegevens van twee cohorten van de Rotterdam Studie, een groot populatie-onderzoek naar chronische ziektes en veroudering. Uit de resultaten bleek dat zowel voor BMD als voor ultrasone geluidsparameters een negatief verband werd gezien: een hoog homocysteïnegehalte bleek samen te hangen met een lager BMD en met een minder goede botstructuur. Beide verbanden waren echter relatief zwak en het valt dan ook te betwijfelen of ze het eerder aangetoonde veel sterkere verband tussen homocysteïne en fracturen zouden kunnen verklaren.

Hierbij moet worden opgemerkt dat het gaat om cross-sectionele verbanden, zodat geen conclusies m.b.t. oorzakelijkheid kunnen worden getrokken. De resultaten van de B-PROOF-interventie, die op korte termijn zullen worden gepubliceerd, kunnen wellicht meer duidelijkheid brengen in het al dan niet oorzakelijke verband tussen een verhoogd plasma homocysteïnegehalte en een verhoogd risico op osteoporotische fracturen.

Dit artikel verscheen in Voeding Nu nummer 7/8 van juli/augustus 2014 op bladzijde 29

Reageer op dit artikel