artikel

Jaap Seidell en Jutka Halberstadt over overgewicht in Nederland *

Voedingswetenschap

Jaap Seidell en Jutka Halberstadt over overgewicht in Nederland *

Het voedsellabyrint, het tweede boek van KNAW-lid en VU hoogleraar voeding en gezondheid Jaap Seidell en psychologe Jutka Halberstadt, ligt vanaf Wereldvoedseldag (16 oktober) in de winkel. Het is geen zelfhulpboek, maar geeft de geïnteresseerden inzicht in de ins en outs van de problematiek die samenhangt met overgewicht.

Stel, een zeer dikke man gaat naast je zitten in de trein. Je eigen ruimte wordt door zijn omvang wel erg klein nu. Geen ontkomen aan, begin je te denken. Wat ga je doen? Over jouw ruimte beginnen? Over zijn gewicht? Zijn gezondheid? De meesten zullen zo ver niet gaan. En dan gaat het hier nog over een onderonsje tussen twee onbekenden in de trein. Hoe anders is het in de spreekkamer van de huisarts waar een obese moeder met haar kind met overgewicht voor een consult over griep komt? ‘Het is een goed punt’, zegt Jaap Seidell, die beaamt dat overgewicht en obesitas nog steeds in een taboesfeer zitten. ‘Ook huisartsen zullen niet makkelijk zelf over het gewicht van iemand beginnen, het behoort niet tot de standaardprocedure. Het is een gevoelig onderwerp, waar wij ook onderzoek naar hebben gedaan.’ Jutka Halberstadt vult hem aan: ‘Vaak bespreken arts en patiënt allerlei klachten en problemen, maar wordt er over het overgewicht niets gezegd, het is de spreekwoordelijke ‘olifant in de kamer’. Uit onderzoek komt naar voren dat zowel patiënt als dokter het fijn zouden vinden als er wel over gesproken wordt, maar ze weten niet goed hoe.’ Seidell: ‘Zorgverleners willen wel, maar hebben ook aarzelingen omdat ze vaak niet goed weten hoe gewichtsproblemen aan te pakken of naar wie ze hiervoor kunnen doorverwijzen.’

Volgens de auteurs van Het voedsellabyrint zou het bij de aanpak van het probleem van overgewicht en obesitas juist moeten gaan om de ontmedicalisering van het probleem. ‘Als je nu een te dik kind hebt, ga je naar de kinderarts’, zegt Seidell. ‘Als je het goed wilt aanpakken, moet je ook naar de diëtist, de psycholoog en de fysiotherapeut, maar al die loketjes blijken te veel. De medische aanpak die er nu is, sluit niet goed aan op de praktijk. Mensen houden het niet vol om, vaak onder werk- en schooltijd, langs allerlei verschillende hulpverleners te gaan die soms ook nog tegenstrijdige adviezen geven. Wij pleiten voor een aanpak die laagdrempelig is en zoveel mogelijk rekening houdt met de behoeftes en mogelijkheden van mensen zelf.’

Maar werkt dat ook? Seidell verhaalt over een studiereis die hij samen met Halberstadt naar Zweden maakte, waarin ze uitleg kregen over een aanpak van obesitas bij kinderen. ‘Ze werkten daar bij de behandeling van kinderen in kleine stappen, bijvoorbeeld in plaats van drie glazen limonade per dag eentje minder of vervangen door water. We dachten dat dat geen zoden aan de dijk zou zetten, want veel te langzaam, maar op de lange termijn had het wel effect want de kinderen kregen er zelf meer probleemoplossend vermogen door. Met deze positieve aanpak wordt nu ook in Nederland geëxperimenteerd. Het blijkt dat zowel patiënten als hulpverleners er zeer over te spreken zijn.’

Intrinsieke motivatie
Als het over de aanpak van overgewicht en obesitas gaat, is in Het voedsellabyrint te lezen dat het belangrijk is haalbare doelen te stellen waar mensen zelf achter staan. ‘Het is een basisgegeven uit de psychologie’, zegt Halberstadt. ‘Het gaat erom mensen intrinsiek te motiveren, dus met ieder individu op zoek te gaan naar wat het de moeite waard maakt zijn of haar gedrag blijvend te veranderen. Voor de een is dat eindelijk die ene spijkerbroek aan kunnen, voor de ander het krijgen van meer vriendjes.’ Volgens Seidell moeten de interventies die worden ontwikkeld beter op de doelgroep worden afgestemd. ‘We hebben bij kinderen al interventies getest die uitgaan van een vriendelijkere, positieve aanpak, dus niet een van bovenaf gestuurde aanpak met een dieet, veel regels en sturende hulpverleners’, licht hij toe. ‘Door met kleine stapjes haalbare doelen te realiseren, kan het zelfvertrouwen toenemen. De hulpverleners die al met deze softere methode werken, zeggen er zelf ook positief over te zijn, want ze kunnen hun patiënten positief stimuleren. Dat is voor zowel de patiënt als de hulpverlener motiverender dan steeds maar weer constateren dat iets niet gelukt is of dat een patiënt zich niet aan de vaak voor hem onhaalbare doelstellingen kan houden.’

Complex probleem
In Het voedsellabyrint komt naar voren hoe complex de problematiek van overgewicht en obesitas in elkaar steekt. Alle factoren die van invloed zijn op het ontstaan van overgewicht en obesitas en de aanpak ervan worden inhoudelijk aangeraakt: psychische, biologische en gedragsfactoren, maar ook sociale en economische omstandigheden. Er springt uit dat overgewicht volgens de auteurs voor een belangrijk deel maatschappelijke oorzaken kent: ‘Obesitas is een normale reactie op een abnormale omgeving’. En, zoals het in het boek staat verwoord: ‘We kunnen ons gedrag niet veranderen als we niet begrijpen waar onze voedselkeuzes vandaan komen. Hierbij spelen aller­lei sociaal-culturele, economische en fysieke factoren een rol die in boeken over voeding vaak niet aan de orde komen. Daar­naast willen we als consument graag veel combineren: we wil­len gezond blijven of worden én we willen genieten én rekening houden met mensenrechten, dierenwelzijn en ons milieu. Een samenhangende visie op een oplossing voor dit alles ontbreekt.’

Beide auteurs hebben zich mede laten inspireren door de aanpak van de Amsterdamse armenarts Samuel Sarphati die van 1813 tot 1866 leefde. ‘Hij bekeek de problemen van de volksgezondheid vanuit een sociale en maatschappelijke context’, licht Seidell toe. ‘Destijds ging het vooral om ondervoeding en een infectieziekte als cholera. Door mensen goedkoop brood aan te bieden, te zorgen voor afvalscheiding, riolering en een betere hygiëne, heeft hij ontzettend veel voor de volksgezondheid kunnen doen. Ten tijde van Sarphati heerste de opvatting dat mensen met cholera dom waren, dat het hun eigen schuld was. Net zoals nu dikke mensen wel eens voor dom worden gezien, omdat ze hun problemen niet in de hand hebben of te weinig zelfbeheersing hebben, maar het probleem van overgewicht is ingewikkelder dan dat en hangt niet alleen van het individu af.’

Stroomopwaarts
Bij de aanpak van overgewicht en obesitas bepleiten Halberstadt en Seidell een stroomopwaartse aanpak, waarbij vooral ook naar de achterliggende oorzaken wordt gekeken en preventie en zorg beter op elkaar worden afgestemd. Om dit te verduidelijken, gebruiken ze de parabel van een kapotte brug. Terwijl de dorpsbewoners continu drenkelingen (lees: mensen met overgewicht) uit het water halen, komt de stroom van drenkelingen maar niet tot stoppen. Wat blijkt, even stroomopwaarts is een brug kapot waar nog meer mensen overheen moeten. ‘We zullen altijd wel door moeten blijven gaan met het redden van drenkelingen’, zegt Halberstadt, ‘want het probleem van overgewicht en obesitas zal nooit helemaal worden opgelost, maar ondertussen moeten we wel aan de oplossing van de onderliggende oorzaken werken.’

Seidell: ‘We moeten toewerken naar een lokale aanpak. Daar moet de zorg op aansluiten, in scholen, in wijken en buurten, zodat overgewicht en obesitas verder kunnen worden gedemedicaliseerd. Er moeten gezonde leefomgevingen worden gemaakt en programma’s die lokaal aansluiting vinden en zorgen voor de juiste motivatie. Dat gebeurt al in de bestaande JOGG-gemeenten, ruim zestig nu, maar het kan nog beter.’

Volgens Seidell is er in de afgelopen vijftien jaar al veel ten goede veranderd. ‘Toen JOGG begon, zaten we in Nederland nog in de fase van bewustwording. Als een informatiebijeenkomst werd georganiseerd kwam bij wijze van spreken alleen de jongste bediende van de GGD, politieke interesse was er nauwelijks. Onlangs was ik bij een JOGG-bijeenkomst in het ADO-stadion in Den Haag waar wethouders van steden een bijeenkomst hielden over hun verantwoordelijkheid bij het creëren van een gezonde leefomgeving voor jongeren in de stad. Het is goed te zien dat het onderwerp nu door het (lokale) beleid wordt opgepakt.’

Sarphati Institute
In Amsterdam, waar Seidell als hoogleraar aan de Vrije Universiteit zetelt, is hij samen met Halberstadt betrokken bij de oprichting van het Sarphati Institute, dat binnenkort officieel van start gaat. Het is een organisatie die onderzoek gaat opzetten naar de hiaten in de kennis rond de oorzaken en aanpak van overgewicht en obesitas. Hoe komt het bijvoorbeeld dat jongeren met een Turkse achtergrond in vergelijking met jongeren met een alleen maar Nederlandse achtergrond meer last hebben van overgewicht. ‘Is het de cultuur, heeft het te maken met armoede of is er sprake van erfelijke aanleg?’, zegt Seidell. ‘We weten het eigenlijk nog niet. Als we het willen voorkomen, moeten we dat natuurlijk wel in kaart hebben.’

Amsterdam wordt, mede door het Sarphati Institute, een proeftuin waarvan ook andere steden kunnen leren. ‘In Amsterdam wordt het belang van een gezonde leefomgeving in de lokale politiek coalitiebreed gedragen, daarbij is ook afgesproken dat er een langetermijnbeleid nodig is. Er is tot 2033 structureel financiering voor de Amsterdamse Aanpak Gezond Gewicht.’

Voor het bereiken van een gezonde stad is een lange adem nodig, weten Seidell en Halberstadt, en dat ingrijpen urgent is, leidt Seidell niet alleen af uit de situatie in Nederland. ‘Ik ben net terug van een werkbezoek uit China’, verhaalt hij.‘Overgewicht en obesitas zijn daar grote problemen aan het worden, nu heeft zo’n 15 procent van de bevolking er mee te maken. Het gaat dezelfde kant op als in Amerika en Europa. Overgewicht is een indicator voor de gezondheid van de samenleving. Daarbij komt dat er in de toekomst steeds meer mensen in steden gaan wonen, over een tijd woont het merendeel van de wereldbevolking in de stad. Dat is heel duidelijk te zien in China. Daar moeten we tijdig wat aan doen, bijvoorbeeld door de omgeving in de steden gezonder te maken. We hopen met de kennis die we opdoen via het Sarphati Institute oplossingen te bedenken die de problemen die deze ontwikkelingen met zich mee brengen, het hoofd kunnen bieden.’

Het Voedsellabyrint, Paperback, 208 blz., isbn 978 90 450 2715 9, €17,99.

Jaap Seidell
is hoogleraar Voeding en Gezondheid aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Als deskundige op dit gebied adviseert hij verschillende nationale en internationale wetenschappelijke organisaties, waaronder de World Health Organisation en de Gezondheidsraad. Hij is lid van de KNAW.
Jutka Halberstadt houdt zich als psycholoog-onderzoeker bij de Vrije Universiteit Amsterdam bezig met het verbeteren van de zorg voor volwassenen en kinderen met obesitas. Samen met Jaap Seidell schreef ze eerder het boek Tegenwicht. Feiten en fabels over overgewicht (2011).

Dit artikel verscheen in Voeding Nu nummer 10 van oktober 2014 op bladzijde 16

Reageer op dit artikel