artikel

Eten en drinken als medicijn *

Voedingswetenschap

Eten en drinken als medicijn *

Eten en drinken als medicijn is een veelgehoorde slogan om aan te geven dat goede, gezonde voeding bijdraagt aan preventie van ziekte, een sneller herstel, meer welbevinden en lagere zorgkosten. Maar waar is dat op gebaseerd? En hoe kunnen professionals en instellingen hier invulling aan geven? Vier deskundigen uit wetenschap en praktijk aan het woord.

Marian de van der Schueren, senior onderzoeker VU medisch centrum en lector Voeding in relatie tot Sport en Gezondheid, Hogeschool van Arnhem en Nijmegen
’Een goede voeding draagt bij aan een beter en sneller herstel. Bij ziekte, of in de revalidatiefase na ziekte, heeft het lichaam een verhoogde nutriëntenbehoefte. Bij ziekte is er sprake van een ontstekingsreactie waardoor het lichaam meer verbrandt en dus ook meer brandstof nodig heeft. Extra voedingsstoffen zijn nodig om onder andere spiermassa en spierfunctie te behouden, om het immuunsysteem te ondersteunen en om wonden te laten genezen.

Diverse Nederlandse en internationale studies laten zien dat de voedingsinname van patiënten/cliënten in eigenlijk alle Nederlandse zorginstellingen tekort schiet. Deze studies laten zien dat degenen die te weinig eten langer in de instellingen verblijven, meer complicaties hebben en meer medicatie gebruiken. Hierdoor stijgen de kosten van de gezondheidszorg. Eén van de eerste Nederlandse studies was de studie in het VU medisch centrum, al weer meer dan 10 jaar geleden. Door ondervoede patiënten extra eiwitrijke snacks aan te bieden tussen de maaltijden door en door hun gewone voeding ter verrijken met eiwit en energie daalde de opnameduur in het ziekenhuis. Dit leverde een aanzienlijke kostenbesparing op (Kruizenga, 2005).

Toch blijft het moeilijk om voldoende te eten tijdens ziekte of herstel. Immers, zieke mensen hebben vaak weinig trek om veel extra verstrekkingen te gebruiken. Een recente studie laat zien dat het simpelweg verrijken van gewoon brood en gewone melk met extra eiwit kan bijdragen aan een betere inname. Zowel in de ziekenhuissetting als in de revalidatiesetting leidde dit tot een behoorlijke verbetering van de inname van eiwit, die ook over een langere periode stand hield (Stelten, 2014). Maar er moet meer gebeuren. Om te zorgen dat ondervoede patiënten voldoende voedingsstoffen binnenkrijgen, is bewustwording van het probleem en een multidisciplinaire aanpak vereist van artsen, verpleegkundigen/verzorgenden, diëtisten en voedingsassistenten. Allen zullen alert moeten zijn op het tijdig signaleren van ondervoeding en zich moeten inzetten voor een goede voedingsbehandeling.

De aanpak van ondervoeding moet gedragen worden door management en bestuur van de instelling. Het vraagt om reallocatie van budgetten en om verandering van organisatie van zorg, zoals veranderingen in de menucyclus en het inlassen van extra eetmomenten en eiwitrijke snacks. Deze veranderingen brengen uiteraard kosten met zich mee, maar deze wegen ruimschoots op tegen de te verwachten kostenbesparingen. Het is jammer dat er in Nederland ‘schotten in de zorg’ staan. De extra kosten komen vaak ten laste van de facilitaire dienstverlening, terwijl de opbrengsten als gevolg van minder medicatie, minder complicaties en een kortere ligduur ten gunste komen van de zorg. Directies zouden over die schotten heen moeten kijken.’

Jos Schols, hoogleraar ouderengeneeskunde aan Universiteit Maastricht

’Een goede voeding draagt bij aan een goede voedingstoestand en die is nodig om het lichaam in goede conditie te houden en om herstelprocessen na ziekte te bevorderen. Mensen met een slechte voedingstoestand hebben ook een grotere kans op complicaties zoals vallen en decubitus. Daar hebben we onderzoek naar gedaan. De kwaliteit van leven van mensen met een slechte voedingstoestand wordt negatief beïnvloed en hun zorggebruik is hoger. Ziektegerelateerde ondervoeding gaat gepaard met hoge kosten voor de gezondheidszorg. Ondanks de al jaren durende inzet van de Landelijke Stuurgroep Ondervoeding moet de ‘awareness’ voor het probleem van ondervoeding, respectievelijk een slechte voedingstoestand bij zieke mensen in de gezondheidszorg nog steeds groeien en ook duurzame aandacht krijgen. We streven ernaar dat in elke zorgsetting een structurele voedingsscreening plaatsvindt, bij start van de zorg en ook regelmatig daarna. Als de screening uitwijst dat er iets aan de hand is kan verder onderzoek plaatsvinden en tijdig gestart worden met een zinvolle voedingsbehandeling. Ook in de thuiszorg wordt dat toenemend belangrijk, nu steeds meer kwetsbare ouderen veel langer thuis willen blijven en door het overheidsbeleid ook moeten blijven wonen. Omdat hun kwetsbaarheid het risico op ongewenste uitkomsten of vroegtijdige institutionalisatie verhoogt, is proactief handelen gewenst. En bij die proactieve ouderenzorg past ook een proactief handelen ten aanzien van zorgproblemen zoals ondervoeding.

Werken aan een betere voedingszorg kan door eerst te meten waar men nu staat, met een nulmeting, en dan via de principes van enthousiast verandermanagement starten met structurele verbeteractiviteiten. Nadrukkelijk positief ondersteund door de raad van bestuur en management van de organisatie, moeten alle verschillende professionals van het multidisciplinaire team hun steentje bijdragen en ook elkaar erop aanspreken. Verhogen van het budget is niet primair de oplossing. Ten principale gaat het om professionals die hun werk goed moeten doen en op elkaar afstemmen, daarbij gebruik makend van de professionele richtlijnen die er zijn. Neem bijvoorbeeld een instelling die veel meer geld uitgeeft aan aanvullende drinkvoeding of voedingssupplementen dan de andere: dat betekent nog niet dat de voedingszorg in de instelling die er veel geld aan uitgeeft, beter is.’

Lasca ten Kate, voorzitter van de stichting Vriendelijke Keukens en directeur van Stichting De Mooie Maaltijd
‘De relatie tussen voeding en ons welbevinden – zowel fysiek als psychologisch – is in mijn ogen overduidelijk. Ik geloof ook zeker in de preventieve werking op een aantal ziekten, net als in de positieve invloed van voeding op het herstelvermogen van ons lichaam. Ik dacht aanvankelijk zelf dat de zorgkosten daardoor wel lager uit zouden vallen, maar er zijn studies die deze conclusie tegenspreken. Zie bijvoorbeeld op www.kostenvanziekten.nl de publicatie ‘Zorgkosten van ongezond gedrag’. Toch is de kans dat goed eten leidt tot bezuinigingen in de zorgkosten zeker nog niet uitgesloten. Zo werd de centrale keuken bij Naarderheem circa vijf jaar geleden ingeruild voor een eigen keuken en restaurant waar met veel aandacht voor de gasten wordt gekookt. Intern onderzoek wees uit dat deze manier van maaltijd bereiden tot forse reductie van het gebruik van voedingssupplementen – bijna €50.000 op jaarbasis – en bijvoorbeeld laxatieven leidt.

Ik vul ‘goede voeding’ in met waarden als ‘zonder kunstmatige toevoegingen’, vers, ambachtelijk bereid en zeker ook smaakvol. Dat laatste met aandacht voor de, door ziekte of ouderdom, aan verandering onderhevige smaak van de doelgroep in kwestie. Verder is er nog weinig aandacht in de zorg voor de voedingswaarde van ingrediënten en producten en het effect van een slimme combinatie daarvan op de werking in het lichaam. Persoonlijk denk ik dat hier nog veel winst is te boeken. Met de zogenoemde Mooie Maaltijd campagne maken we ons al sinds 2008 sterk voor beter eten in de zorg. Ondanks verschillende goede ontwikkelingen en ook door de enorme bezuinigingswind die door de zorg waait, lijkt de maaltijd nog steeds vaak een kind van de rekening. Daarbij wordt nog altijd te vaak alleen gekeken naar de kosten op inkoopniveau en niet naar de opbrengsten op andere plekken in de organisatie. Zorgorganisaties die geen aandacht besteden aan goede voeding missen een kans om zichzelf te onderscheiden.’

Niels Gerz, regionaal teamleider voeding bij Laurens: ‘Goedkoop is duurkoop’
Hippocrates heeft ooit gezegd: “Laat uw voeding uw medicijn zijn en uw medicijn uw voeding”. Goede voeding leidt naar mijn mening absoluut en zonder enige twijfel tot voorkoming van en een sneller en beter herstel bij ziekte waardoor de zorgkosten omlaag kunnen. Er zijn in de praktijk voldoende bewijzen te vinden. Als ik kijk naar het vakgebied waarin ik werkzaam ben, dan zie ik dat “je eet wat je bent”. Als je ziek bent, zit je niet te wachten op een groot bord vol met eten, dan wil je kleine beetjes. Juist dan komt het aan op de kwaliteit en kennis van de kok om ervoor te zorgen dat dat kleine beetje veel nutriënten en bouwstoffen bevat.

Het belang van goede voeding hoort in de zorg in de prioriteiten top-3 te staan. Ik denk dat het voedingsprofessionals pas lukt om hierin stappen te maken als ze zich kunnen verenigen. Wanneer ze als vakspecialisten op directieniveau mee kunnen praten over het integrale belang van goede voeding, zal het misschien lukken om directies te overtuigen. Maar zolang kostprijs en gemaksmanagement de boventoon voeren zal de massaproductie het altijd winnen van kwaliteit. Maar goedkoop is duurkoop in mijn ogen. De tijd dat budgetten tot in de hemel reikten ligt weliswaar ver achter ons, maar met een goede inkoop en een efficiënte procesinrichting hoeft een kwaliteitsmaaltijd die in de eigen keuken bereid is niet duur te zijn.’

Dit artikel verscheen in Voeding Nu nummer 11 van november 2014 op bladzijde 14

Reageer op dit artikel