artikel

Extra kosten ziektegerelateerde ondervoeding doorberekend *

Voedingswetenschap

Extra kosten ziektegerelateerde ondervoeding doorberekend *

Ziektegerelateerde ondervoeding komt nog veelvuldig voor: ongeveer 33 miljoen patiënten in Europa hebben te maken met ondervoeding en dit kost de overheden jaarlijks 170 miljard euro. Ook in Nederland heeft gemiddeld één op de vijf patiënten ziektegerelateerde ondervoeding en één op de vier patiënten een risico hierop. De meest voorkomende oorzaak van deze vorm van ondervoeding in westerse landen is de aanwezigheid van één of meer ziekten.

Een metabole stressreactie in ons lichaam is hierop het antwoord, die wordt gekenmerkt door hyperkatabolisme, waarbij een verhoogde behoefte aan eiwit op de voorgrond staat. Eiwit heeft tezamen met vitamines, mineralen en spoorelementen in ons lichaam een zeer belangrijke bouwstoffunctie voor o.a. ons immuunsysteem/afweer, herstel, enzymen en hormonen, die juist in geval van ziekten hard nodig zijn.

De klinische gevolgen van ziektegerelateerde ondervoeding zijn aanzienlijk: meer kans op ernstige complicaties, (her)opname in het ziekenhuis, vallen, langere opnameduur enz. Deze gevolgen brengen een verhoogd gebruik van zorg met zich mee dat resulteert in hogere kosten. In de loop der jaren is bewezen dat een optimale behandeling van ziektegerelateerde ondervoeding, inclusief de inzet van medische voeding, zowel klinische als functionele voordelen heeft. De economische voordelen hiervan zijn echter nog nauwelijks onderzocht. In het proefschrift van Karen Freijer is daarom aan dit economische aspect aandacht besteed. Voedingseconomie als een nieuwe richting binnen de gezondheidseconomie wordt toegelicht en voedingseconomische evaluaties en analyses zijn uitgevoerd om inzicht te krijgen in de economische gevolgen van deze ondervoeding en de economische waarde van de behandeling.

Resultaten
Resultaten laten zien dat ziektegerelateerde ondervoeding in Nederland jaarlijks
1,9 miljard extra kosten met zich meebrengt en dat een optimale behandeling met inzet van medische voeding besparingen kunnen opleveren. Zo is berekend dat het inzetten van enterale medische voeding vóór en direct na een buikchirurgische ingreep (volgens de bestaande Nederlandse richtlijn) €252 per patiënt bespaart en dat deze aanpak op jaarbasis minimaal €40,4 miljoen kan opleveren. Indien deze optimale behandeling ingezet wordt bij alle ouderen (65 jaar en ouder) met ziektegerelateerde ondervoeding in Nederlandse verzorgingshuizen en thuiszorg, dan betekent dit een jaarlijkse besparing van €13 miljoen voor de Nederlandse gezondheidszorg.

Ook is een systematische review uitgevoerd waarin de economische waarde van de inzet van enterale medische voeding als onderdeel van de totale behandeling van ziektegerelateerde ondervoeding op internationaal niveau is onderzocht. Freijer concludeert dat deze aanpak economisch gezien efficiënt is en in de meeste gevallen zelfs kostenbesparend. Echter, de kwaliteit van de economische evaluaties bleek te variëren door een inconsistent gebruik van gezondheidseconomische methoden. In een expertbijeenkomst is vervolgens consensus bereikt over de wijze waarop de methodologische kwesties in de gezondheidseconomische evaluatie van enterale medische voeding aangepakt zouden moeten worden.

Conclusies op een rij

  • Ziektegerelateerde ondervoeding kost de Nederlandse gezondheidszorg veel geld
  • Enterale medische voeding als onderdeel in het totale management van ziektegerelateerde ondervoeding kan de gezondheidszorg geld besparen
  • Eenduidige methoden zijn nodig betreffende voedingseconomische analyses en evaluaties van medische voeding
  • Meer educatie (van vooral (para)medici) en acties zijn nodig m.b.t.ziektegerelateerde ondervoeding

Nutrition Economics – Disease related malnutrition and the economic health care value of medical nutrition – promotieonderzoek Karen Freijer, sept 2014 (digitaal beschikbaar via http://pub.maastrichtuniversity.nl/5a5c4ad5-9836-41b3-b86e-40067eb44e73)

Dit artikel verscheen in Voeding Nu nummer 11 van november 2014 op bladzijde 28

Reageer op dit artikel