artikel

‘Effecten van het microbioom; meer humaan onderzoek nodig’ *

Voedingswetenschap

‘Effecten van het microbioom; meer humaan onderzoek nodig’ *

‘Lag het accent in het onderzoek naar microbiota in het recente verleden op ontstekingsziekten, zoals IBD en het prikkelbaredarmsyndroom, tegenwoordig gaat de aandacht van microbiologen wat meer uit naar relaties met overgewicht.’ Dat constateerde microbioloog Koen Venema na afloop van The Fourth Benefical Microbes Conference in Den Haag, die hij in maart samen met Bastiaanse Communicatie hield. Tientallen internationale sprekers gingen er in op actueel onderzoek naar relaties tussen het microbioom en de gezondheid.

Veel van het gepresenteerde onderzoek had betrekking op uitkomsten van studies met proefdieren en een vaak gehoorde opmerking onder de congresgangers was dan ook dat er meer behoefte is aan onderzoek dat is gedaan bij de mens. ‘Het is duidelijk dat we in het voedingsonderzoek niet meer om het microbioom heen kunnen, maar er is nog veel meer onderzoek nodig bij de mens om meer wetenschappelijk bewijs te krijgen voor de effecten van microbiota’, bevestigt Venema. ‘Het ontbreekt nog aan voldoende humane studies, zeker in de nieuwe gebieden, waarin de relaties tussen microbiota en overgewicht of de hersenfunctie, worden onderzocht. In dierstudies is het bewijs het sterkst, maar ook daar is het nog niet altijd consistent en soms conflicterend omdat niet alle onderzoeksgroepen op dezelfde wijze te werk gaan.’

Ook congresbezoeker Olaf Larsen, science manager van Yakult Nederland, bevestigt dat er veel dieronderzoek op het congres werd gepresenteerd. Hij was vooral gefascineerd door de studies die relaties laten zien tussen het microbioom en de hersenfunctie. ‘In een onderzoek werd ingegaan op de relatie van propionzuur, geproduceerd door microbiota van ratten, en autisme. Er zijn ook al aanwijzingen dat probiotica invloed kunnen hebben op depressie bij de mens. Het is te prematuur voor conclusies, maar de onderzoeken die naar de brein-darm-as gedaan worden, zijn veelbelovend en fascinerend.’

Overgewicht
Als het om de relatie van het microbioom en overgewicht gaat, vindt Venema onderzoeken relevant rond de productie door micro-organismen van korteketenvetzuren, zoals boterzuur, azijnzuur en propionzuur, die de mens als energiebron gebruikt. Daarbij wordt onder andere gekeken naar de verschillen in de samenstelling van het microbioom tussen slanke en obese mensen. ‘We weten dat sommige micro-organismen meer energie uit ons dieet extraheren, dan anderen.’

Ook wijst hij op een recent humaan onderzoek aan de Universiteit Maastricht, waarin positieve effecten van azijnzuur op het metabool syndroom naar voren kwamen. ‘De insulineresistentie en de vetoxidatie van proefpersonen verbeterden door een molecuul, azijnzuur, dat door een micro-organisme wordt gemaakt’, licht hij toe. ‘Maar dat gebeurde alleen als het distaal via de dikke darm beschikbaar kwam, niet proximaal. Als je wat azijnzuur over de sla sprenkelt, dan vind je niet dezelfde uitkomst. Het moet lokaal in de dikke darm worden geproduceerd. Het mechanisme snappen we nog niet helemaal; we gaan nu verder op zoek naar producten – waaronder langzaam fermenteerbare vezels – die de productie van azijnzuur in de dikke darm kunnen verhogen. Het gaat daarbij om fysiologische hoeveelheden die toch een effect hebben.’

Veiligheid
Hoewel de Europese Voedsel- en Veiligheidsautoriteit (EFSA) de claims op probiotische producten voor consumenten vooralsnog heeft afgewezen, weet Venema dat er goed onderzochte bacteriestammen zijn die een bewezen effect hebben op bijvoorbeeld allergie, diarree of ontsteking. ‘Het is zaak dat je je als voedingskundige of (para)medicus per toepassing en aandoening goed laat informeren over de verschillende stammen en hun mogelijkheden.’

Tijdens het congres presenteerde professor Eric Claassen van de Vrije Universiteit en het Erasmus MC de voorlopige resultaten van een overzichtsstudie naar de veiligheid van het gebruik van probiotica in (para)medische toepassingen. Sinds 2008, waarbij tijdens een trial met probiotica mensen overleden, is er meer aandacht voor de risico’s. In het onderzoek in 2008 werden probiotica rechtstreeks in het begin van de dunne darm, nabij de galgang, gespoten van mensen met alvleesklierontsteking. ‘Het is duidelijk dat we nooit probiotica direct moeten inspuiten’, zegt Claassen. ‘Wij zijn nu alle onderzoeken naar probiotica sinds 2008 aan het bekijken. We inventariseren daarbij volgens een standaardmethode, die ook door medici wordt gebruikt, wat de risico’s zijn. Tot nu toe valt de balans positief uit in het voordeel van probiotica als het gaat om de toepassingen in relatie tot de resultaten en de veiligheid.’

Dit artikel verscheen in Voeding Nu nummer 3/4 van maart/april 2015 op bladzijde 6

Reageer op dit artikel