artikel

Gezondheid en duurzaamheid omarmen elkaar in Berlijn

Voedingswetenschap

Gezondheid en duurzaamheid omarmen elkaar in Berlijn

Voeding en gezondheid gedurende de levensloop was het centrale thema van de 12e Europese conferentie FENS. Het congres in Berlijn van 20-23 oktober werd bezocht door zo’n 2000 deelnemers. Naast een dagelijkse plenaire sessie was er een groot aantal parallelle sessies en een aantal gesponsorde symposia. Wat opviel aan deze editie was dat voor het eerst een volledig parallelprogramma over duurzame voedingspatronen opgenomen was. Een signaal dat gezondheid en duurzaamheid elkaar verder omarmen.

De openingslezing van FENS 2015 verzorgde Walter Willett. De Amerikaanse voedingswetenschapper gaf aan dat er veel onderzoek is over de relatie voeding en chronische ziekten op middelbare leeftijd, maar dat er weinig data is over de jongere leeftijden. Hij illustreerde dit aan de hand van een aantal onderzoeksresultaten. Zo verlaagt obesitas op kinderleeftijd de kans op borstkanker. Dit is tegenovergesteld aan wat je zou verwachten. Er is veel aandacht voor de effecten van laag geboortegewicht, maar Willet geeft aan dat een gezonde leefstijl een veel grotere invloed heeft dan laag geboortegewicht. Zijn conclusie was dat voeding op middelbare leeftijd een belangrijke determinant is van hart- en vaatziekten, diabetes en andere ziekten, maar dat we nog veel moeten leren over de voeding in de kindertijd.

Risicofactoren overgewicht
Kinderen kwamen ook tijdens andere sessies aan bod. De Spaanse gezondheidswetenschapper Luis Alberto Moreno Aznar hield een presentatie over de resultaten van de Europese studies Helena en Idefics. Opmerkelijk resultaat was dat kinderen in Zweden het meest aten volgens het mediterrane dieet. Het beoordelen en vergelijken van de voeding in Europese landen wordt bemoeilijkt door de enorme variatie in de aanbevolen hoeveelheden van nutriënten in Europese landen, voor sommige nutriënten verschilt dit wel een factor 2 of 3.

Overgewicht bij kinderen is het hoogst in Oost-Europa en Zuid-Europa en het Verenigd Koninkrijk. Kinderen hebben een hoger risico op overgewicht als ouders geen grenzen stellen aan beeldschermtijd. Kinderen van ouders die aangeven niet toe te geven als een kind vraagt bepaalde items te kopen hebben minder kans op overgewicht.

Wolfgang Ahrens, professor Epidemiologie aan de universiteit van Bremen, liet zien dat het hebben van een televisie in de slaapkamer, meer dan 60 min/dag tv kijken en regelmatig eten met de tv aan risicofactoren zijn voor overgewicht. Ze zijn alle drie geassocieerd met de consumptie van met suiker gezoete dranken. Kinderen die vaak vragen om items waarvoor geadverteerd wordt op televisie laten een toegenomen risico zien voor obesitas en hebben een hogere voorkeur voor vette voedingsmiddelen. Voor preventie komt hieruit naar voren:

geen tv op de slaapkamer, ouders moeten regels stellen, beperken van advertenties op tv. Gerard Hastings, professor social marketing, stelde dat promotie de oorzaak is van obesitas bij kinderen. Hij illustreerde dat promotie het topje van de ijsberg is, maar dat er onder andere via consumenten- en stakeholdermarketing nog veel beïnvloeding plaatsvindt die minder zichtbaar is.

Niet alleen de voeding van kinderen verdient extra aandacht. Dat geldt zeker ook voor de voeding van ouderen. De bioloog Thomas Kirkwood vertelde over de 85+-studie. Er is een groot gebrek aan data over inname en referentiewaarden in zeer oude mensen. Zijn presentatie ging in op of het zin heeft om de calorie-inname te beperken om oud te worden. Deze bevinding is voornamelijk gebaseerd op studies bij muizen. Muizen zetten de reproductiefunctie uit in tijden van honger. De mens besteedt veel minder energie aan reproductie dan een muis. Dus bij de mens werkt dit niet op deze manier. Impact van voeding op latere leeftijd op de gezondheid is zeer interessant, maar is nog te weinig bestudeerd.

Associaties met suikerinname
FENS besteedde ook aandacht aan de controversies over de suikerconsumptie. Professor Ian MacDonald gaf aan dat studies naar de relatie fructose/sucrose met insulineresistentie wisselde resultaten laten zien. Er is geen relatie tussen suikerinname en het risico op diabetes. Er zijn borderline associaties tussen sucrose-inname en lagere incidentie van diabetes. Consumptie van met suiker gezoete dranken hebben wel een link met een toename in risico op diabetes. Fructose/sucrose beïnvloedt de insulinegevoeligheid, maar alleen bij hoge innames van meer dan 100 g fructose per dag. Glycemische index (GI) is volgens MacDonald mogelijk minstens zo belangrijk als suikers.

John Sievenpiper, professor aan de universiteit van Toronto, gaf aan dat alleen voor jicht een associatie is tussen sucrose/fructose. Met suiker gezoete dranken laten wel een relatie zien met diabetes. Maar dit is moeilijk los te koppelen van andere risicofactoren. Met andere suikerrijke voedingsmiddelen zie je geen associaties met diabetes. Er is zelfs een beschermend effect te zien voor ijs en yoghurt. Een associatie met koekjes ontbreekt volledig. Waarom is er dan wel een relatie met suiker gezoete dranken? Mogelijke verklaringen:

  1. Calorieën uit dranken worden slecht gecompenseerd.
  2. Drankinname is makkelijker te meten.
  3. Met suiker gezoete dranken zijn een marker voor een ongezonde leefstijl.


Bij het effect van fructose op gewicht is het van belang om bij de interpretatie van resultaten de energie te volgen. Suikerrijke voedingsmiddelen en dranken is een van de manieren om te veel calorieën te consumeren met overgewicht en metabole complicaties tot gevolg.

Vetzuren
Ook de vetzuren stonden op het programma. Ronald Mensink, hoogleraar Moleculaire voedingskunde aan de universiteit van Maastricht, deed de aftrap bij deze sessie. Als er minder verzadigd vet wordt gegeten, betekent dit bij gelijkblijvende energie dat er van een ander macronutriënt meer wordt geconsumeerd. Wanneer verzadigd vet wordt vervangen door meervoudig onverzadigd vet, enkelvoudig onverzadigd vet of koolhydraten uit volkoren graanproducten is er een gunstig effect te verwachten. Er is geen gunstig effect wanneer verzadigd vet wordt vervangen door geraffineerde koolhydraten. Het referentiepunt is dus van belang.
Is LDL de beste biomarker voor risico op hart- en vaatziekten? Sommige onderzoekers geven aan dat LDL met kleine dichtheid het probleem is. Maar small dense LDL, HDL, ratio HDL/LDL, ApoA1 en ApoB zijn niet geaccepteerd als causale factor. Van de verzadigde vetzuren verhoogt C16 het LDL het meest. Individuele verzadigde vetzuren gedragen zich metabolisch verschillend, maar of ze ook een verschillend effect op gezondheid hebben is niet bekend.

Bij een congres dat in Duitsland wordt gehouden, kan een sessie over de Duitse voedingsrichtlijnen van de German Nutrition Society (DGE) niet ontbreken. Focus lag op de macronutriënten vet en koolhydraten en obesitas. Professor Jakob Linseisen ging in op vetinname en het risico op obesitas; ook de preventie en behandeling van obesitas werden nog belicht.

Duurzame voedingspatronen
De echte wake-up call kwam de laatste ochtend tijdens de parallelsessie Duurzame voedingspatronen van Tim Benton, professor aan de University of Leeds en voorzitter van het Britse Global Food Security Programme. Met de Parijse klimaattop voor de deur was het voor velen een eyeopener dat ons voedsel met 30 procent de grootste bijdrage levert aan de klimaatbelasting van huishoudens. Dat is meer dan autorijden, vakanties of verlichting. Nog schokkender is dat bij “business as usual” de voedselproductie alleen al gaat zorgen voor 2 graden opwarming van de aarde in 2050. En dan te bedenken dat een meisje dat vandaag geboren wordt wellicht zal leven tot 2099. Een oproep dus om onze voedselproductie en consumptiepatronen af te stemmen op de toekomst van onze kinderen.

In een eerdere sessie had Dr. Christina Tirado van de University of California erop gewezen dat door het broeikaseffect bepaalde gewassen tot 20 procent minder eiwit en mineralen zullen gaan bevatten en dat extreme weersomstandigheden tot misoogsten zullen leiden. En in Californië kunnen ze daarover meepraten.

Alexandre Meybeck, beleidsmedewerker bij de wereldvoedselorganisatie FAO, zei dat we de oplossing moeten zoeken in traditionele, lokale voedingspatronen met een lage milieu-impact. Zeker als je je bedenkt dat we in 2050 60 procent meer voedsel moeten produceren vanwege een groeiende wereldbevolking en meer vraag naar vlees. Het traditionele, overwegend plantaardige mediterrane voedingspatroon is volgens hem een mooi voorbeeld hoe gezond en duurzaam samengaan. Dat biedt een smakelijk perspectief.

Dit artikel verscheen in Voeding Nu nummer 11 van november 2015 op bladzijde 22

Reageer op dit artikel