artikel

Leefstijlinterventie heeft belangrijke gezondheidseffecten bij kinderen met morbide obesitas

Voedingswetenschap

Leefstijlinterventie heeft belangrijke gezondheidseffecten bij kinderen met morbide obesitas

Er is veel onderzoek gedaan naar het risico op CVZ bij kinderen met overgewicht en obesitas, maar de exacte onderliggende mechanismen, bijdragende factoren en de volgorde van gebeurtenissen resulterend in CVZ zijn nog niet volledig duidelijk. Tijdens haar promotieonderzoek aan de Universiteit Maastricht heeft Dr. Jesse Rijks vroege kenmerken van CVZ onderzocht bij kinderen met overgewicht, obesitas en morbide obesitas.

Het aantal kinderen met overgewicht is de afgelopen decennia enorm toegenomen. In Nederland is ongeveer een op de zeven kinderen te zwaar. In bepaalde regio’s of bevolkingsgroepen is het een groter probleem dan in andere, bijvoorbeeld bij kinderen met laag opgeleide ouders en bij kinderen met ouders van Turkse of Marokkaanse afkomst.

Behalve dat het aantal kinderen met overgewicht is toegenomen, is er een verschuiving zichtbaar binnen de groep kinderen met overgewicht naar meer ernstige vormen van overgewicht. Dit is een verontrustende ontwikkeling omdat kinderen met overgewicht en obesitas een hoog acuut en toekomstig risico hebben op het krijgen van ziekten. Voorbeelden hiervan zijn cardiovasculaire ziekten (CVZ), die wereldwijd doodsoorzaak nummer 1 vormen, maar ook suikerziekte en leverziekten.

Diverse risicofactoren komen al frequent voor bij kinderen met overgewicht en (morbide) obesitas, waaronder een toename in body mass index (BMI), toename in bloeddruk, stijging van lipiden en lipoproteïnen-concentraties en stijging van glucoseconcentraties in het bloed. Deze risicofactoren zijn sterk geassocieerd met de ontwikkeling van CVZ.

Mechanismen

Er is veel onderzoek gedaan naar het risico op CVZ bij kinderen met overgewicht en obesitas, maar de exacte onderliggende mechanismen, bijdragende factoren en de volgorde van gebeurtenissen resulterend in CVZ zijn nog niet volledig duidelijk. Tijdens haar promotieonderzoek aan de Universiteit Maastricht heeft Dr. Jesse Rijks vroege kenmerken van CVZ onderzocht bij kinderen met overgewicht, obesitas en morbide obesitas. Om meer inzicht te verkrijgen in de onderliggende pathofysiologische processen is er geëvalueerd welke factoren bijdragen aan het CVZ-risico.

Daarnaast zijn de effecten van de leefstijlinterventie, ontwikkeld binnen het Centre for Overweight Adolescent and Children’s Healthcare (COACH), op gewicht en cardiovasculaire riscofactoren geëvalueerd. COACH is een centrum van het Maastricht UMC+ voor kinderen en jongvolwassenen met overgewicht. Binnen COACH worden kinderen met alle maten van overgewicht en hun gezin begeleid naar een gezonde leefstijl. Voorafgaand aan de begeleiding vindt er een uitgebreide medische en psychosociale evaluatie plaats. Vervolgens krijgt elk kind een zorg-op-maatbehandeling die aansluit bij de belevingswereld van het kind. Kinderen en hun gezinnen worden langdurig begeleid en gemonitord door een multidisciplinair team. In de begeleiding staat de optimalisatie centraal van leefstijlfactoren als voeding, beweging en slaap.

Kenmerkend voor de begeleiding is dat er rekening wordt gehouden met de psychosociale situatie, waarbij gekeken wordt naar de kansen, mogelijkheden en behoeften van elk gezin. De begeleiding vindt zowel binnen als buiten de ziekenhuismuren plaats. Samen met partners uit de regio worden activiteiten georganiseerd, zodat de kinderen op een speelse en interactieve manier bezig kunnen zijn met de leefstijladviezen. Voorbeelden van dergelijke activiteiten zijn kookworkshops, bezoeken aan groente- en fruittelers en verschillende sportactiviteiten. Deze opzet maakt de leefstijlbegeleiding van COACH uniek.

Risicofactoren

De resultaten van het onderzoek van Rijks tonen aan dat er in de populatie van kinderen met overgewicht, obesitas en morbide obesitas bij de inclusie in het COACH-programma al diverse risicofactoren voor CVZ aanwezig waren. Bij 28% van de kinderen was de serumconcentratie lage-dichtheid–lipoproteïne-cholesterol (LDL-C) verhoogd, 23% van de kinderen had een afwijkend geglyceerd hemoglobine (HbA1c) en er was sprake van een te hoge diastolische bloeddruk bij 5% van de kinderen. Ook is er in dit proefschrift aandacht besteed aan vernieuwende manieren om cardiovasculaire ontregelingen al in een vroeg stadium te meten. Hiervoor is gebruikgemaakt van foto’s van de bloedvaten van het netvlies en van 48 uur durende continue glucosemetingen in de thuissituatie. De resultaten laten zien dat kenmerken van de microvasculatuur in het oog reeds op een jonge leeftijd zijn verstoord bij kinderen met overgewicht en obesitas en in het bijzonder bij kinderen met morbide obesitas. Bovendien kon een smallere diameter van deze bloedvaten significant geassocieerd worden met diverse cardiovasculaire risicofactoren. De continue glucosemetingen in de thuissituatie illustreerden dat kortdurende hyperglycemische glucosepieken (≥ 7.8 mmol/L) regelmatig voorkomen bij kinderen met overgewicht en obesitas. Daarnaast bleek dat kinderen met insulineresistentie een hogere glucoseconcentratie hebben en een grotere mate en duur van hyperglycemie, welke beide geassocieerd zijn met cardiovasculaire risicofactoren.

 

Verbeteringen 

Bovendien heeft Jesse Rijks aangetoond dat er na twaalf maanden leefstijlinterventie een significante verbetering was van het gewicht. Na twee jaar leefstijlinterventie nam deze gewichtsverbetering verder toe, hetgeen bij een deel van kinderen zelfs tot een verbetering in de mate van overgewicht leidde. Bij 25% van de kinderen met morbide obesitas verbeterde het gewicht dermate dat de ernst van het overgewicht verminderde naar obesitas. Van de kinderen met overgewicht verkreeg na twee jaar interventie zelfs 15% een gezond gewicht. Naast een aanmerkelijke afname van het gewicht verminderden na 12 maanden leefstijlinterventie in de hele groep belangrijke cardiovasculaire risicofactoren significant. Een verbetering was onder andere te zien in het serum totaal cholesterolconcentratie, serum LDL-C-concentratie, serum HbA1c-concentratie en de diastolische bloeddruk.

 

Maagband

Zowel het gewicht als de cardiovasculaire risicofactoren verbeterden in dezelfde mate bij de kinderen met overgewicht, obesitas en morbide obesitas. Dit is een belangrijk resultaat, omdat er vaak wordt beschreven dat er bij de kinderen met morbide obesitas een kleiner tot minimaal effect bereikt wordt met poliklinische leefstijlbegeleiding. Daardoor wordt er gedacht dat een intensievere behandeling, zoals het plaatsen van een maagband of een langdurige interne opname, noodzakelijk is om succesvol gewichtsverlies te bereiken bij deze groep kinderen. De resultaten van dit promotieonderzoek illustreren dat het mogelijk is om een effectieve poliklinische behandeling te geven, ook aan kinderen met morbide obesitas.

 

Samenvattend laten de resultaten van dit proefschrift zien dat metabole, endocriene en cardiovasculaire afwijkingen frequent aanwezig zijn bij kinderen met overgewicht en obesitas. Verder demonstreren de resultaten dat een langdurige, op maat opgestelde, poliklinische leefstijlinterventie kan resulteren in een duurzame verbetering van het gewicht en cardiovasculaire risicofactoren, met vergelijkbare voordelen voor kinderen met overgewicht, obesitas en morbide obesitas. Verbetering van deze risicofactoren op jonge leeftijd resulteert mogelijk in langdurige gezondheidsvoordelen en een gezonde toekomst.

 

Bron: Jesse M. Rijks. Metabolic endocrine and  cardiovascular aberrations: the effects of the COACH approach. Universiteit Maastricht. 2016

Reageer op dit artikel