artikel

Nog terrein te winnen bij leefstijlinterventies verstandelijk beperkten

Voedingswetenschap

Nog terrein te winnen bij leefstijlinterventies verstandelijk beperkten

Mensen met een verstandelijke beperking hebben twee keer zo vaak gezondheidsproblemen als de algemene populatie. Er zijn daarom nationaal en internationaal allerlei initiatieven en interventies ingezet. Desondanks is er nog veel onbekend over hoe de leefstijl van mensen met een verstandelijke beperking zou kunnen verbeteren.

Mensen met een verstandelijke beperking hebben andere behoeften met betrekking tot gezondheidsbevordering dan mensen zonder verstandelijke beperking. Ze hebben vaker een ongezonde leefstijl, die zich uit in minder bewegen en een ongezonder dieet. Ze vertonen vaker zittend leefstijlgedrag.

Onderzoek huidige leefstijlinterventies

Zij ervaren naast intrinsieke barrières ook barrières gerelateerd aan cognitieve, gedragsmatige en fysieke beperkingen. Wat ook een rol speelt, zijn de externe barrières, zoals financiën, inrichting van de ruimtes, voedingsaanbod en beperkingen in hun toegang tot gezondheidszorg. Het aanpassen van leefstijlinterventies specifiek voor mensen met een verstandelijke beperking lijkt dus noodzakelijk. Echter, het is nog niet duidelijk welke bestanddelen precies worden gebruikt in leefstijlinterventies en welke van deze bestanddelen effectief zouden kunnen zijn. Er wordt daarom binnen de Hanzehogeschool onderzoek gedaan naar de huidige leefstijlinterventies voor mensen met een verstandelijke beperking, in alle leeftijden om te kunnen bepalen hoe deze kunnen verbeteren en geïmplementeerd kunnen worden.

Klein deel op kinderen gericht

Uit een systematisch literatuuronderzoek blijkt dat leefstijlinterventies voor mensen met een verstandelijke beperking (VB) gericht zijn op fysieke activiteit, voeding of op beide. Slechts een klein aantal leefstijlinterventies richt zich op kinderen met VB. Er zijn leefstijlinterventies voor alle niveaus van verstandelijke beperking, zowel licht-matig als (zeer) ernstig.

De interventies zijn op veel verschillende plekken uitgevoerd, bijvoorbeeld op school, op dagbesteding of op de woonlocatie. En ook de duur en intensiteit van de interventies varieert, van 1 week tot 24 maanden en qua intensiteit van iedere dag tot maandelijks. De bewijslast van de meeste onderzoeken is niet zo sterk en er wordt weinig gebruikt gemaakt van een theoretisch kader.

Niet bewust ingezet

Gedragsveranderingstechnieken werden in alle interventies gebruikt. Technieken die veel werden gebruikt zijn ‘Geven van informatie over de consequenties van gedrag in het algemeen’ en ‘sociale support’. Echter, de gedragsveranderingstechnieken werden meestal impliciet gebruikt: ze werden niet specifiek als techniek genoemd in de tekst, maar tussen de regels door herkend door de onderzoekers. Dat kan betekenen dat de gedragsveranderingstechnieken niet bewust werden ingezet.

Veel verbetering mogelijk

Er blijkt nog veel verbetering mogelijk naar leefstijlverbetering en gedragsveranderingstechnieken bij mensen met VB. De kwaliteit van veel onderzoeken is nog niet voldoende, er wordt niet genoeg gebruik gemaakt van een theoretisch kader en ook veel informatie wordt niet duidelijk beschreven in de artikelen. Omdat het onvoldoende duidelijk is welke gedragsveranderingstechnieken met welke reden worden gebruikt, kan er nog niet worden bepaald of de technieken om gedrag te veranderen wel geschikt zijn voor mensen met VB. En welke technieken we dus in de praktijk effectief kunnen gebruiken.

We zijn er dus nog niet! Het onderzoek wordt dan ook voortgezet.

Reageer op dit artikel