artikel

Positieve uitkomsten in pilotstudie naar implementatie thuismaaltijden ouderen

Voedingswetenschap

Positieve uitkomsten in pilotstudie naar implementatie thuismaaltijden ouderen

Een deel van de ouderen loopt een sterk verhoogd risico op onvoldoende inname van energie en voedingstoffen. Er is weinig bekend over de effectiviteit van voedingsinterventies voor deze groep ouderen en over de determinanten van een succesvolle implementatie hiervan. In Venlo is onlangs een haalhaarheidsstudie uitgevoerd.

Met de vergrijzing van de bevolking, de stijgende kosten van de gezondheidszorg en de opkomst van de participatiemaatschappij groeit het belang van een goede begeleiding van ouderen in de thuissituatie. Ouderen blijven steeds langer thuis wonen en zijn daardoor (vooral als zij functionele beperkingen hebben) toenemend van anderen afhankelijk voor hun inkopen en voor het koken van gezonde maaltijden.

Haalbaarheidsstudie thuismaaltijden

Onlangs is in de regio Venlo een haalbaarheidsstudie uitgevoerd, gericht op het evalueren van de implementatie en effectiviteit van een bezorgservice van gezonde thuismaaltijden. De studie was onderdeel van het Duits-Nederlandse samenwerkingsproject Food and Delivery Services (FooDS). Dit project werd uitgevoerd met steun van industriebank LIOF en Interreg en had als partners onder meer de Universiteit Maastricht (vakgroep Epidemiologie, CAPHRI/CARIM), Hutten Catering en de transportbedrijven Janssen en Munckhof. Het onderzoek had een quasi-experimentele opzet in twee gemeenten in de regio Venlo (zie pagina 370-380).

Maaltijdservice

Deelnemers waren thuiswonende cliënten van thuiszorgorganisatie Proteion in de leeftijd vanaf 70 jaar, die niet in staat waren zelf inkopen te doen en te koken. De interventie bestond uit een maaltijdservice met dagelijkse bezorging van een warme maaltijd en energie- en eiwitverrijkte tussendoortjes. De maaltijden werden dagelijks vers bereid en geportioneerd op servies en plateaus. Deze werden overnacht bij 4°C gekoeld en de volgende dag, via een centraal verdeelpunt (hub), door de logistieke vervoerder bij de deelnemers bezorgd.

In de controlegroep vonden wel metingen, maar geen interventie plaats. Thuis had iedere deelnemer een opwarmsysteem via inductie, waar het plateau op kon worden gezet; de opwarmtijd bedroeg 45-60 minuten. De interventieperiode was drie maanden, met een follow-up van nog eens drie maanden.

Resultaten

44 ouderen werden geïncludeerd (interventie: 25; controle: 19). De meerderheid was ouder dan 80 (tot 95 jaar) en vrouw. Ongeveer 60% was 7 dagen per week fysiek inactief. Er was sprake van sterke multimorbiditeit (60% met ≥3 chronische ziekten) en idem multimedicatie (>70% met ≥5 medicijnen). De gemiddelde duur van thuiszorg bedroeg 4-5 uur per week. Ongeveer 25% van de deelnemers was ondervoed of liep het risico op ondervoeding (bepaald met Mini-Nutritional Assessment).

Rond 90% van de deelnemers was tevreden over de maaltijdservice en het opwarmsysteem en 70% was geïnteresseerd in een soortgelijke maaltijdservice voor in de toekomst. Aan het einde van de drie maanden durende interventie had de interventiegroep een gemiddelde gewichtstoename van +3,2 kg tegenover + 0,5 kg in de controlegroep (P< 0.005). Er was ook een grotere toename in de body mass index (P< 0.005), bovenbeenomtrek (P< 0.01) en vetvrije massa (P< 0.03). Drie maanden later (follow-up), was de toename in vetvrije massa nog steeds significant (P< 0.05). Behalve op de calciuminname, kon geen positief interventie-effect op andere uitkomstmaten worden vastgesteld.

Discussie

Deze studie laat de haalbaarheid zien van gezonde en smakelijke maaltijden ter ondersteuning van thuiswonende ouderen: de kwalitatief hoogwaardige maaltijden oogstten veel waardering en hadden een snel effect op de vetvrije massa. Het gebruikte opwarmsysteem via inductie had een opwarmtijd van 45-60 minuten. Dit was voor alle deelnemers even wennen, maar de gebruiksvriendelijkheid is uiteindelijk beter dan die van een magnetron en dat werd door de deelnemers zeer op prijs gesteld. Naast de maaltijden zelf, werd ook het contact met de bezorger van de maaltijden (die de maaltijd binnenbracht en indien nodig ook het opwarmingssysteem in werking zette) zeer gewaardeerd. De voornaamste negatieve factor in deze interventie betrof de kostprijs van de locale bezorgservice, die ongeveer 75% van de berekende kosten uitmaakte. Ook de prijs van het inductiesysteem en bijbehorend speciaal servies (>€ 500 per persoon) is aanzienlijk, maar verdeeld over een gebruiksperiode van bijvoorbeeld twee jaar is dit slechts een euro per dag.

Conclusie

De thuiswonende ouderen in deze interventie met een gemiddelde leeftijd van ongeveer 85 jaar en met fysieke beperkingen, ervaarden de kwalitatief hoogwaardige thuisbezorgde maaltijden als zeer positief. De maaltijden hadden binnen drie maanden een gunstig effect op gewicht en vetvrije massa. Het vooraf portioneren en ter plaatse opwarmen met een inductiesysteem bood daarbij grote voordelen. De conclusie is dat aan een dergelijke service behoefte bestaat en dat deze kan bijdragen aan een positieve gezondheidsbeleving. Een service als deze is echter in de huidige stand van zaken binnen de zorg financieel alleen haalbaar bij een hoge geografische dichtheid van potentiële afnemers of bezorging door vrijwilligers. Er zou ook geprobeerd kunnen worden afspraken te maken met verzekeringsmaatschappijen over de vergoeding van dit soort kosten, waarbij opgemerkt kan worden dat deze in het niet vallen bij de kosten voor multimedicatie, thuiszorg of verzorgingshuis.

Reageer op dit artikel