artikel

Voedingsvezels bij ouderen zijn een ondergeschoven kindje

Voedingswetenschap

Voedingsvezels bij  ouderen zijn een  ondergeschoven kindje

Voedingsvezels blijken van cruciaal belang te zijn voor de maag-darmfunctie, darmflora, glucose en vetstofwisseling, het immuunsysteem en de weerstand tegen ziekte. Ouderen eten vaak te weinig en daarmee ook te weinig vezels. Het is, juist voor deze groep, van belang de inname van voedingsvezels te stimuleren om bijvoorbeeld obstipatie te voorkomen.

Een verhoogde inname van vezelrijke levensmiddelen wordt internationaal aanbevolen. De aanbeveling voor volwassenen is 30 tot 40 gram/dag. Uit de nieuwste Nederlandse Voedselconsumptiepeiling blijkt echter dat de actuele consumptie van volwassenen minder dan 25 g/dag bedraagt.

Kwalitatieve ondervoeding

Het is een bekend gegeven dat zorgbehoevenden vaak te weinig eten. Dit komt onder meer door verminderde eetlust of ongunstige eetomstandigheden, wat leidt tot kwalitatieve ondervoeding. De afgelopen jaren is er zeer veel aandacht uitgegaan naar het effect hiervan op de eiwitinname, vooral ook omdat een gebrekkige eiwitinname bijdraagt aan afname van spiermassa en spierkracht en daardoor bijdraagt aan lichamelijke zwakte (frailty). Een van de gevolgen van de sterke focus op eiwit is, dat de aandacht voor voldoende vezelinname op de achtergrond is geraakt.

 

Obstipatie

Er is een aantal redenen te noemen waarom juist zorgbehoevende ouderen er goed aan doen meer vezels te eten. In Nederland heeft 10 tot 30% van de bevolking incidentele klachten van obstipatie. Drie procent heeft naar schatting structurele klachten, wat kan oplopen tot 24% onder ouderen. Met het stijgen van de leeftijd komt obstipatie vaker voor (1). De site praktische huisartsgeneeskunde vermeldt dat er aanwijzingen zijn dat obstipatie vaker voorkomt bij vrouwen en bij ouderen in het verpleeghuis. Van deze laatste groep heeft 60% (weleens) last van verstopping; meer dan 70% gebruikt laxeermiddelen, maar minder dan de helft wordt effectief behandeld (2). Chronische obstipatie is een directe inbreuk op de kwaliteit van leven en is verbonden met een hele reeks andere klachten, zoals buikpijn, opgezette buik, vol gevoel en verminderde eetlust, misselijkheid, braken, aambeien, kleine abcessen of fistels, neiging tot flauwvallen bij hevig persen en onrust en verwardheid.

Wat zijn voedingsvezels?

Voedingsvezels zijn complexe koolhydraten die niet in de dunne darm verteerd worden. Ze zijn altijd van plantaardige oorsprong en aanwezig in bijvoorbeeld granen, groenten, fruit, wortels, knollen, peulvruchten, zaden, noten en zeewier. Ons voedsel bevat niet één enkel vezeltype, maar een mengeling van veel verschillende soorten. De vezelsamenstelling hangt onder meer af van de soorten koolhydraten waaruit de vezels zijn opgebouwd, hun onderlinge verbindingen en andere in de vezelmatrix gebonden componenten als vitaminen, mineralen en antioxidanten.

Geraffineerde producten

Raffinering van voedsel leidt tot vermindering van de hoeveelheid voedingsvezels. Bij het malen van graankorrels tot witte bloem of het pellen van rijst worden de vezels verwijderd. De vezels die tijdens de raffinage worden verwijderd, kunnen als geïsoleerde vezelfractie of supplement bij de bereiding van maaltijden gebruikt worden. Voorbeelden van geïsoleerde vezelconcentraten zijn: graanzemelen, psyllium, citrusvruchtenvezels, appelvezels, suikerbietvezel, inuline en guar gum.

Wat voor typen vezels zijn er?

Vezels kunnen op basis van hun samenstelling en gedrag worden onderverdeeld in:

• Oplosbaar niet oplosbaar;

• Viskeus matig viskeus niet viskeus;

• Fermenteerbaar gedeeltelijk fermenteerbaar/niet-fermenteerbaar.

Sommige in water oplosbare vezeltypen, zoals appelpectine, kunnen gelvorming veroorzaken. Daarom wordt pectine ook gebruikt bij het maken van jam. Voorbeelden van niet of nauwelijks gelerende vezels zijn Arabische gom en fructo-oligosacchariden. Niet-oplosbare vezels hebben geen of slechts een zeer gering gelvormend vermogen. Ze zijn te herkennen doordat ze een sediment in het water geven. Voorbeelden van niet-oplosbare vezels zijn onverteerbaar zetmeel (resistant starch), fruitvezels en zemelen.

Fermenteerbaar, wat is dat?

Gisten en bacteriën kunnen vezels afbreken en omzetten in onder andere alcohol, korteketenvetzuren (KKVZ), melkzuur en gassen. Vooral zorgbehoevende ouderen moeten maaltijden krijgen die voldoende voedingsvezel bevatten. Dat is bijvoorbeeld wat er gebeurt bij het rijzen van brooddeeg. Bij het produceren van bier en wijn worden koolhydraten door gisten omgezet in alcohol en bij het maken van zuurkool of zuurdesembrood wordt door de bacteriën melkzuur geproduceerd en ontstaat de zure smaak. Voorbeelden van niet of slecht fermenteerbare vezels zijn (hemi)cellulose (onder meer in wortelen, knollen en groenten) en zemelen (graanvezels).

Wat doen vezels in ons lichaam?

Vezels die goed fermenteerbaar zijn, leiden tot de productie van KKVZ die een reeks gunstige effecten hebben op onze vertering, darmstofwisseling, darmcellen en -functies en, na opname in ons bloed, ook op onze koolhydraat- en vetstofwisseling. Fermenteerbare vezels leiden tot een afname van potentieel giftige stoffen in de darm (zoals ammoniak), stimuleren de groei van gunstige darmbacteriën (zoals lactobacillus en bifidus) en remmen de groei van bacteriën die gezondheidsklachten kunnen veroorzaken (zoals bacteroïdes). Ook hebben ze een belangrijke invloed op de aan ons darmepitheel gekoppelde immuunfunctie. Vezels die niet of slechts gedeeltelijk fermenteren, nemen water op, vormen een zachte massa (bulk) en stimuleren daardoor een goede stoelgang. Deze vezels gaan obstipatie tegen en verminderen het risico op darmziekten.

Welke voeding is rijk aan vezels of juist niet?

Volkorenbrood, 35 g/2 sneetjes: 4,6 g
Wit brood, 35 g/2 sneetjes: 1,8 g
Muesli, 1 schaaltje 45g: 3,6 g
Muesli krokant, 45g: 2,7 g
Cornflakes, 1 schaaltje 30g: 0,9g
Zilvervliesrijst, 50g: 1,1 g
Witte rijst, 50g: 0,4 g
Witte, bruine bonen, kapucijners, 50g: 3,6g
Fruit, 125g: 2,1 g
Noten, 40g: 2,4 g
Tarwezemelen, 1 eetlepel 5 g: 2,2 g

CONCLUSIES

• Vezelrijke maaltijden, door selectie van voedingscomponenten met veel vezel en/of verrijking met vezels, kunnen het welzijn van zorgbehoevenden wezenlijk bevorderen.
• Er zou meer aandacht moeten zijn voor de consumptie van volkorenproducten in plaats van geraffineerde producten (zilvervliesrijst, volkorenbrood en -pasta, in plaats van witte rijst en wit brood).
• Het gebruik van peulvruchten in de maaltijden moet gestimuleerd worden: bruine en witte bonen, erwten, kikkererwten, linzen, kapucijners. Peulvruchten zijn namelijk relatief rijk aan vezel en eiwit.

Referenties
1. De Wit NJ, Smout AJPM. Obstipatie. In: Mathus-Vliegen EMH, Numans ME, editors. Maag-, darm- en leverziekten. Bohn Stafleu van Loghum. 2016;129-142.
2. Praktische huisartsgeneeskunde: www.phgonline.nl/ouderen/obstipatie

Over de auteurs
Prof. Fred Brouns is emeritus hoogleraar Health Food Innovation Maastricht University, School of NUTRIM, Maastricht; Prof. Lisbeth Mathus Vliegen is emeritus hoogleraar Klinische Voeding en Maag-Darm-Leverarts AMC Universiteit van Amsterdam

Reageer op dit artikel